Zo moeder, zo zoon

Mies de Wit combineert zijn studie aan de HAN met topsport: hij stond al 3 keer op het podium bij het Nederlands Kampioenschap zwemmen. Meer investeren in zijn zwemcarrière was een optie, maar hij koos ervoor te gaan studeren. Zijn keuze viel op de HAN, waar moeder Anke al 9 jaar werkzaam is.
Zo moeder, zo zoon? Lijken jullie op elkaar?
Anke: “Ja! Het is dat Mies bruine ogen heeft, maar er zijn foto’s uit mijn kindertijd waarin de verschillen ver te zoeken zijn.”
Mies: “Ja, we lijken erg veel op elkaar. Zeker als je foto’s naast elkaar houdt van toen we beiden klein waren.”
Allebei op de HAN: is dat toeval of hebben jullie dat vooraf bedacht?
Anke: “Ik ben hier al zo’n 9 jaar. Mies bedacht ergens in zijn middelbareschooltijd dat een hbo-studie beter zou passen dan de universiteit. Hij was van plan om een tussenjaar te nemen om nog harder te gaan zwemmen, maar ergens in december besloot hij toch te gaan studeren. Welke studie, dat was nog een groot vraagteken. Via de open dagen bij Fysiotherapie, PABO, Bedrijfskunde en Recht en meerdere meeloopdagen heeft hij zijn keuze gemaakt.”
Mies: “Het was zeker niet van tevoren bedacht, maar ik was inderdaad niet van plan om te beginnen met een universitaire opleiding. Het hbo was een logischere stap en aangezien ik nog niet het ouderlijk huis uit wil, was Nijmegen best een logische stad om een studie uit te zoeken. Ik heb gekozen voor HBO Rechten aan de HAN.”

Wat spreekt je aan bij de HAN?
Anke: “Ik heb een hele leuke baan als leidinggevende van verschillende teams die met Onderwijslogistiek te maken hebben. Denk daarbij aan de Centrale Tentamenorganisatie op de campus in Arnhem en Nijmegen, of de teams die alle diploma’s maken die zijn behaald. Het geeft me veel voldoening om samen met de teams de processen zo goed mogelijk te organiseren.”
Mies: “Wat mij aansprak om op de HAN te gaan studeren was dat het lekker dichtbij is. We wonen in Bemmel. En de HAN heeft genoeg leuke studies om uit te kiezen.”
Volg je de ander veel, zowel thuis als op het werk?
Anke: “Tijdens de aanmelding van Mies bij de HAN vond ik het erg leuk om dat proces te volgen. In het managementteam van Studentzaken heb ik een directe collega die verantwoordelijk is voor het team dat alles rondom aanmelden, in- en uitschrijven verzorgt. En nu Mies echt onderwijs volgt, verbaas ik me over zijn rooster dat iedere week verandert en het beperkte aantal uren dat hij les heeft. Het is heel leuk om te zien dat hij zo enthousiast is over zijn studie; hij zorgt voor een andere inbreng in het gezin.”
Mies: “Thuis krijg ik af en toe wel een en ander mee van het werk van mijn moeder, maar op school zie ik mijn moeder eigenlijk amper. Ik heb geen lessen in het gebouw waar mijn moeder werkzaam is.”
Gaan er vaak HAN-weetjes over de tong?
Anke: “Nou, ik heb Mies voordat hij bij de HAN kwam regelmatig gezegd dat er op deze opleiding wél echt gesurveilleerd wordt. Op zijn middelbare school keken ze niet zo nauw. Na het eerste tentamen was het enige dat hij zei: ‘Ze zijn echt heel oud mam, die surveillanten van jou.’”
Mies: “Af en toe heb ik het wel over hoe het gaat op de studie en inderdaad hoe het dan gaat met de mensen die mijn moeder aanstuurt.”
Is Anke een echte HAN-medewerker?
Mies: “Dat ligt eraan wat een ‘echte HAN-medewerker’ inhoudt, maar ik heb wel het idee dat mijn moeder haar werk met plezier doet, en dat ze haar baan ook echt wel leuk vindt.“
Wat voor type student is Mies?
Anke: “Het is lang geleden dat ik Mies zo enthousiast heb gezien over school. Hij heeft een goede keuze gemaakt! Zijn eerste tentamens heeft hij allemaal gehaald. Vanuit zijn passie voor wedstrijdzwemmen weet Mies op het juiste moment te pieken. Alhoewel, hij geeft nu aan dat hij echt niet heel hard heeft geleerd. Het blijft dus zoeken naar de juiste balans. Hij is zeker ook van de gezelligheid, maar serieus wanneer het nodig is.”
De HAN werkt hard om het verschil te maken, en studenten op te leiden die het verschil kunnen maken. Hoe doen jullie dat?
Anke: “Door te denken in mogelijkheden probeer ik samen met de teams ervoor te zorgen dat studenten onder andere bij het maken van tentamens gefaciliteerd worden in wat er voor hen nodig is.”
Mies: “Ik doe vooral waar ik mij goed bij voel. Als ik iets doe, wil ik het vaak ook echt wel goed doen. Dat geldt zowel op school als in mijn leven buiten school.“








