Thijs Beckers

Wie zijn de onderzoekers van de HAN? In deze editie: Thijs Beckers, promovendus bij het lectoraat Onbegrepen Gedrag en Samenleving van de HAN.
Wie is Thijs Beckers?
“Ik ben opgeleid als verpleegkundig specialist GGZ en werk bij een middelgrote instelling in Limburg. Daar help ik mensen met langdurige psychische klachten. Daarnaast werk ik mee aan 2 onderzoeken. Bij de Politieacademie naar mensen met onbegrepen gedrag, en daarnaast - in samenwerking met de HAN en de Radboud Universiteit - naar mensen met ernstige psychische problemen. In mijn vrije tijd doe ik veel aan sport: hardlopen en fietsen.”

Wat was de aanleiding voor dit onderzoek?
“Met dit onderwerp ben ik al een jaar of 10 aan de slag. Het is vanuit de praktijk geboren. Ik zag tijdens mijn werk 2 mannen met heel vergelijkbare psychische problematiek. De ene man kwam maandelijks langs op kantoor en de ander bezochten we 3 keer in de week thuis omdat het helemaal niet ging. Ik wilde onderzoeken waarom de ene man zoveel meer hulp nodig had dan de andere. Toen ik door had hoe complex dit onderwerp was, heb ik Bauke Koekkoek, lector onbegrepen gedrag & samenleving aan de HAN, erbij betrokken.
Mensen met psychische klachten krijgen vaak jaren achtereen professionele zorg. Dat proberen we zoveel mogelijk te beperken. Dat doen we niet alleen omdat de capaciteit van de hulpverlening nu eenmaal beperkt is. Neem je veel verantwoordelijkheid over, dan komt dat de eigenwaarde en zelfregie van de betrokkene niet ten goede. Ze gaan leunen op anderen. Waar het nodig is moet dat, maar we proberen hen zoveel mogelijk de eigen kracht te laten zoeken en daarop door te bouwen. Wat je wil, is de zorg beter afstemmen op wat iemand echt nodig heeft en voorkomen dat mensen te weinig of te veel zorg krijgen.”
Wat is de belangrijkste bevinding?
“Het belangrijkste dat ik mensen meegeef, is dat bij deze doelgroep sociale steun ingewikkelder is dan gedacht. We gingen ervan uit dat iemand die veel mensen om zich heen heeft minder zorg nodig zou hebben. Dat blijkt niet zo te zijn.
Bij mensen die geen sociale steun om zich heen hadden, zagen we geen verandering in de hoeveelheid geboden zorg. Mensen die veel steun krijgen houden dat, en bij degenen die weinig steun ontvangen blijft dat ook zo.
Heb je wel veel sociale steun in je omgeving, dan kan er wel een verschil zijn. Gaat het beter dan leidt dat tot minder zorg en omgekeerd. Conclusie: Zonder sociale steun is het lastig iets in de hoeveelheid zorg te veranderen.”
Geen maatjesproject
“Een 2e belangrijke conclusie: als je sociale steun wil verbeteren, weten we dat de aanpak die bij andere doelgroepen wel goed werkt, bij deze groep niet effectief is. Een voorbeeld is een maatjesproject. We hebben niet onderzocht waarom het niet werkt, maar ik heb daar wel gedachten over. Ik vermoed dat het stukloopt op de interacties. Een vrijwilliger die 3 keer in de week hetzelfde verhaal van een dementerende vrouw hoort, trekt dat wel. Iemand met ernstige psychische problematiek die onvriendelijk, mopperig en onvoorspelbaar is, vraagt iets anders van een vrijwilliger. Er zijn vast mensen die de ervaring hebben dat een maatje wel werkt, maar dan vraag ik me af: wat werkt er dan? Het contact kan gezellig zijn, maar waar wij naar keken was: verbetert het de sociale steun? En dat blijkt gemiddeld genomen niet zo te zijn.”
Gepersonaliseerde aanpak
“Onderzoek gaat altijd over gemiddelden. Er zijn dus zeker uitzonderingen die wel baat hebben bij een maatjesproject. Maar een gepersonaliseerde aanpak heeft meer dan 2 keer zoveel effect als een standaardprogramma.
Een gepersonaliseerde aanpak begint met het in kaart brengen van wat er is en wat wordt gemist. Dat bepalen we met een Social Network Map. Daarvoor houd je een interview met mensen en stel je vragen als: ‘Van wie krijg je de meeste steun?’, ‘Is die steun alleen praktisch of ook emotioneel?’, ‘Is het contact wederkerig?’ en ‘Van wie krijg je nog meer steun?’. Zo brengen we het sociale netwerk in kaart en zien we waar kansen liggen en waar wat gemist wordt.
Het kan zijn dat iemand bij de voetbalclub wel contacten heeft, maar dat die alleen oppervlakkig zijn. Dan is er wel iemand te vinden om te helpen verhuizen, maar dat is dan niet de persoon bij wie je terecht kunt voor emotionele steun of advies bij een lastige keuze. Waar kun je dat wel zoeken? Dat bespreken we de vervolgstap. Kun je dat aan degene zelf vragen? Kan maatschappelijk werk ondersteunen? Wat kun je als zorgverlener bijdragen?”
Open deur
“Bijna alle collega’s die ik spreek over mijn onderzoek reageren: logisch, maar ik werk ook al zo. In de praktijk zien we echter dat er niet altijd aandacht is voor sociale steun. Er wordt vaak juist ingezet op gestructureerde interventies. Er zit kortom nogal wat lucht tussen wat mensen denken dat ze doen en wat ze daadwerkelijk doen. Als mensen denken dat ze het al prima doen, maakt dat het lastig om tot verandering te komen.
Een persoonlijke aanpak kost soms meer tijd. Doe je dat niet, dan vraag je die tijd van andere mensen. Een maatjesproject is voor een hulpverlener gemakkelijk: je stuurt een mail om iemand aan te melden. Doe je het zelf, dan vraagt dat meer. Het meeste succes bij de gepersonaliseerde aanpak zagen we echter bij projecten waaraan mensen helemaal niet zoveel tijd hadden besteed: 12 keer een half uur. En bij een maatjesproject gaan er ook heel wat professionele uren zitten in de matching en begeleiding.”
Wat zijn de plannen voor vervolgonderzoek?
“Het huidige onderzoek heeft maar 1 meetmoment per jaar. Dat is vrij grofmazig. We willen het onderzoek nu herhalen met een kortere meetperiode. Ik denk dat we dan de rol van andere factoren, we hebben er wel 37 gevonden die mogelijk invloed hebben, beter gaan begrijpen. Factoren waarop we nu geen effect hebben gevonden, mogelijk omdat de meetperiode te groot is. Dat kan bijvoorbeeld gaan om dagbesteding. Hebben mensen met een baan bijvoorbeeld minder zorg nodig?”
Het lectoraat Onbegrepen gedrag, Zorg en Samenleving
Het lectoraat Onbegrepen gedrag, Zorg en Samenleving (OZS) houdt zich bezig met de verhouding tussen mensen die zich anders (problematisch, vreemd, verward) gedragen en met de samenleving. Dat doen we in het bijzonder vanuit de professionele werkvelden zorg en veiligheid.


























Sociale steun bij mensen met psychische problemen: ingewikkelder dan gedacht
Welke invloed heeft de sociale steun die mensen met psychische problemen ondervinden op de mate waarin ze een beroep doen op professionele zorg? Dat is het onderwerp waar de 43-jarige Thijs Beckers de afgelopen 6 jaar onderzoek naar deed en waarop hij op 13 februari promoveerde.