“Dit is de beste vorm van nascholing”
Docenten van het Pax Christi College in Druten werken in docentontwikkelteams aan hun eigen onderwijspraktijk. Met begeleiding vanuit de HAN ontwerpen ze nieuwe lessen, onderzoeken ze hun curriculum en leren ze van elkaar.

Een paar jaar geleden stelden docenten van Pax zich de vraag: hoe versterken we de autonomie van leerlingen en hoe vergroten we hun betrokkenheid bij het onderwijs? “We hadden ons allemaal kunnen aanmelden voor nascholing. Maar omdat we met een grotere groep collega’s hetzelfde vraagstuk wilden oppakken, vroegen we docentenopleiders van de HAN en Radboud Universiteit of ze naar ons wilden komen. Zo ontstond de eerste DOT op onze school”, vertelt Thomas de Bruijn, docent Nederlandse taal en literatuur en coördinator van de Talen-DOT.
Op het snijvlak van onderzoek en onderwijs
Pax-docenten vormen elk jaar nieuwe DOTs. Naast de Talen-DOT is er ook een Bèta-DOT en een Zaakvakken-DOT. Evelijn Thijssen, lerarenopleider Engels bij de HAN Academie Educatie, begeleidt sinds twee jaar docenten Nederlands, Duits, Spaans, Engels en klassieke talen in de Talen-DOT. Evelijn: “We komen vier avonden per jaar op school samen – op wisselende dagen, dus niet steeds op iemands vrije of drukste dag. En de school regelt een diner, als pauze in de vier DOT-uren.”
Dit schooljaar werken de docenten niet aan één gezamenlijk vraagstuk, maar per sectie aan een eigen onderwerp. De docenten Duits onderzoeken hoe ze beter kunnen differentiëren op leesniveau. En de collega’s Spaans zoeken naar een aanpak die leerlingen beter helpt bij woordjes leren. Evelijn: “De groepjes verdelen zich over de ruimte en gaan aan de slag met hun ontwikkelproces. Ik loop rond en denk mee over methodiek en vervolgstappen. Zie ik raakvlakken tussen de groepen, dan geef ik dat bij ze aan zodat ze inzichten kunnen delen.”
Ik bevind me bij de HAN op het snijvlak van onderwijs, onderzoek en werkveld – ik kan de docenten dus ook actuele literatuur aanreiken en toegang geven tot mijn netwerk.
Slim aan de slag
Thomas onderzoekt met zijn Nederlands-collega’s hoe ze over anderhalf jaar kunnen voldoen aan de nieuwe kerndoelen en eindtermen voor hun vak. “De overheid heeft de criteria flink uitgebreid en aangescherpt, dus willen we weten: hoe goed zijn we al op weg en waar moeten we nog aan trekken? Met advies van Evelijn hebben we ons curriculum in een schema gezet en per eindterm aangegeven welke kennis en vaardigheden we toetsen. Zo zien we wat nog nodig is en waar we dubbel werk doen – en hoe het dus slimmer kan.”
Een van de nieuwe kerndoelen vereist dat leerlingen taalvariatie en -verandering verkennen – denk aan schooltaal, vaktaal, groepstaal en streektaal. “Terwijl we hierover in de DOT nadenken, noteren we vragen voor Evelijn en al onze ideeën. Soms kunnen we er meteen iets mee. Zo hebben we aandacht voor streektaal toegevoegd aan het project waarin leerlingen een taalkrant maken. Eén van de artikelen moet nu gaan over het Maas- en Waals dialect.”

Zelf je onderwijs ontwerpen
“Op scholen worden ontwikkelthema’s vaak van bovenaf aangestuurd”, zegt Evelijn. “In een DOT gaat het andersom: docenten bepalen zelf welk vraagstuk ze oppakken. Dat vergroot hun eigenaarschap en maakt ze trots op de resultaten.” Thomas bevestigt: “Het is inspirerend om met collega’s aan een actueel vraagstuk te werken. We leren elkaar beter kennen, wisselen ervaringen uit en ontdekken waar we goed in zijn. Ook de coaching van Evelijn is heel waardevol.” En de tijd die het kost? “Docenten hebben het druk. Maar als ik mijn lessen goed voorbereid zijn, hoef ik er in de weken daarna niet veel meer aan te doen en heb ik best ruimte voor de DOT. Bovendien geeft het energie om samen met collega’s verbeteringen in gang te zetten voor je eigen onderwijs.”
Beste vorm van nascholing
Thomas vindt een DOT de beste vorm van nascholing. Of dat ook meetbaar is? “Dit gaat niet over meten of cijfers. Het gaat over verandering in houding en gedrag.” Toch een concreet resultaat van de sectie Nederlands: “We ontdekten dat we leerlingen soms op zeven manieren bevroegen over hetzelfde leerdoel. Bijvoorbeeld met een schrijfopdracht, posterpresentatie, mondeling én proefwerk. Door daar doordacht in te schrappen, verlaagden we de toetsdruk en ontstond er meer ruimte voor andere onderwijselementen.”
Ik durf wel te beweren dat we hiermee een enorme kwaliteitsimpuls aan ons onderwijs geven.
Uitrollen en verder brengen
Evelijn denkt tegen het einde van de DOT met de docenten mee hoe zij hun inzichten kunnen delen in de school. Thomas: “In mei presenteren we onze opbrengsten aan alle DOT-collega’s. Daarna praat ik mijn eigen sectie bij en wil ik ook het bestuur laten zien hoe ver we zijn gekomen en welke stappen nog nodig zijn. Ik verwacht dat collega’s en bestuur de urgentie wel voelen. Maar het lukt alleen als we het echt samen doen.”
Zelf aan de slag met DOTs
Tot slot twee tips van Evelijn. “Leraren die met DOTs willen starten hoeven niet al een heel concrete vraag te hebben. Met alleen een richting – bijvoorbeeld ‘lessen efficiënter voorbereiden’ – kunnen we al van start. Met kritische vragen, input over wat er al bekend is over het onderwerp en samen brainstormen komen we steeds een stap verder. Commitment is daarbij wel essentieel: aanwezig zijn, goed voorbereiden en tussentijds oefenen met inzichten.”
Voor teamleiders die DOTs willen inzetten voor professionalisering: “Veel thema’s zijn vakspecifiek en vragen ook om een vakspecifieke oplossing en coaching. De kracht van de DOT is dat collega’s zich samen kunnen verdiepen in de didactiek van hun eigen vak. Laat docenten dus zelf hun thema kiezen. Bovendien: wie de urgentie voelt, heeft meestal ook het enthousiasme om erin te duiken.”
Meer weten?
Wil je meer weten over DOTs en de mogelijkheden voor professionalisering van jouw team(s)? Kijk op han.nl of neem contact op met Evelijn Thijssen via onderzoek-educatie@han.nl.
