Zachtere landing voor beginnende leraren

Diploma op zak, en daar ga je dan: je eerste baan als leraar! Zeker de eerste jaren komen er heel wat uitdagingen op je pad. De vo-scholen in de regio Nijmegen maken de landing graag wat zachter. Onderzoek laat zien waar de kansen liggen.

30401 Docent aan het lesgeven

Het onderwijs kent dezelfde uitdaging als veel andere sectoren: zie maar eens genoeg goede professionals te vinden én te houden. De scholen voor voortgezet onderwijs in de regio Nijmegen en de HAN Academie Educatie verenigden zich in de RAP Leraar in Nijmegen (vo), een project voor de Regionale Aanpak van Personeelstekorten in het onderwijs. Zij nemen onder andere het inductietraject onder de loep: de eerste jaren van de beginnende leraar, waaronder ook zij-instromers en hybride docenten. Wat is in die periode nodig om deze starters enthousiast te houden voor het onderwijs en om ze te laten groeien?  

Van uitdaging naar kansen

Voor de Academie Educatie stopt de betrokkenheid niet bij de diplomering van studenten. De lerarenopleidingen maken zich graag samen met de scholen hard voor het behoud van leraren, vandaar de actieve rol in het inductie-project. “Starters hebben vaak moeite met de overgang,” vertelt werkgroeplid Joke Kiewiet-Kester (HAN). “Ondanks de vele vlieguren tijdens hun opleiding. Ineens zijn ze echt zélf verantwoordelijk voor de klas, is het aan henzelf om problemen op te lossen, moeten ze zich de cultuur van de school eigen zien te maken. De één gaat dat makkelijker af dan de ander.”

Groepsinterviews rondom 6 thema’s

De scholen zijn zich allemaal bewust van de uitdagingen: overal is aandacht voor leraren die net gediplomeerd zijn. Tegelijkertijd is er nog een wereld te winnen. Onderzoekers van het lectoraat Naar een meervoudige professionaliteit van leraren verkenden de kansen.  

Onderzoeker Katrijn Opstoel: “We organiseerden op de 15 deelnemende vo-scholen steeds 2 groepsinterviews. In de ene ronde zetten we de starters bij elkaar, in de andere de schoolleiders, P&O-medewerkers, schoolopleiders en begeleiders of coaches. De vragen die we ze stelden, draaiden om 6 thema’s: je plek vinden en de praktische informatie tot je nemen (enculturatie), taakbeleid, pedagogisch-didactisch handelen, professionele ontwikkeling, beoordeling en werving & selectie. De gesprekken leverden mooie aanknopingspunten op.” 

De gesprekken leverden mooie aanknopingspunten op.”

Wenselijkheid en werkelijkheid

“We zien hoe er regelmatig spanning bestaat tussen wenselijkheid en werkelijkheid”, licht Joke toe. “Het lukt scholen niet altijd om starters te bieden wat ze nodig hebben. Als voorbeeld: ze belasten startende leraren liever niet met een rol als mentor. Maar wat doe je als je menskracht tekortkomt?” Hoofd P&O Ingrid Bekker vertelt hoe het Maaswaal College dan handelt: “Wij werken met duo-mentoraten. Als de nood aan de man komt, en een starter durft het aan, dan koppelen we hem of haar aan een ervaren mentor. Het is wel belangrijk om de vraag goed te stellen, zonder druk op te leggen. De starter moet de ruimte voelen om ‘nee’ te zeggen of om bedenktijd te vragen.” 

Overweldigende start

Tijdens de interviews blijkt steeds weer hoezeer de waan van de dag scholen en starters in de weg kan zitten. Dat speelt het meest bij startende leraren die later in het jaar instromen. Katrijn: “Zij missen dan de startbijeenkomst, moeten daardoor meer zelf uitzoeken en actief aangeven wat ze nodig hebben. Terwijl de start van je loopbaan toch al zo overweldigend is.” Dat brengt Joke op een ander belangrijk punt uit de interviews: “Wat je niet weet, kun je niet vragen.” Katrijn vult aan: “Starters ontdekten door de gesprekken hoe een inductietraject eruit kan zien, welke mogelijkheden een school biedt.” 

In gesprek

We moeten die eerste jaren als leraar ook niet maken tot iets “heel engs,” benadrukt Ingrid. “De aandacht voor het inductietraject is goed, zeer nodig zelfs. Maar tegelijkertijd is het voor startende leraren niet anders dan voor andere beginnende professionals: je moet gewoon nog heel veel leren, ontdekken hoe de cultuur in elkaar zit, de durf vinden om hulp te vragen en om grenzen te stellen. En een bepaalde sprong eerder maken, als je voelt dat je het al aankunt. Daarvoor moet je regelmatig met elkaar in gesprek en samen tot maatwerk komen.” 

Uitkomsten

De onderzoekers hebben een algemene rapportage opgesteld, die een mooi verkennend beeld geeft van kansen en uitdagingen rondom ieder van de 6 thema’s. We nemen je daar in vogelvlucht mee doorheen.  

  • Alle scholen hebben aandacht voor de start van de net-gediplomeerde leraar. Wie aftrapt aan het begin van een schooljaar wordt goed meegenomen in alles wat speelt op een school en maakt kennis met de mensen die belangrijk zijn. De starters die later instromen, missen die boot gedeeltelijk.   
  • De ideale wereld komt niet altijd overeen met de realiteit. Starters wordt bijvoorbeeld soms toch gevraagd een mentoraat in te vullen en ook de ruimte voor professionele ontwikkeling kan onder druk staan.  
  • Starters zijn niet altijd op de hoogte van de volle breedte van de mogelijkheden om uit te groeien tot de leraar die ze willen zijn. 
  • De afstemming tussen de professionals rond de starter lijkt soms te ontbreken, met name als het gaat om begeleiding en beoordeling.  

De deelnemende scholen ontvingen ieder ook een eigen rapportage, waarin hun eigen aandachtspunten staan opgenomen. Komend schooljaar gaan ze daarmee aan de slag. De rapportage geeft ze richting, en is daarbij meteen een handige gesprekstool. 

Hoe nu verder?

Het verkennende onderzoek geeft aanknopingspunten voor vervolgonderzoek. Bijvoorbeeld naar de mogelijkheden om de startersbegeleiding bovenbestuurlijk te stroomlijnen. Daarnaast wordt gekeken naar de begeleiding: welke rollen zijn er precies, hoe verhouden die zich tot elkaar en hoe is daar eenduidiger lijn in te brengen? Katrijn: “We kijken ook naar de mogelijkheden om een netwerk van inductie-coördinatoren op te richten; een plek waar zij kunnen leren van en met elkaar. Daarnaast denken we binnen de Academie Educatie na over de visie op inductie van verschillende betrokkenen. En we delen kennis over de projecten waarin opleiders en onderzoekers betrokken zijn bij inductie. Mooi om zo samen toe te werken naar ons doel: voldoende goede leraren die duurzaam plezier hebben in hun vak!” 

Het onderzoek is uitgevoerd door Katrijn Opstoel, Eline den Tuinder en Helma Oolbekkink-Marchand. Joke Kiewiet-Kester was lid van de werkgroep Inductie, samen met Lous Lieber, Wil Boezen en Helma Oolbekkink-Marchand. Wil je meer weten? Neem dan contact op met Helma.OolbekkinkMarchand@han.nl