Internationale samenwerking
HEQED AI in Helsinki: wat vraagt AI van het hoger onderwijs?

HEQED AI onderzoekt wat AI betekent voor health equity (kansengelijkheid) en voor leren en lesgeven in het hoger onderwijs. Het project bouwt voort op het eerdere Erasmus+ HEQED-project, waarin de partners een gezamenlijk kader rond health equity en een online leerplatform ontwikkelden.
Gwendolijn Boonekamp is projectleider. Vanuit het iXperium Centre of Expertise Leren met ict zijn Wouter Rijke en Carolien van Rens betrokken. Ook Bertrik Berfelo en Clark Nowack maakt deel uit van het projectteam.
Meer over HEQED AI, de doelen en de betrokken partners lees je op de projectpagina.
Van beleid naar concrete dilemma's
Voorafgaand aan het bezoek brachten de partners AI-beleid en richtlijnen in het hoger onderwijs uit de vier landen in kaart en gingen zij met verschillende betrokkenen in gesprek over kansen, risico's en dilemma's rond AI en health equity. In Helsinki vergeleken de partners hun bevindingen en bespraken ze de verschillen.
De eerste workshop ging over drie vragen: welke regels gelden voor AI? Hoe beïnvloedt AI kansengelijkheid? En wie is waarvoor verantwoordelijk? Dat bracht het gesprek al snel bij concrete vragen. Wat betekent het voor kansengelijkheid als betere AI-tools alleen tegen betaling beschikbaar zijn? Hoe zorgen we ervoor dat studenten AI gebruiken zonder dat hun eigen denkproces naar de achtergrond verdwijnt? Hoeveel ruimte moet een student hebben om AI juist niet te gebruiken? En wie draagt verantwoordelijkheid voor verantwoord AI-gebruik?
Vanuit iXperium was Wouter Rijke in Helsinki aanwezig. Ook projectleider Gwendolijn Boonekamp en projectteamlid Clark Nowack namen deel. Jochem ten Böhmer en Ingrid Busser sloten als gasten aan vanuit hun rol als beleidsadviseur binnen de HAN. Ook Wouter van Schriek, student van de Master Sport en Beweeg Innovatie, nam deel.
AI is meer dan technologie
Tijdens een tweede workshop bekeken de deelnemers het vraagstuk vanuit vijf HEQED-lenzen: human rights, social justice, ontological security, planetary wellbeing en participation. Die perspectieven helpen om niet alleen te kijken naar wat technisch mogelijk is met AI, maar juist ook naar de gevolgen ervan.
Wie kan bijvoorbeeld profiteren van een toepassing en wie mogelijk niet? Welke rechten spelen een rol? Welke mensen en perspectieven worden meegenomen? En welke invloed heeft het grootschalige gebruik van AI op energiegebruik en leefomgeving?
Juist door deelnemers uit vier landen hierover samen te laten praten, werden verschillen zichtbaar. In Nederland zijn verschillende landelijke en institutionele documenten over AI beschikbaar, terwijl in Spanje op het moment van de analyse minder specifiek AI-beleid op papier stond. In Finland en Spanje kwam daarnaast de impact van datacenters op energiegebruik en leefomgeving naar voren.
Voor Wouter zit daarin een belangrijke opbrengst van het werkbezoek aan Helsinki:
“Het is enorm waardevol om verschillende perspectieven naast elkaar te leggen. We hebben in de verschillende landen met dezelfde AI-vraagstukken te maken, maar de context en de manier waarop ermee wordt omgegaan verschillen. Juist door die perspectieven samen te brengen, kunnen we van elkaar leren en gezamenlijk verder komen.”
Wat vraagt dit van het hoger onderwijs?
De gesprekken in Helsinki maakten duidelijk dat verantwoord omgaan met AI verder gaat dan kennis van een tool of het opstellen van regels. Studenten moeten ook leren begrijpen welke kansen en risico's AI met zich meebrengt, welke waarden en belangen daarbij een rol spelen en wat dat betekent voor hun toekomstige beroepspraktijk.
Gwendolijn vat die opgave als volgt samen:
“AI is niet meer weg te denken, dus ook in het onderwijs hebben we te leren én te durven ermee om te gaan. Dat vraagt dat we zelf de kansen en mogelijkheden én de risico’s en bedreigingen begrijpen en die inzichten vertalen naar goed onderwijs. Zo bereiden we onze hbo-studenten voor om AI in hun beroepspraktijk bewust, kritisch en verantwoord te gebruiken.”
Van internationale gesprekken naar nieuw onderwijs
In de volgende fase van HEQED AI vertalen de partners hun inzichten naar de onderwijspraktijk. De partners testen hoe docenten AI en kansengelijkheid in hun lessen en bestaande onderwijsinnovaties bespreken. Dat doen ze met verschillende onderwijsexperimenten. AI kan daarbij een hulpmiddel zijn, maar ook juist een casus waarmee studenten kritisch onderzoeken wat technologie betekent voor kansengelijkheid.
Zo krijgt de uitwisseling in Helsinki een praktisch vervolg: niet alleen onderzoeken welke impact AI heeft, maar vooral wat studenten, docenten en opleidingen nodig hebben om er bewust, kritisch en verantwoord mee om te gaan.

