Hoe krijg je mensen met dementie actief?

Het aantal mensen met dementie in verpleeghuizen neemt toe, juist nu het steeds moeilijker is personeel voor dit soort instellingen te vinden. Dat vraagt om nieuwe manieren om deze groep van de beste zorg te voorzien.
Daarbij moet er ook aandacht zijn voor hun welzijn en het aanbieden van zinvolle activiteiten. Coosje Hammink deed een promotieonderzoek om te kijken hoe je deze groep het beste kunt activeren.
Coosje is docent en onderzoeker bij het Lectoraat Architecture in Health van de Academie Built Environment. Ze observeerde voor haar onderzoek als een ‘fly on the wall’ op een zestal locaties hoe de dag in een verpleeghuis verloopt. Coosje: “Wat opviel is dat de meeste bewoners de hele dag niet zoveel doen. Sommigen lopen wat rond en anderen krijgen bijna elke dag bezoek. Er zijn echter ook mensen die alleen maar zitten te zitten. Dat wist ik, maar ik vond het confronterend zo te zien.”

Belevingsgericht werken
“Het actief houden van mensen beschermt hen tegen snellere functionele achteruitgang. Wonen mensen nog thuis, dan moeten ze allerlei dingen doen, bijvoorbeeld de hond verzorgen. In het verpleeghuis wordt de dag veel meer voor je bepaald. Verpleeghuizen proberen daar verandering in te brengen. Ze richten zich op ‘belevingsgericht werken’, maar dat loopt moeilijk. Op sommige plekken krijgen bewoners niet meer dan één uur per 3 weken dergelijke begeleiding en zijn ze voor de rest afhankelijk van de tijd die ‘overblijft’ bij het verplegend personeel of bezoek.”
Triggers
“Er zijn veel experimenten uitgevoerd die kijken hoe je mensen activeert. Dat ging dan alleen om cognitief gezonde mensen. Mensen met dementie hebben de daarvoor noodzakelijke vaardigheden vaak niet meer. Dat gaat niet alleen om het geheugen, maar ook om achteruitkijken en vooruitplannen. Wij wilden onderzoeken wat triggers zijn die deze mensen wél aanzetten tot activiteit."
Goed nieuws
“We keken hoe mensen reageren in 3 sociale scenario’s: in je eentje een activiteit doen zoals de krant lezen of knutselen, een verpleegkundige die 1-op-1 met iemand bezig is of een groepsactiviteit. We zagen de sterkste reactie terug op de groepsactiviteit. Dat is goed nieuws voor de verpleegkundigen. Was de uitkomst geweest dat alleen persoonlijke interventies werken, dan moeten ze behoorlijk aan de bak.
We zagen dat het overdrachtsmoment, als het personeel zonder bewoners gaat samenzitten voor overleg, een enorme aantrekkingskracht had. Bewoners kwamen er uit zichzelf bij staan. Dat leidde bij ons weer tot vragen als; ‘Is alleen al het zien van activiteit van anderen aantrekkelijk voor bewoners?’ en ‘Wat zou je kunnen doen om hen er daadwerkelijk bij te betrekken?’. Dat laatste is moeilijk.”
“De omgeving aanpakken om mensen te stimuleren iets te doen veel heeft minder effect. Uit onze observaties bleek dat tafels in verpleeghuizen meestal leeg zijn. We keken of je mensen kunt triggeren actief te worden door daar bepaalde dingen neer te leggen en ze beter te structureren of meer contrast te geven. Dat was niet zo. Als het al werkte, was dat pas als er ook iemand sociale aanwijzingen geeft als ‘Vindt u het niet leuk om te gaan tuinieren?’.”
Alle deuren open
Verpleeghuizen voor mensen met dementie zijn ooit gebouwd (of verbouwd) vanuit het idee dat voorkomen moet worden dat mensen weglopen, vertelt Coosje: “Dat is veranderd. Deuren moeten nu open kunnen, stelt de wet. Ik kan me voorstellen dat verpleegkundigen zich nu zorgen maken dat mensen weglopen, maar ook dat het heel zwaar is als je nooit meer zelfstandig van zo’n afdeling weg kunt. Daar moet een balans in gevonden worden.
Op 1 locatie zagen we daar echt iets opvallen. Dat gebouw was niet speciaal voor deze doelgroep gebouwd en ook nooit zo gericht op het afsluiten. Daar was het weglopen van bewoners helemaal niet zo’n probleem. Het ging er heel losjes aan toe: de persoon achter de balie lette op en ook de buurt was voorbereid op deze groep. Het bleek daar dus wel te kunnen. Er zijn natuurlijk mensen waarbij je er terecht bang voor moet zijn dat hen iets overkomt. De zorgen om de groep waarbij er het grootste risico is dat ze verdwalen moet er echter niet toe leiden dat ook andere bewoners niet naar buiten kunnen. Er wordt veel moeite gedaan om de buitenwereld naar binnen te halen, bijvoorbeeld door iemand te laten komen die met de bewoners gaat bloemschikken. Maar; laat ze alsjeblieft ook contact houden met de buitenwereld.”
Sensoren meten stressniveau
Een belangrijke vaststelling van Coosje is dat het moeilijk blijkt enkel door observatie te bepalen of iemand met dementie ergens echt bij betrokken is. Dat bleek onder meer toen ze meeliep met een bedrijf dat sensoren maakt waarmee stressniveau wordt gemeten. “Zij wilden weten of deze sensoren ook bij mensen met dementie bruikbaar zijn. Bewoners met dementie kregen een borstband om en moesten vervolgens een route lopen om te kijken welke dingen leiden tot een hartslagverandering. Onder hen was een dame in een rolstoel die niet meer kon praten en heel passief was geworden. Met deze mevrouw gingen ze nooit naar buiten, vertelde de verpleging, want ze begon dan altijd heel hard te gillen.
Dat deed ze tijdens de test ook, maar haar reactie was niet goed te plaatsen. De verpleging dacht dat er sprake was van paniek. De meting leek echter opwinding of blijheid te tonen. Wellicht vindt ze naar buiten gaan dus juist heel fijn en denkt alleen de verpleging dat ze het verschrikkelijk vindt. Je hart breekt als je dan bedenkt dat iemand al 2 jaar niet meer buiten komt, alleen omdat het zo moeilijk is haar gedrag te interpreteren. Voor mij een aanleiding dit verder te onderzoeken. Zo’n sensor kan dus helpen bij de interpretatie van gedrag. Het is geen compleet beeld, maar in combinatie met observatie kun je beter inschatten welke emoties er spelen.”
Beleeftafel staat in het hok
“Ik heb zelf een fascinatie voor slimme gebouwen. Bij de verpleeghuizen waar ik kwam, vroeg ik altijd naar slimme interventies. De meeste instellingen bleken er meerdere te hebben. Ergens stond zelfs een nagebouwde bus inclusief drukknopjes. En velen hebben een knuffelrobot of een ‘beleeftafel’. Als ik vroeg waar die stond, werd er lang nagedacht. ‘Oh, ergens in een hok.’ Gebruikt werden ze bijna niet. Eigenlijk viel dit onderwerp buiten mijn promotieonderzoek, maar het heeft me zo getriggerd dat we toch een vervolgonderzoek zijn gestart.
Ik heb wel een idee waarom deze slimme interventies nauwelijks gebruikt worden. Voor bewoners is het vaak te moeilijk die apparaten zelf te bedienen. Ze zijn niet bereikbaar en voor bewoners dus niet herkenbaar als iets dat ze kunnen doen. Er is eigenlijk altijd begeleiding nodig en verpleegkundigen komen daar niet aan toe. Zij zijn de hele dag druk met het leveren van goede zorg. Dan moet je zorgen dat begeleiders hier tijd voor hebben of de technologie zo aanpassen dat mensen zelfstandig aan de slag kunnen. Ook zien ze deze apparaten vaak als ‘extra’, niet als deel van de reguliere zorg. Weet je dat er begeleiding nodig is en je kunt die niet geven, of je hebt niet nagedacht hoe slimme interventies zelfstandig gebruikt kunnen worden, dan heeft het eigenlijk geen zin deze zaken aan te schaffen.”
het Lectoraat Architecture in Health
Het lectoraat Architecture in Health staat voor een slimme, meevoelende en toekomstgerichte woonomgeving ontwikkelen voor (oudere) mensen in onze samenleving. Deze empathische woonomgeving ondersteunt mensen in dagelijkse activiteiten. Het waarborgt autonomie en zorgt voor een waardige manier van wonen en ouder worden.
Voor het ontwikkelen van een empathische woonomgeving combineren we inzichten uit de sociale wetenschap, bouwkunde en techniek. Deze multidisciplinaire aanpak is essentieel. Alleen zo slaan we een brug tussen wat mensen willen en nodig hebben en wat er ruimtelijk en technologisch mogelijk is.

