‘Ik hoop dat elke VR-onderzoeker mijn richtlijn gaat gebruiken’

Syl Slatman ontwikkelde zich de afgelopen jaren tot internationaal erkend deskundige in het gebruik van Virtual Reality (VR) in de fysiotherapie. 3 juni 2026 promoveert hij op dit onderwerp. Trots is hij op de richtlijnen die hij formuleerde voor de verslaglegging van VR-onderzoek in zijn vakgebied.
Bij VR creëert een computer een digitale omgeving die gebruikers onderdompelt in een werkelijkheid die de realiteit dicht benadert. Syl ontwierp en onderzocht interventies die deze techniek toepassen in de fysiotherapie.
“In ons onderzoek hebben we 3 interventies geprobeerd. De eerste is oefentherapie. Dat gaat om de oefeningen die de patiënt normaal als huiswerk meekrijgt. De bedoeling daarvan is mensen te activeren. Met een VR-bril op kun je in een virtuele wereld boksen, tennissen of dingen uit een boom plukken. De tweede module is gericht op ontspanning en afleiding. Daarmee kun je bereiken dat mensen met chronische pijn zo sterk afgeleid worden dat ze even niet aan hun pijn denken.”

De derde module is educatie. “Veel mensen hebben het beeld dat chronische pijn langdurig acute pijn is. Dat klopt niet. Chronische pijn is, zo wordt nu aangenomen, meer een aandoening van het pijnsysteem zelf. Zie het pijnsysteem als een brandalarm dat bij chronische pijnpatiënten te sterk staat afgesteld.”
Voor pijneducatie maken mensen met een VR-bril op een reis in een soort van onderzeeër langs alle onderdelen van het lichaam die met pijn te maken hebben: de hersenen, het ruggenmerg, de zenuwbanen. “Mensen zien dan hoe acute en chronische pijn werken. We hopen dat mensen met meer kennis van pijn weten dat er geen weefselschade hoeft te zijn en dat ze dus vaak veilig kunnen bewegen zonder iets stuk te maken. Daardoor komt er een normaler beweegpatroon en ervaren ze misschien ook minder pijn.”
Gecontroleerd onderzoek
We hebben een gecontroleerd onderzoek gedaan naar de effectiviteit van deze interventies. De controlegroep kreeg alleen fysiotherapie, zoals ze altijd zouden krijgen. De interventiegroep kreeg daarnaast ook VR-therapie. De interventiegroep leek het op sommige uitkomstmaten iets beter te doen, maar omdat de onderzoeksgroep klein was moeten we voorzichtig zijn om uit te spreken dat het echt van meerwaarde is.”
Slechts een deel van de fysiotherapeuten maakt momenteel gebruik van VR. Ook is er een groep voor nu weer mee gestopt. En een groot deel heeft er nog geen ervaring mee.
Slatman: “De VR-technologie ontwikkelt zich nog snel. Sommige fysiotherapeuten vinden het op dit moment daardoor nog onvoldoende toegevoegde waarde geven. Je moet zelf met VR bezig blijven. Denk aan regelmatig noodzakelijke updates, waarna het gebruik telkens weer iets anders is. Dat roept uiteindelijk weerstand op, waardoor een groep fysiotherapeuten nu zegt dat ze het nu nog niet gaan gebruiken, maar in de toekomst wellicht wel.”
Mismatch
Een ander probleem ontstond aan de kant van zorgverzekeraars, waar kosten moeilijker te declareren zijn. Syl: “Er is sprake van een mismatch tussen zorgverzekeraars, die echt wel met innovaties bezig zijn en dat willen vergoeden, en fysiotherapeuten, die een beetje vasthouden aan de gedachte: ‘we mogen niks van de zorgverzekeraar, dus doen we het maar niet’. In vakbladen op het gebied van fysiotherapie wordt om deze reden soms op zorgverzekeraars gemopperd dat ze alle innovaties de kop in drukken. Het zou mooi zijn als wat beter naar buiten wordt gebracht dat er wel degelijk opties zijn.”
Het Wilde Westen
“Het onderdeel van mijn proefschrift waar ik het meest trots op ben is een reporting guideline. In recente literatuur over de huidige stand van klinisch VR-onderzoek wordt weleens gesproken van ‘het Wilde Westen’. Dit vanwege een gebrek aan duidelijke richtlijnen, standaarden of substantiële vooruitgang. Dat zit vaak in de beknopte inschrijving van de VR-interventie die toegepast werd. Er werd bijvoorbeeld niet verteld wat voor type VR-bril is gebruikt, hoelang die werd gebruikt en of mensen de bril thuis of op de praktijk gebruikten. Om daar verbetering in te brengen heb ik samen met Nederlandse collega’s, 2 onderzoekers uit Amerika en 1 uit Australië, 60 internationale experts 3 keer om hun mening gevraagd. Met die 60 experts zijn we op een lijst van 16 onderwerpen uitgekomen die in elk geval in de onderzoeksmethode opgeschreven moeten zijn. Als onderzoekers die lijst volgen, zijn alle interventies beter met elkaar te vergelijken. Ik hoop dat iedere VR-onderzoeker onze richtlijn gaat gebruiken en zegt: ‘ik heb mijn interventie opgeschreven op basis van de richtlijn van Slatman en collega’s’.”
Zijn uitgebreide internationale netwerk helpt daarbij. Syl: “Lees ik een artikel van een onderzoeker dat bij mij aanslaat, dan stuur ik diegene een mail om te zeggen dat ik het interessant vind. Ik nodig ze uit er een keer over te praten. Dat heeft me veel opgeleverd. Volgens mij doet niet iedereen dat. Maar waarom wil je zelf alles uitvinden als er mensen zijn die juist heel goed in de literatuur zitten? Die juist al weten hoe het allemaal werkt. Dan kun je net zo goed zo’n expert om hulp vragen. Waarom ze dingen op een bepaalde manier hebben gedaan, welke tips ze hebben, wat geschikte literatuur is? Dat leidt uiteindelijk ook tot samenwerkingen waarbij je meedenkt en meeschrijft. Of mensen gaan jouw onderzoek repliceren.”
Zo ben ik voor mijn onderzoek vorig jaar 3 maanden in Australië geweest. Daar zit een gespecialiseerde onderzoeker die zich richt op Virtual Reality bij chronische pijn. Ik heb hem op een congres gesproken en gevraagd of ik langs kon komen. Hij had wel een kantoor voor me. Die trip heeft me enorm veel nieuwe kennis, inzichten en contacten opgeleverd.”
Kom sparren
Op het gebied van VR en fysiotherapie is nog veel te onderzoeken, zegt Syl. “We kunnen gemakkelijk een onderzoeksvraag bedenken die nog door niemand getest is. We hebben meer onderzoeksvragen dan tijd. Daarom staan we heel erg open voor studenten, en niet alleen van Fysiotherapie. Wil je voor een master- of bachelorscriptie iets met VR doen? Kom dan vooral een keer met ons sparren.”
Over het onderzoek van Syl?
Het onderzoek van Syl vind je hier.
Kijk ook eens bij het lectoraat Werkzame Factoren in de Beweegzorg, voor meer onderzoek van dit lectoraat.

