Health Steun voor zorgnetwerken laagopgeleide ouderen

Ouderenzorg

Werken zorgnetwerken van laagopgeleide thuiswonende ouderen anders dan die van hoger opgeleiden? Als dat zo is, hoe ga je daar als zorgprofessional mee om? Hoe zorg je dat laagopgeleide ouderen zich gezonder voelen en langer thuis kunnen blijven wonen? Health-onderzoekers zochten het uit.

Er zijn de nodige verschillen tussen de zorgnetwerken van hoogopgeleide en laagopgeleide ouderen. Zo zijn de zorgnetwerken van laagopgeleide thuiswonende ouderen wat emotioneler van karakter, is het grijze gebied in de taakverdeling tussen professionals, cliënten en mantelzorgers groter en lijken professionals laagopgeleide cliënten sneller de regie uit handen te nemen. “Zo zijn er nog meer verschillen”, zegt onderzoeker Wendy Kemper van het lectoraat Organisatie van Zorg en Dienstverlening.

Erken de verschillen

Kemper: “Opvallend is dat welzijns- en zorgprofessionals die verschillen wel zien, maar het moeilijk vinden om hierover te praten. Alsof je zou discrimineren, terwijl het erkennen van die verschillen een eerste stap is naar een goed functionerend zorgnetwerk dat de oudere echt als ondersteunend ervaart.” Kemper hield zich in het kader van haar promotieonderzoek al langer bezig met zorgnetwerken rondom thuiswonende ouderen. Een praktisch werkboek – vol met tools om professionals te ondersteunen in hun contact met cliënten, mantelzorgers en collega-zorgverleners – lag klaar om uit te rollen. Tót ze de kans kreeg om met subsidie van HAN Health een bijzondere focus in haar onderzoek aan te brengen.

Vaardigheden van zorgprofessional

 “Een derde deel van de Nederlanders is laagopgeleid en/of heeft een laag inkomen. In veel onderzoeken die we doen en hulpmiddelen die we ontwikkelen, gaan we te vaak aan hen voorbij”, stelt Kemper. “Met het Health-onderzoek verdiep en verbreed ik mijn promotieonderzoek. Hoe? Door belangrijke inzichten te ontwikkelen over bijvoorbeeld de taal die je moet gebruiken om deze ouderen te bereiken. Over vaardigheden die je als zorgprofessional nodig hebt om ouderen zoveel mogelijk regie te geven. En over hoe je in gesprek met een laagopgeleide oudere de interactie in zijn of haar zorgnetwerk kunt verbeteren.”

Van wie krijgt u hulp?

Kemper riep voor het Health-onderzoek de hulp in van junior onderzoeker Harmke Hulshof. Ze verzorgde onder andere de interviews met de ouderen. Hulshof: “Die vraaggesprekken stak ik zo praktisch mogelijk in: van wie krijgt u hulp? Wie doet wat precies? Hoe maakt u keuzes? Of: wat is er de laatste tijd gebeurd? Vertel eens, hoe ging dat dan? En wat vond u daarvan?” Daarnaast volgde Hulshof ouderenadviseurs van verschillende welzijnsorganisatie in hun werk. “Vooral om te onderzoeken wat zij tegenkomen in de dagelijkse praktijk en wat zij aan tools kunnen gebruiken om de interactie in zorgnetwerken rondom laagopgeleide ouderen te verbeteren.” Dan waren er nog de groepsgesprekken met experts. Kemper: “Daarin bespraken we dus wat in hun ogen onderscheidend is voor netwerken rondom laagopgeleide ouderen.”

Hoe houdt de oudere zelf regie?

Het onderzoek leverde een aantal belangrijke resultaten op. Juist omdat de verschillende perspectieven van de ouderen zelf, hun adviseurs en de experts in het onderzoek zijn meegenomen: 
 
  • Bij de doelgroep laagopgeleide thuiswonende ouderen moet de meeste aandacht uitgaan naar onderlinge afstemming in het zorgnetwerk.
  • Het is slim om ouderen beter voor te lichten over hoe het zorgsysteem werkt. 
  • Er is gelijkwaardigheid tussen hulpverleners en de zorgnetwerken nodig, zodat ouderen de ruimte krijgen om zelf beslissingen te nemen. 
  • Ook de gelijkwaardigheid tussen zorgverleners, bijvoorbeeld de huisarts en welzijnsmedewerker, verdient extra aandacht.  
  • Er is meer tijd en inspanning nodig om de hulpvraag van laagopgeleide ouderen duidelijk te krijgen. 
 
Hulshof: “Het scheelt echt wanneer je als zorgverlener weet dat een ‘nee’ van een laagopgeleide oudere voor hen vaak een manier is om de touwtjes in handen te houden.”

Resultaten kunnen het verschil maken

De cliënten uit het onderzoek bleken zich thuis beter te kunnen redden. Kemper: “Ik denk dat we nu al via de betrokken ouderenadviseurs verschil hebben gemaakt bij de deelnemende ouderen. Ook omdat die adviseurs intern hun collega’s bijpraatten en -schoolden. In 2030 zal de helft van ouderenzorg en -ondersteuning gewoon in de wijk plaatsvinden. Goed functionerende zorgnetwerken zijn belangrijker dan ooit. De resultaten van ons onderzoek willen we daarom onder brengen in post-hbo-opleidingen, de minor Gerontologie en geriatrie en deeltijdopleidingen hbo-v en Social Work.” Kemper scherpt op basis van het Health-onderzoek ook het werkboek en de toolbox aan die ze binnen haar promotieonderzoek ontwikkelde. “Zodat deze toepasbaar zijn op álle ouderen, ongeacht opleidingsniveau.”