Jelle Schoemaker

Wie zijn de onderzoekers van de HAN? In deze editie: Jelle Schoemaker, docentonderzoeker bij de Academie Sport en Bewegen aan de HAN.
Sport: een effectief middel tegen welzijnsverlies
Vanaf het begin van zijn studie, inmiddels bijna 20 jaar geleden, houdt Jelle Schoemaker zich bezig met de vraag: hoe kunnen we publieke middelen voor sport zo inzetten dat ze zoveel mogelijk opleveren voor de samenleving? Dat leverde al veel waardevolle kennis op. In 2025 kreeg hij van de HAN een promotiebeurs voor verder onderzoek. November van dat jaar was voor hem een belangrijk markeerpunt: hij publiceerde de resultaten van zijn onderzoek in het vooraanstaande internationale tijdschrift Journal of Sports Economics.
Wie is Jelle Schoemaker?
“Ik ben een econoom die graag kijkt hoe we publieke middelen zoveel mogelijk voor de maatschappij laten opleveren. Mijn onderzoek gaat altijd over sport en bewegen. In 2006 begon ik aan de studie sportmanagement aan de HAN en ik heb vervolgens bij de VU Brussel een Master Sport en Economie gedaan. Mijn eerste baan was bij een adviesbureau dat in opdracht van NOC/NSF bekeek of we de Olympische Spelen in 2028 naar Nederland zouden moeten willen halen. Over dat onderwerp heb ik een gastles gegeven bij de HAN en daar werd ik vervolgens gevraagd als docentonderzoeker. In 2025 ben ik begonnen met een promotieonderzoek, zodat ik 2 dagen in de week kan kijken of ik dit onderwerp wetenschappelijk verder kan brengen.”

Hoe voer je je onderzoek uit?
“We doen verschillende soorten onderzoek. Samen met studenten onderzoek ik het effect op de samenleving van zaken waar we publieke middelen in stoppen. Dat kan gaan van sportevenementen of -projecten tot een zwembad. Je wilt bijvoorbeeld weten: als je een buurtsportcoach inzet, zorgt dat er dan voor dat mensen die niet in beweging waren dat meer gaan doen?
Zo'n onderzoek vlieg ik trapsgewijs aan. Een eerste trede van zo’n onderzoek is kijken naar het effect. Dat doen we met vragenlijsten en observaties. Ook kijken we of het effect niet ergens anders door wordt veroorzaakt. Daarnaast willen we weten hoeveel extra bewegen het oplevert. Een tweede trede kan dan zijn: als zo'n buurtcoach inderdaad leidt tot meer bewegen, hoeveel is dat de samenleving dan waard? Daarvoor baseer ik me op grote generieke bevolkingsonderzoeken met grote datasets. Zien we daarin bij mensen die meer gaan bewegen ook een verandering in hun gezondheid of welzijn?
Als je weet wat iets in de samenleving doet, is vervolgens de vraag: was het de investering die we hebben gedaan waard? Dat is de derde trede van ons onderzoek. Het helpt als je verschillende projecten hebt geëvalueerd, dan kun je een vergelijking maken. Toch moet het geen doel op zichzelf zijn om het effect in geld uit te drukken. Het gaat erom: was het slim wat we deden en moet het de volgende keer weer zo.”
Grote dataset
Voor zijn onderzoek maakte Jelle gebruik van de data van het Liss Panel. Zo’n 4500 huishoudens die geselecteerd zijn door het CBS vullen hiervoor jaarlijks vragenlijsten in. Dit levert een grote set data op die door diverse onderzoekers gebruikt worden.
Jelle: “Daarin wordt bijvoorbeeld gevraagd hoe gelukkig ze zijn en ook hoeveel ze aan sport en bewegen doen. Ook worden veel achtergrondgegevens verzameld: het aantal kinderen bijvoorbeeld, en of er sprake is van een scheiding. Op basis daarvan kun je kijken of mensen gelukkiger worden als ze meer bewegen. Dat effect was best klein, kleiner dan ik had verwacht. Wel was het resultaat statistisch robuust. Hoe meer mensen bewogen of aan sport deden, hoe groter het welzijnsbevinden. Dat neemt lineair toe: bij 2 uur sporten is het effect het dubbele van wat je ziet bij 1 uur. En dat blijft, in mindere mate, toenemen tot 5 á 6 uur sporten. Vanaf daar vlakt het effect af.
In cijfers is het resultaat op het eerste oog misschien niet zo indrukwekkend. Mensen die op geluk een 7 scoren (op een schaal van 1 tot 10) kunnen dankzij één uur sporten per week op een 7,02 komen. Kijk je alleen naar dat cijfer, dan lijkt het resultaat misschien weinig relevant. Druk je het echter in geld uit, dan blijkt het wel een flinke waarde te hebben. Die waarde bepalen we met de compensatiemethode. Deze geeft aan hoeveel je welzijnsbevinden toeneemt bij een bepaalde inkomensstijging. En dan kun je het effect op welzijn onderling vergelijken. 1 uur sporten per week leidt tot dezelfde toename van welzijn als 250 euro meer verdienen. Je kunt ook zeggen: ga een uur minder werken en in plaats daarvan sporten en je hebt nog steeds hetzelfde geluksniveau.
In een volgend onderzoek hebben we gekeken of het effect bij specifieke groepen groter of kleiner is. Daaruit bleek dat het effect niet bij iedereen hetzelfde is. Bij mensen die depressief zijn levert 1 uur sporten hetzelfde op als een inkomensstijging van ruim 500 euro. Bij mensen die eenzaam zijn is de winst zelfs ruim 1250 euro.”
Plannen voor de toekomst
“In de toekomst gaan we kijken of we deze analyse kunnen toepassen op andere doelgroepen, bijvoorbeeld mensen die in armoede leven of die mentale klachten hebben. Ik verwacht daar hetzelfde te zien. Vrijwel altijd blijkt dat bij mensen die een lager welzijnsniveau hebben, sporten een groter positief effect heeft.
Ons onderzoek wordt gebruikt door beleidsmakers. Bijna al ons onderzoek doen we in opdracht van de gemeente of provincie. Zij gaan over de publieke middelen die worden ingezet om de samenleving beter te maken. Dit soort onderzoeken zijn er om te laten zien waarom je dat zou doen. Ook wordt het gebruikt door sportorganisaties, bijvoorbeeld om nieuwe programma’s te ontwikkelen en aan te bieden.”
Publicatie
Het volledige onderzoek, getiteld ‘The Well-Being Value of Sport for Loneliness and Depression’, is gepubliceerd in het internationale wetenschappelijke Journal of Sports Economics. Het onderzoek werd in opdracht van Kenniscentrum Sport en Bewegen uitgevoerd.

Meer doen met Sport en Bewegen?
Wil je met jouw sport & bewegen impact maken? De 4-daagse cursus Ontwerpen Impactstrategie Sport & Bewegen is ontwikkeld om je te voorzien van de kennis, vaardigheden en tools die essentieel zijn voor het ontwerpen, uitvoeren en evalueren van sport- en beweegprojecten die een blijvende positieve verandering teweegbrengen.




