Gelijke kansen door gestandaardiseerde toetsen: wat vindt de leraar?

De rauwe waarheid: kansenongelijkheid in het onderwijs bestaat nog steeds. Schokkend, want we strijden er al ruim 50 jaar tegen, sinds de introductie van gestandaardiseerde toetsing. Waar wringt volgens leraren de schoen?

kind steekt vinger op

Eind jaren zestig van de vorige eeuw ontstonden de eerste gestandaardiseerde toetsen, waaronder de Cito-toets. Omdat die mogelijk zouden helpen om kansenongelijkheid te voorkomen. Inmiddels zijn we ruim decennia verder, en is gestandaardiseerde toetsing verplicht. Maar kansenongelijkheid bestaat nog steeds, blijkt keer op keer uit de rapportages van de Inspectie van het Onderwijs.
Onderzoeker Marijke van 
Vijfeijken: “Vooral kinderen met een lage sociaal-economische achtergrond krijgen bij vergelijkbare prestaties een lager advies voor het voortgezet onderwijs.”  

2 onderzoeksvragen

Marijke sprak 16 leraren van verschillende po-scholen. “We vroegen hen naar hun opvattingen over de noodzaak van gestandaardiseerde toetsing in het primair onderwijs om kansenongelijkheid te voorkomen. En vervolgens naar hun verklaring voor de ongelijke kansen van leerlingen uit een laag sociaal-economisch milieu, ondanks de standaardisering. 

Vooral kinderen met een lage sociaal-economische achtergrond krijgen bij vergelijkbare prestaties een lager advies voor het voortgezet onderwijs.

Gestandaardiseerd toetsen: noodzaak of niet?

De meningen over de noodzaak van gestandaardiseerde toetsing om kansenongelijkheid te voorkomen lopen uiteen en zijn niet altijd even uitgesproken. Een van de leraren herkent zich in de argumenten voor én in de argumenten tegen gestandaardiseerde toetsing, een ander ziet de vraag naar de noodzaak als “een hele lastige”. Een derde vindt gestandaardiseerde toetsing “voor jonge leerkrachten een belangrijk instrument om onderwijsaanbod te kunnen differentiëren en aan te kunnen passen”.  

De leraren benoemen ook nadelen, die kansenongelijkheid volgens hen juist in de hand werken, zeker bij de eindtoets: “Als jij iemand bent die zenuwachtig is voor toetsen, dan bak je er niets van”. Toch erkent het grootste deel van de ondervraagde leraren de noodzaak van gestandaardiseerde toetsen om de objectiviteit te waarborgen en zichzelf te wapenen tegen (onbewuste) vooroordelen.  

Verklaring voor lager schooladvies

De leraren zijn bezorgd en verbaasd over de (wetenschappelijk aangetoonde) lagere schooladviezen voor kansarme leerlingen, vertelt Marijke. “Desondanks noemden ze 4 mogelijke verklaringen: hun eigen (onbewuste) vooroordelen, de soms lage ambities bij laag opgeleide ouders, de minder ondersteunende thuissituatie en de werkhouding van de leerlingen.”

Voorbeeld

Rowena zit in groep 8. Sinds groep 6 scoort ze bij toetsen op vmbo-t-niveau, en sinds begin groep 8 steeds vaker op havo-niveau. Ze heeft drie jongere broertjes en zusjes. Haar vader werkt als tegelzetter, haar moeder is schoonmaakster. Huiswerk maken is vaak lastig: Rowena wordt afgeleid door de jonge kinderen in huis en haar ouders kunnen haar niet helpen bij dingen die ze niet snapt. Maar hoger dan vmbo-t hoeft ook niet, vindt haar moeder: Rowena wil tóch kapster worden.  

“Dan is de vraag: wat doe je als leraar als Rowena bij de eindtoets op havo-niveau scoort? Zeg je dan: Cognitief gezien kan Rowena de havo aan, maar de overige omstandigheden zitten niet mee, dus ik bescherm haar en adviseer vmbo-t? Of redeneer je precies andersom: Als een kind ondanks alle uitdagingen al op dit niveau weet te presteren, waarom zou dat dan in het voortgezet onderwijs niet ook lukken? En hoeveel meer zit er dan misschien zelfs nog in?” 

Advies aan leraren(opleiders) en scholen

Wat kunnen we met de verzamelde opvattingen en verklaringen van leraren? Daarover is Marijke helder: “Je hebt visie nodig om gestandaardiseerde toetsen daadwerkelijk te laten bijdragen aan kansengelijkheid. Ga dus met elkaar in gesprek over hoe je onderwijskansen gelijker maakt. Bespreek de betekenis en het belang van factoren als werkhouding, ondersteuning van huis uit en ambities van ouders bij het nemen van beslissingen voor differentiatie en schooladvisering. Analyseer samen kritisch hoe het op je school gesteld is met kansen(on)gelijkheid. Vergelijkbare aandacht is nodig op de lerarenopleidingen: zij moeten studenten klaarstomen voor het voeren van een dialoog over dilemma’s bij het nemen van beslissingen in het licht van gelijke kansen.” 

Meer informatie

Wil je meer weten over dit onderwerp? Lees dan het artikel dat Marijke en mede-auteurs Edwin Buijs (onderzoeker) en HAN-lector Tamara van Schilt-Mol publiceerden in het Tijdschrift voor Lerarenopleiders.  

Marijke van Vijfeijken is senioronderzoeker bij het onderzoeksteam Kwaliteiten van Leraren van de Academie Educatie van de HAN. Zij doet promotieonderzoek naar sociale rechtvaardigheid en kansengelijkheid in het onderwijs.