H2LIFE

Bouwen aan een flexibel ecosysteem voor een snel veranderende waterstoft

handen die een bal vasthouden, in de bal zijn bomen te zien.
Om onze wereld leefbaar te houden is een energietransitie nodig, met groene waterstof als belangrijk onderdeel. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Want iederéén moet meebewegen, in een bloeiend ecosysteem van onderwijs, ambtenaren, burgers en bedrijfsleven. En dan moet dat ecosysteem óók nog eens anticiperen op allerlei onverwachte technische en maatschappelijke ontwikkelingen.

Ga er maar aan staan, aan zo’n complex en overweldigend vraagstuk. Toch is dat precies wat de HAN, in samenwerking met partners, gaat doen met het project H2LIFE. Het belangrijkste doel van H2LIFE? Kennis ontwikkelen rondom een zogeheten responsief ecosysteem, waarin alle partijen samenwerken in én aan een constant ontwikkelende waterstofwereld. 

Constante veranderingen

De toepassing van groene waterstof, uit groene stroom, staat nog in de kinderschoenen. Dat uit zich in continue nieuwe vraagstukken, uitdagingen en problemen. Want waterstoftechnologie ontwikkelt zich voortdurend, inclusief allerlei uitdagingen wat betreft transport, productie, veiligheid, opslag en gebruik. Hoe bouw je bestaande machines of vervoersmiddelen om? Hoe vind je de juiste mensen die die machines kunnen bedienen, repareren en zorg kunnen dragen voor de veiligheid? Wat voor onderwijs is er nodig, en hoe anticipeert het huidige onderwijs snel en soepel op al die veranderingen?

Human Capital

Over dat laatste heeft Bert Jimmink, practor bij Aventus en partner in het project genoeg te melden. “70 tot 80 procent van de werkzaamheden rondom waterstof gaan straks door mbo’ers uitgevoerd worden. Met de constante veranderingen en innovaties is steeds meer human capital nodig: mensen die kunnen repareren, diagnostiseren en waterstofontwikkelingen technisch mee kunnen vormgeven.” 

De voorbeelden zijn nu al legio, zegt Bert. “Denk aan vrachtwagenfabrikanten met een verbrandingsmotor op waterstof, brandstofcellen op grote machines in de wegenbouw, of fabrikanten die gebruik maken van een waterstofaggregaat. Onze studenten moeten dat in die constant veranderende praktijk gaan leren. Want er komen steeds innovaties bij, die nu nog niet onderwezen worden. Als we studenten nu niet op die toekomst voorbereiden, missen we de boot.”

Als we studenten nu niet op die toekomst voorbereiden, missen we de boot

Case studies

Bert noemt het vooruitstrevend dat het mbo zo actief meedoet binnen H2LIFE. “We werken binnen een aantal case studies samen met het hbo, bedrijfsleven en de praktijk.” De case studies die Bert noemt zijn onderdeel van het learningcommunityprogramma, dat eigenlijk de spil vormt van H2LIFE. “Met zijn allen leren we van elkaar. Voor mij als expert uit het mbo is het vooral bijzonder dat het mbo en hbo allebei van elkaar leren. Wij hebben de technische en praktische ervaring; het hbo kan die ervaring weer benutten, verrijken en doorontwikkelen.”

Onderwijstransitie

Koren op de molen van Wietske Kuijer, lector Responsief Beroepsonderwijs op de HAN. Zij focust zich met haar lectoraat binnen H2LIFE op de vraag hoe je responsief beroepsonderwijs ontwikkelt, en hoe je kan anticiperen op wat er gebeurt in een snel veranderende maatschappij. “We willen onderwijs ontwikkelen waarin (toekomstige) professionals in staat zijn om te gaan met nieuwe situaties en daar naar kunnen handelen. Wij geloven dat er echt een flinke transitie in het onderwijs nodig is om actief mee te kunnen doen in zoiets enorms als de waterstoftransitie. De veranderingen zijn snel en disruptief. Daarin heeft het onderwijs een opgave. Maar hoe we dat precies gaan doen, weten we nog niet.”

Wietske onderstreept ook hier het belang van de learning communities. “De learning communities zijn niet alleen voor studenten, maar voor de héle praktijk. Leren, werken en innoveren is niet makkelijk te realiseren: er wordt vaak naast elkaar gewerkt. In een learning community werk je in een mix van mensen. Die opgedane kennis koppelen we weer terug naar het onderwijs. Dan is het de vraag: hoe ontwikkelen die professionals hun wendbare en adaptieve vermogen? Dat gaat zowel om studenten als docenten.”

Hun rollen gaan veranderen, vertelt Wietske. “De docent is er niet meer alleen voor kennisoverdracht, maar zal het leren van, met en óver elkaar faciliteren in gemixte stakeholdergroepen. De docent zal ook zelf weer leren van studenten die met kennis komen uit zo’n learning community. Je moet elkaar leren begrijpen en verstaan.”

Goed. We hebben dus studenten en docenten in de brede waaier van het beroepsonderwijs, binnen een onderwijssysteem dat ingrijpend op de schop moet. Daarnaast allerhande bedrijven en professionals uit de waterstofhoek die elkaar moeten vinden, begrijpen én van, met en over elkaar leren in een onvoorspelbare wereld vol uitdagende waterstofinnovaties. Hoe leid je dat in vredesnaam in goede banen?

Carolien Kattenbelt is associate lector Balanced Energy Systems aan de HAN en projectleider van H2LIFE, en verantwoordelijk voor het houden van overzicht. Carolien is zich zeker bewust van de complexiteit, maar laat zich hierdoor niet tegenhouden. “Ons doel is duidelijk: in de regio Oost een ecosysteem verstevigen rondom groene waterstof en dan met name human capital”, vat ze bondig samen. Maar waarom is de HAN dan precies de kartrekker? “Als kennisinstelling zijn wij goed in verschillende partijen met elkaar verbinden. De HAN is vanuit het hbo in bijna alle thema’s van de R&D-pijler van GroenvermogenNL betrokken.  Alle projecten worden door landelijke consortia uitgevoerd en creëren samen essentiële nieuwe kennis rond waterstof. En we hebben faciliteiten zoals ons eigen Hydrogen Lab, waar we met verschillende partijen onderzoek doen naar de productie van waterstof.”

portret van Caroline Kattenbelt

Macro, Meso, Mirco

De learning communities zijn op 3 niveaus gedefinieerd, vertelt Carolien. “De regio als geheel is macro, meso zijn samenwerkingen die gebeuren in bijvoorbeeld een Centre of Expertise. Op microniveau komen diverse mensen bij elkaar om aan een bepaald vraagstuk of project te werken. Zo komt er bijvoorbeeld een learning community over zware mobiliteit, en gaan we onderzoeken hoe we allerlei shared facilities van de verschillende partijen met elkaar kunnen gaan verbinden. Want HAN is kartrekker, maar we zijn niets zonder Saxion, University of Twente, Aventus, ROC Nijmegen en ROVC, en alle shared facilities en bedrijven die meedoen.”

H2LIFE gaat over uitdagingen waar een lange adem voor nodig is en dan vooral wat betreft human capital. Het project draait de komende 4 jaar. Hoe ziet Carolien de ideale toekomst voor zich? “Ik zie dan een ecosysteem voor me waarin iedereen zijn kennis deelt. Ik zie partijen elkaar op allerlei nieuwe vlakken vinden en intensief van elkaar leren. Zodat we in de toekomst genoeg mensen hebben om de hele waterstoftransitie mogelijk te maken.”