Van schaap tot schap: onderzoekers willen textiel echt traceerbaar maken

Het lectoraat Biobased Innovations en HAN BioCentre werken aan onderzoeksmethoden om de traceerbaarheid van textiel te vergroten. Zodat je straks misschien wel kunt achterhalen welk schaap de wol voor jouw trui heeft geleverd.
Met de camera van je telefoon achterhalen of je nieuwe trui daadwerkelijk gemaakt is van 80 procent gerecycled materiaal, zoals op het label staat. Het klinkt haast onmogelijk, “maar het is één van de mogelijke toekomstscenario’s”, zegt Christof Francke, lector Biobased Innovations en verbonden aan HAN BioCentre.
Partner in grote projecten
Het lectoraat dat Francke leidt, is betrokken bij twee grote projecten die de traceerbaarheid van (gerecycled) textiel moeten vergroten. Nieuwe Europese wetgeving verplicht producenten om transparanter te zijn, onder meer via een productpaspoort. Dat moet duidelijk maken welke materialen in het textiel zijn gebruikt en waar die materialen vandaan komen. Bovendien verplicht de EU producenten om steeds vaker een minimumpercentage gerecycled materiaal te gebruiken. De regels moeten leiden tot verduurzaming van de textielsector, een van de meest vervuilende sectoren ter wereld.
Onduidelijk is alleen nog hoe je op een betrouwbare manier de informatie over het gebruikte materiaal op het label kunt controleren. Daarvoor lopen nu in allerlei Europese landen onderzoeksprojecten. De HAN is partner in twee projecten: het Digital Molecular Product Passport (onder leiding van de Hogeschool van Amsterdam) en FiberFact (onder leiding van Saxion Hogeschool).

Moleculaire traceerbaarheid textiel
Mede dankzij de chemische expertise van de HAN kunnen de projecten zich als praktijkgerichte voorlopers in Europa richten op moleculaire traceerbaarheid. Met andere woorden: is het mogelijk om aan de hand van de chemische samenstelling aan te tonen welke materialen zijn gebruikt, waar die vandaan komen en of het om gerecycled materiaal gaat?
“Alle textiel bestaat uit karakteristieke moleculen”, legt Francke uit. “Als er op een label bijvoorbeeld 95% katoen staat, kunnen we nu al meten of dat klopt. Alleen om dat op grote schaal te doen, moet de technologie veel goedkoper en simpeler worden. Dan kunnen metingen sneller gedaan worden. Daarvoor moeten we eerst veel experimenten uitvoeren om te bepalen welke techniek daarvoor geschikt is.”
Als er op een label bijvoorbeeld 95% katoen staat, kunnen we nu al meten of dat klopt. Alleen om dat op grote schaal te doen, moet de technologie veel goedkoper en simpeler."
Arnhemse modeconnecties
De betrokkenheid bij de projecten komt voort uit de samenwerking met Modepartners 025 in Arnhem, de modestad met onder meer de kunstacademie Artez (modeontwerp) en een Living Lab voor textiel. “Vervolgens ontstond er met de twee andere textielopleidingen in Nederland een gesprek over productpaspoorten, waarna het idee opkwam om die traceerbaarheid op moleculair niveau te onderzoeken”, zegt Francke. “Dat zorgt voor veel meer grip op labels.”
Want aan die grip ontbreekt het nu. Informatie gaat vaak verloren of verliest aan betrouwbaarheid door de vele partijen die betrokken zijn in de textielketen. “Bij iedere overdracht van materiaal is er een kans op fraude. Als je naar de moleculen kijkt, kun je alles herleiden.”
Specifiek schaap
Bij textiel op basis van natuurlijke vezels en vooral eiwitten (zoals wol), gaat de mogelijke traceerbaarheid héél ver. “Je kunt in principe uitzoeken van welk schapenras de wol komt. En ik vermoed dat je zelfs aan de hand van het DNA kunt achterhalen van welk specifiek schaap de wol afkomstig is. Dan weet je meteen van welke boerderij het komt. De vraag is natuurlijk wel of je zo ver wilt gaan, en of het inderdaad zo specifiek te herleiden is.” Bij textiel gemaakt van cellulose, zoals katoen, is die opsporing ingewikkelder. Francke: “Maar aan de hand van de lengte en dikte van de moleculaire ketens kun je wel meten van welk soort plant het afkomstig is.”
In het verlengde van dit soort metingen voor een productpaspoort ligt het project FiberFact, dat draait om het meten van gerecycled materiaal. Een behoorlijk onontgonnen terrein. “Het is bekend dat er kleine chemische veranderingen kunnen optreden onder invloed van onder meer wasbeurten en licht”, zegt Francke. “Maar daar is helaas op dit moment weinig literatuur over. Daarom zoeken we eerst uit of we kenmerken van gebruik of recycling kunnen vinden. Daarna kunnen we samen met de partners meetapparatuur verder ontwikkelen.”
Toekomst
Voor de traceerbaarheid van (gerecycled) textiel zijn nu nog duizend wegen die mogelijk naar Rome leiden. Binnen enkele jaren moet duidelijk zijn welke weg het meest praktisch en financieel haalbaar is. “Over anderhalf jaar willen we een raamwerk hebben voor het productpaspoort, zodat duidelijk is welke data we nodig hebben. En voor het meten van gerecycled materiaal moet over vier jaar duidelijk zijn waar we naar moeten kijken.”
Voorlopig blijft veel informatie over textiel nog een kwestie van vertrouwen. Maar de ambitie is duidelijk: dat een label straks niet alleen iets beweert, maar ook te controleren is. Zodat je met één scan misschien echt kunt zien wat er in je trui zit en waar het materiaal vandaan komt.
Lectoraat Biobased Innovations - Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Moleculair digitaal product paspoort voor textiel
Foto: Rob Giesen
