Wat geven we onze leerlingen mee?

Vernieuwing eindexamenprogramma's

De kerndoelen voor basisscholen en de onderbouw van middelbare scholen zijn onlangs vernieuwd. Nu zijn de eindtermen voor vmbo, havo en vwo aan de beurt. Daarin staat wat leerlingen aan het einde van hun middelbare schooltijd moeten kennen en kunnen. En dus wat leraren te doen staat.

De noodzaak om de eindtermen te vernieuwen is groot. “Neem het examenprogramma voor economie in het vmbo. Dat was voor het laatst geactualiseerd in 1998”, zegt Roel Grol, associate lector bij de Academie Educatie van de HAN. “Toen betaalden we nog met guldens en had ik nog geen e-mailadres.”
Samen met leraren en lerarenopleiders, van wie er vijf aan de HAN werkten, dacht Roel de afgelopen twee jaar mee over de nodige vakvernieuwingen. Roel was lid van de commissie voor economie en bedrijfseconomie, samen met leraar en lerarenopleider Wilco van Veldhuizen en vakdidacticus Jolanda Suijker (beiden van de HAN Masteropleidingen). Lerarenopleider Roeland van Westerop zat in de commissie voor aardrijkskunde en onderzoeker Katrijn Opstoel in de commissie voor sport en bewegen. Wat deden zij zoal? En waaruit bestaan de vernieuwingen?

Inzichten voor het leven

“De samenleving is flink veranderd, we leven in een fundamenteel andere tijd en er is veel nieuwe kennis bijgekomen”, aldus Roel. “Dat vraagt om een herijking van wat wij leerlingen meegeven.” Zo wordt het schoolvak economie onder meer uitgebreid met inzichten uit de gedragseconomie: welke psychologische factoren beïnvloeden de economische keuzes die mensen maken? Bij bewegen en sport gaat meer aandacht uit naar de ontwikkeling van sociale vaardigheden en het ontwerpen van beweegactiviteiten. En bij aardrijkskunde wordt fysische geografie bijvoorbeeld meer verweven met sociale geografie. Nieuw is ook dat de programma’s voor vmbo, havo en vwo in samenhang geüpdatet worden. Leerlingen verschillen wel van elkaar, maar verdienen eenzelfde fundament. “Wat gunnen we iedere leerling, ongeacht niveau, als voorbereiding op het verdere leven? Dat was een belangrijke vraag.”

Goed voorbereid de wereld in

De vakvernieuwingscommissies kregen een paar uitgangspunten mee. Misschien wel de belangrijkste: onderwijs draait om kwalificatie én om persoonlijke vorming en socialisatie van leerlingen. De commissies bestonden naast opleiders en onderzoekers uit leraren van vmbo, havo en vwo en werden begeleid door een curriculumexpert van SLO, het expertisecentrum voor curriculumontwikkeling. De leden kregen meermaals feedback en advies van een brede advieskring en spraken met hoogleraren en andere experts over relevante ontwikkelingen in hun vakgebied: wat hebben leerlingen nodig om niet alleen hun examen te halen, maar om ook met kennis en inzicht naar de wereld te kijken?

Docent Niels Janssen staat samen met 4 leerlingen rond tafel terwijl ze naar een laptop kijken op het Citadel College.
Leraar legt leerlingen wat uit

Van vak naar werkelijkheid

Roel zoomt nog even in op de vakvernieuwing van economie. “Leerlingen krijgen nog steeds les in economische theorieën en doen economische inzichten op. Daarnaast maken ze kennis met maatschappelijke vraagstukken en sociaaleconomische dilemma’s als: hoe houden we de zorg betaalbaar? Daarop bestaat niet één goed antwoord. Om zo’n vraagstuk te begrijpen, heb je kennis nodig van economische modellen, belanghebbenden, instituties, data en wat al niet meer. Inzicht in die gelaagdheid en dimensies vinden we belangrijk. Economie gaat niet alleen over de overheid en de markt, ook huishoudens en gemeenschappen leveren producten en diensten, denk aan mantelzorgers. We willen het vak meer verbinden met de eigen werkelijkheid van leerlingen en met de economische beslissingen die zij in hun leven gaan nemen. Financiële educatie hoort daar bijvoorbeeld ook bij.”

Een opeenstapeling van uitdagingen

Over de vakvernieuwingen is ook in clusters nagedacht. Zo vormden de commissies voor economie, bedrijfseconomie, aardrijkskunde, geschiedenis en filosofie met elkaar het cluster mens en maatschappij. Waar zit de samenhang tussen deze vakken? Gebruiken we daarbij dezelfde begrippen? Is dat voor leerlingen duidelijk? En alsof het allemaal nog niet ingewikkeld genoeg was, stonden de commissies ook nog voor deze uitdaging: de nieuwe programma’s moeten actueel zijn, maar ook langere tijd meegaan. Roel: “De importheffingen van de regering-Trump zijn te specifiek, te veel van nu. Maar zoiets als wereldvoedselvoorziening is van alle tijden en concreet genoeg om te praten over productie, consumptie, handel en verschillen tussen mensen, culturen en gebieden.”

Kerndoelen en keuzemogelijkheden

De commissies leveren per vak een set aan eindtermen op. Belangrijk onderdeel daarvan is ‘de karakteristiek’. Die beschrijft de kern van het schoolvak en de onderwijsdoelen – in termen van kennis, persoonlijke ontwikkeling en loopbaanoriëntatie. Ook worden er keuzeonderwerpen en voorbeelden van lesactiviteiten in opgenomen. Roel: “De karakteristiek is een kompas voor scholen, vakgroepen, leraren, opleiders, examenmakers en uitgevers. Bij verdere keuzes in het curriculum helpt die hen bij de vraag: draagt dit bij aan wat we leerlingen met dit vak willen meegeven?”

Roel is enthousiast over de vernieuwingen en heeft net als zijn collega’s genoten van het samenwerken in de commissies en de bijdragen die zij mochten leveren aan deze belangrijke updates. Wel wil hij nog zeggen: “Niet alles wordt anders. We leggen landelijk de eindtermen vast, maar leraren houden hun ontwerpruimte en eigenaarschap. Zíj bedenken hoe ze de doelen willen bereiken met leerlingen. En daar zijn ze hartstikke goed in.” 

En nu: samen verkennen en voorbereiden

Met de publicatie van de nieuwe eindtermen, op 6 oktober, begint een nieuwe fase. Opleiders, uitgevers, examenmakers en uiteraard leraren en leerlingen gaan in pilots oefenen met het nieuwe programma en met voorbeeldmaterialen en -examens. Daaruit blijkt welke aanpassingen nodig zijn en op welke onderdelen leraren ondersteuning of nascholing nodig hebben. Naar verwachting worden de nieuwe programma’s dan vanaf 2031 ingevoerd. De eerste eindexamens volgen een paar jaar later.
Roel: “Ik zie veel perspectief om docenten, samen met lerarenopleiders van de HAN en de Radboud Universiteit en de scholen in de regio, voor te bereiden op de nieuwe programma’s voor alle schoolvakken. Wat betekenen de nieuwe eindtermen in de praktijk? Welke inhoud verandert? Wat vraagt dat van het didactisch handelen van leraren? Hoe kunnen we daarmee al oefenen en experimenteren? Welke professionalisering helpt ons daarbij?”

Meer weten?

Heb je vragen over de vakvernieuwingen of het professionaliseringsaanbod van de HAN? Kijk op han.nl/educatiepro of mail naar educatie.pro@han.nl.