Onderzoek naar duurzame fietsbrug

Is er een duurzamer alternatief voor een traditionele fietsbrug? Dat is de vraag die Jos te Hennepe en Teun Wopereis zichzelf stellen in hun afstudeeronderzoek van de opleiding Civiele Techniek. Ze ontdekten dat je dit met de milieukostenindicator goed kunt vergelijken.

309072 Jos te Hennepe en Teun Wopereis doen onderzoek naar een duurzame fietsbrug. Liggende foto

4 jaar lang hebben de 2 studenten tijdens hun opleiding Civiele Techniek (richting constructie) van alles geleerd over grote constructies, zoals bruggen, tunnels en viaducten, van beton en staal. Dus toen GelreGroen, de aannemerscombinatie die verantwoordelijk is voor het verlengen van de A15 richting de A12, hen de opdracht gaf te onderzoeken of een fietsbrug over de Linge in dit traject duurzamer kan worden ontwikkeld, verdiepten ze zich eerst in ander materiaal: hout. "Het is interessant dat we de theoretische basis die we op school hebben geleerd nu konden toepassen op nieuw materiaal," vindt Teun Wopereis (20) uit Lichtenvoorde achteraf.

Duurzaamheid krijgt een waarde

De fietsbrug in kwestie heeft een lengte van 22 meter. "In ons onderzoek hebben we de afweging gemaakt welke houtsoorten het meest duurzaam zijn en bovendien welke soorten sterk genoeg zijn voor zo’n lange constructie," legt Aaltenaar Jos te Hennepe (23) uit.
De twee Achterhoekers ontwierpen 3 brugvarianten: een liggerbrug, een vakwerkbrug en een boogbrug. Op basis daarvan maakten ze een inschatting van de materiaalhoeveelheden en vervolgens een beraming van de kosten en de duurzaamheid. Daarbij maakten ze gebruik van de milieukostenindicator (MKI). "Daar hadden we nog nooit van gehoord, maar dat kwamen we tijdens ons onderzoek tegen. Het is een indicator die door Rijkswaterstaat is ontwikkeld, waarbij je duurzaamheid een waarde kunt geven in euro’s en zo kunt vergelijken," vertelt Jos te Hennepe.

Verschillende houtsoorten

Studiegenoot Teun Wopereis vult aan: "Qua materiaal dachten we eerst aan tropisch hardhout, want dat is sterk. Maar we wilden ook kijken of er een geschikte houtsoort is dichter bij huis. Zo kwamen we uit bij eiken. Dat is goedkoper, maar wel minder sterk. Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat we eiken konden gebruiken op plekken in de constructie waar sterkte niet zo belangrijk is." Het uiteindelijke ontwerp moest dus bestaan uit een combinatie van houtsoorten.
Bij het type brug kwam de vakwerkbrug er als beste uit. "Die brug heeft veel verbindingen waar je staal voor nodig hebt. Dat komt de duurzaamheid niet ten goede, maar je hebt veel minder materiaal nodig dan bij de andere brugtypes. Uiteindelijk is dat volgens de MKI de meest duurzame variant," concluderen de studenten.

309073 Studenten Civiele Techiek, Jos te Hennepe en Teun Wopereis doen onderzoek naar een duurzame fietsbrug. Staand beeld.

Ontwerplevensduur

De houten brugconstructie is 75 procent duurzamer dan de stalen variant, maar is ook 50 procent duurder als je de kostprijs en de MKI bij elkaar optelt, ontdekten de studenten. "De staalconstructie is dus niet duurzaam, maar op dit moment wel het goedkoopst," verduidelijkt Jos te Hennepe. "Maar dat is met de huidige waardering van de MKI. Dat kan in de toekomst anders worden als een opdrachtgever bijvoorbeeld meer waarde hecht aan duurzaamheid."
Beide studenten hebben veel plezier beleefd aan hun onderzoek. Voor Teun Wopereis was het een openbaring dat duurzaamheid in de MKI wordt getoetst op elf factoren. "Vooraf dacht ik dat het alleen met de opwarming van de aarde te maken had. Maar er speelt veel meer mee. Superinteressant dat we daar nu mee hebben kennisgemaakt en dat je zo kunt sturen om duurzame keuzes te maken."
Voor Jos te Hennepe was de ontwerplevensduur een belangrijk leerpunt. "Het originele stalen ontwerp van de fietsbrug heeft een levensduur van vijftig jaar. Dat ga je met hout niet halen. Wanneer je kijkt naar de ontwerplevensduur dan blijkt azobé, tropisch hardhout, de meest duurzame houtsoort te zijn."

Solliciteren en doorstuderen

Hun onderzoek werd positief beoordeeld waarmee ze de opleiding nu hebben afgerond. Voor Teun Wopereis was dat het startsein om te gaan solliciteren naar een baan bij een aannemersbedrijf, waarbij ontwerp en uitvoering tot zijn werkzaamheden behoren. Jos te Hennepe wil nog een master Civiele Techniek in Delft gaan volgen om daarna een baan te zoeken waarbij zijn kennis van constructiebouw van pas komt want: ‘Hoe ingewikkelder de constructie, hoe interessanter.’

Foto en tekst: TechGelderland