Promotieonderzoek versterkt preventieve mondzorg

Mondspoelmiddelen worden regelmatig gebruikt als aanvulling op het tandenpoetsen. De samenstelling, werking en bijwerkingen van mondspoelmiddelen lopen echter sterk uiteen. Wat is precies het werkingsmechanisme van deze middelen? En in hoeverre is hun effect wetenschappelijk onderbouwd?

Foto gemaakt tijdens promotie van docent-onderzoeker Bregje van Swaaij

Proefschrift Bregje van Swaaij

Docent-onderzoeker Bregje van Swaaij van de opleiding Mondzorgkunde aan de HAN promoveerde op het onderzoek “Mouthwashes in preventive oral health care – from composition to clinical outcomes”. Met haar proefschrift wil zij de beroepsgroep ondersteunen bij het onderbouwd en indicatiegericht adviseren van mondspoelmiddelen. 

Adviseren op basis van bewijs

“Als zorgprofessional draag je verantwoordelijkheid voor wat je aanbeveelt,” geeft Bregje aan. “Je moet kunnen uitleggen waarom je iets inzet: niet uit gewoonte, maar op basis van bewezen effectiviteit.” 

In haar onderzoek analyseerde ze de samenstelling van mondspoelmiddelen, onderzocht ze de werking van verschillende ingrediënten zoals fluoride, alcohol, chloorhexidine en essentiële oliën, en bracht ze bijwerkingen en klinische effecten in kaart. In het laboratorium controleerde ze onder meer of de hoeveelheid fluoride overeenkomt met wat op het etiket staat. Daarnaast bundelde ze klinische studies om de daadwerkelijke effecten te bepalen. 

Die combinatie van chemische analyse, klinisch onderzoek en literatuurstudies draagt bij aan het gerichter in zetten van mondspoelmiddelen. 

Van ‘frisse adem’ naar indicatiegericht werken

Mondspoelmiddelen worden nog vaak gezien als een algemeen product voor een frisse adem. Haar onderzoek laat zien dat een mondspoelmiddel, op indicatie van een tandarts of mondhygiënist, een goede aanvulling zijn op de dagelijkse mondverzorging. 

Bij gingivitis (tandvleesontsteking) vraagt de indicatie om andere actieve ingrediënten dan bij halitose (slechte adem) of een verhoogd cariësrisico. Een patiënt met een hoog cariësrisico heeft baat bij fluoride. Bij tandvleesproblemen kunnen essentiële oliën, CPC of chloorhexidine passend zijn. 

“Het is géén one size fits all-product. Eerst bepaal je de indicatie. Daarna kies je gericht het juiste middel met actieve ingrediënten. Dat is professioneel handelen.” 

Daarmee draagt haar onderzoek bij aan een belangrijke ontwikkeling binnen de mondzorg: van routinematig adviseren naar bewust, onderbouwd en gepersonaliseerd adviseren. 

Bregje van Swaaij tijdens haar promotie
Bregje van Swaaij tijdens haar promotie

Evidence-based én samen met de patiënt

Een belangrijk doel van het proefschrift is het versterken van evidence-based werken binnen de beroepsgroep. Dat betekent: wetenschappelijk bewijs combineren met klinische expertise van de professional, beschikbare middelen én het perspectief van de patiënt. 

“Shared decision making is essentieel. We moeten niet alleen weten wat werkt, ook de patiëntervaring is heel belangrijk, want die bepaalt hoe lang en hoe trouw een middel gebruikt wordt. Als een patiënt het niet prettig vindt in gebruik, stopt hij ermee en missen we ons doel ” 

Onderbouwing in een tijd van snelle informatie

Tegelijkertijd speelt het onderzoek in op actuele ontwikkelingen. Mondgezondheid is steeds vaker onderwerp van publieke discussie. Zo ontstond er media-aandacht rond de mogelijke invloed van chloorhexidine op de bloeddruk. 

In een literatuurstudie bundelde zij, samen met collega en promovendus Lars Toonen, alle beschikbare klinische onderzoeken. De uitkomst: een minimale stijging van de bovendruk van 2 mmHg. Deze stijging bleek niet statistisch significant en niet klinisch relevant, waarmee het product als veilig wordt bestempeld. 

Ook rond fluoride circuleren online regelmatig zorgen. Ze benadrukt hierbij het belang van wetenschappelijke duiding: bij normaal gebruik is fluoride veilig en sterk bewezen effectief tegen cariës. 

Juist in een tijd waarin informatie zich snel verspreidt, is een stevige wetenschappelijke basis voor de professional onmisbaar. 

Brug tussen onderwijs en praktijk

Het promotietraject was een samenwerking tussen ACTA, Radboudumc en de HAN. Als docent-onderzoeker vertaalt zij de nieuwste inzichten direct naar het curriculum van Mondzorgkunde en de dagelijkse praktijk. 

Studenten leren kritisch naar literatuur kijken, wetenschappelijke claims beoordelen en indicatiegericht werken. Daarmee werkt de opleiding actief aan verdere professionalisering van het vak. 

“Preventie is de kern van ons beroep, waarbij wij onderbouwd adviseren op basis van actuele richtlijnen, wetenschappelijke inzichten en klinische ervaring om de (mond) gezondheid te verbeteren.”

Blijven bouwen aan kennis

Na haar promotie blijft Bregje actief in het onderwijs en onderzoek. Ze begeleidt nieuwe promovendi en start met een ORANGE Health-subsidie een vervolgonderzoek naar de relatie tussen mondgezondheid en darmkanker, met als doel een innovatieve speekseltest voor vroege opsporing. Want mondzorg staat niet op zichzelf. Het is een belangrijk onderdeel van algemene gezondheid. 

Volg Bregje van Swaaij op Linkedin