270814 Onderzoeker bij het Lectoraat Sustainable River Management Maria Barciela Rial bij de Klijperij voor het project Eems-Dollard

Een overschot aan slib in wateren is slecht voor de ecologie. Het licht kan dan namelijk niet doordringen waardoor planten en dieren afsterven. Dat betekent baggeren, maar de tijd van het gebaggerde slib dumpen, is voorbij. Hoe kun je hier circulair mee omgaan?

Het natuurgebied Eems-Dollard bij het Oost Groningse Delfzijl heeft aan de ene kant een teveel aan slib. Aan de andere kant speelt hier een probleem met landbouwgrond dat verzakt en er is een dringend behoefte aan sediment voor dijkversterking.

Circulair met slib omgaan

Onderzoeker bij het Lectoraat Sustainable River Management, Maria Barciela Rial onderzoekt hoe we met het ene probleem het andere kunnen oplossen. Ze zoekt efficiënte manieren om op een circulaire manier met het slib om te gaan. 

Bagger ontzilten

Maria is projectleider bij een nieuw project dat het Lectoraat samen met EcoShape, IBP VLOED en Netics doet. Dit project draagt bij aan het programma Eems-Dollard 2050 (ED2050) waarin pilots gedraaid worden om bagger te ontzilten en te gebruiken om dijken te versterken of landbouwgrond op te hogen.
Maria vertelt: “De eerste pilot ‘Kleirijperij’ is in 2018 gestart om gerijpte kleigrond te onderzoeken voor hergebruik in dijken. Het slib was hydraulisch gebaggerd en neergelegd op 15 proefvakken op een veld waar het slib steeds op een andere manier bewerkt en gedroogd werd.” 

2 afstudeerders

Bij deze techniek blijft té veel zout en organisch materiaal in de klei achter om het te kunnen gebruiken voor het versterken van dijken. Maria deed een oproep om 2 afstudeerders mee te laten helpen om er een andere techniek tegenover te zetten om te kijken of ze tot kwalitatief goede klei kan komen.

Gebruik als landbouwgrond

Op 1 februari 2021 zijn student Civiele Techniek, Camila Vaz Perez en student Bouwkunde, Bente Felix, gestart met hun afstudeeronderzoek. Ze dragen met hun kennis bij aan een tweede Eems Dollard 2050-testcase waar het lectoraat bij betrokken is: de Pilot Ophogen Landbouwgronden (POL) waarbij slib ontzilt wordt zodat het gebruikt kan worden om de zakkende Groningse landbouwgrond op te hogen.

Naspoelen

In plaats van de hydraulische manier van baggeren zoals bij de Kleirijperij, gaan baggerbedrijven bij de POL mechanisch baggeren. Bente: “Na het mechanisch baggeren nemen wij samples waarmee wij in het lab de resultaten vergelijken met die van de Kleirijperij waar hydraulisch gebaggerd is. Daarna wordt het slib op locatie gespoeld met zoet water waar wij ook samples van nemen en het lab mee in gaan. Hierna spoelen wij zelf na in het lab om een optimalisatie voor het spoelen voor te stellen."

De beste manier van ontzilten

De studenten bekijken hoe lang ze spoelen, waarmee ze kunnen spoelen en onderzoeken wat dit spoelen met het zoutgehalte en de organische stoffen doet. “Ons onderzoek stopt hier, maar daarna wordt het slib gedroogd en zal het doorrijpen zodat het wellicht wél schoon genoeg is voor hergebruik. In dit geval om landbouwgrond op te hogen,” legt Bente helder uit. Camila voegt toe: “Door het droogproces ontstaan scheuren die dankzij het regenwater extra gespoeld worden. Aan ons de taak om een goed adviesrapport te schrijven over de beste manieren van ontzilten.”

Trial and error

Camila en Bente tonen lef met deze afstudeeropdracht. Bente: “We hebben vooral kennis van grondmechanica, maar van bio-processen en scheikundige processen van bijvoorbeeld ontzilting weten wij weinig. Maar ja, waarom zou je iets doen wat je al weet? Het voelt een als trial and error, maar dat maakt het juist leuk.”

Waarom zou je iets doen wat je al weet? Het voelt als trial and error, maar dat maakt het juist leuk.”

Duurzaam Nederland

Vooral voor Camila is dit een bijzondere afstudeeropdracht. Zij volgde de eerste 4 jaar Civiele Techniek in Brazilië waar ze vandaan komt. Haar laatste jaar volgt ze in Nederland. “In Brazilië duurt de opleiding Civiele Techniek 5 jaar,” licht ze in bijna vloeiend Nederlandse toe. “Fantastisch om bij te mogen dragen aan een innovatief en duurzaam Nederland,” besluit ze.