Als kinderen het voor het zeggen hebben

Wie de leefomgeving van kinderen wil verbeteren, moet niet alleen óver hen praten maar mét hen. Daarom betrekt Eva Onstenk kinderen als co-onderzoekers in haar studie naar een ondersteunende leefomgeving. “Door hun ogen zien we wat ze nodig hebben om veilig en gezond te kunnen opgroeien.”
“Kinderen zijn expert van hun eigen leven”, zegt Eva Onstenk, promovenda en projectleider van ‘Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet’. Toch is het niet gebruikelijk om ze een actieve rol te geven in onderzoek. Ook niet als het gaat om hun ervaringen thuis, op school of in de wijk. “Onze literatuurstudie liet zien dat de meeste onderzoeken naar een gezonde, veilige en ondersteunende leefomgeving voor kinderen gebaseerd zijn op het perspectief van volwassenen. Onderzoekers halen wel data op bij kinderen. Maar daarna maken ze zelf analyses, zonder de kinderen hierbij te betrekken.”
Met een camera de wijk in
Eva gooit het voor haar promotieonderzoek over een andere boeg. In samenwerking met kinderwerkers past ze principes van participatief onderzoek toe. Dat betekent dat ze wijk na wijk een aantal weken intensief optrekt met kinderen en jongeren in de leeftijd van 10 tot 14 jaar. Met een camera schuimen ze de buurt af, om foto’s te maken van wat zij in hun omgeving belangrijk vinden voor hun ontwikkeling. Daarbij maken ze ook kiekjes van hun huis en slaapkamer. Eva: “Ik kijk door hun ogen. Door ze vragen te stellen over de foto’s, leer ik steeds meer van ze.”
Analyseren doe je samen
Vervolgens analyseert ze samen met de kinderen wat ze hebben opgehaald. “Wat willen de kinderen ermee laten zien over hun leefomgeving? Welke foto’s passen bij elkaar? Welke thema’s komen steeds terug?” Daarna maakt ze er met de kinderen – en met de hulp van kinderwerkers (sociaal werkers gericht op kinderen) – een podcast, video of poster over. Zo gaan ze samen steeds een laagje dieper.

Een boodschap die aankomt
Eva: “In elke wijk werken de kinderen toe naar een presentatie of tentoonstelling. Daar delen ze hun ideeën met mensen uit de praktijk, bijvoorbeeld beleidsadviseurs Sociale basis en regisseurs Sociaal en Fysiek van de gemeente. Op die manier zorgen we dat de boodschap van kinderen ook echt aankomt.” Heel belangrijk, zo zegt een van de deelnemende kinderen: “Ik vind het leuk om mee te denken. Maar ik hoop vooral dat de gemeente iets nuttigs ermee doet.”
Wijk na wijk
Inmiddels heeft Eva meerdere wijken bezocht. De Arnhemse wijk Malburgen bijvoorbeeld, en het Nijmeegse Zwanenveld. Beide staan bekend als ‘kwetsbare wijken’. Maar ze deed ook onderzoek in Lent en Oosterhout, samen met Menno van der Geugten – kinderwerker van Bindkracht10. Dit zijn ‘rijke’ wijken waar met name hoogopgeleiden wonen.
Ervaringen in Malburgen
Doel is om de ervaringen van kinderen uit die verschillende wijken te vergelijken – en daar lering uit te trekken. Hoewel Eva nog midden in het onderzoek zit, springen er al wel een paar dingen uit. Bijvoorbeeld dat kinderen in Malburgen positief zijn over hun leefomgeving. Eva: “Meer dan we verwacht hadden. Misschien omdat de mensen die belangrijk voor hen zijn – denk aan oma’s en opa’s en nichtjes en neven – vaak in hun directe leefomgeving wonen?”
Prestatiedruk in Nijmegen-Noord
Ook opvallend: kinderen in Lent en Oosterhout ervaren best veel prestatiedruk. Kinderwerker Menno: “Ze moeten het minstens zo goed doen als hun ouders.” Ook missen ze soms een fijne plek of passende buitenruimte, stelt Menno. “Je bent er niet met een paar wipkippen. Dat ontdek je als je met creatieve werkvormen het perspectief van kinderen achterhaalt.”
We zien door hun ogen wat ze nodig hebben om veilig en gezond te kunnen opgroeien
Behoefte aan veiligheid en geborgenheid
Overeenkomsten tussen kinderen uit de verschillende wijken ziet Eva ook. “Dieren zijn belangrijk; ze geven kinderen een beschermd, vertrouwd gevoel. Ik denk dat we dat als volwassenen onderschatten.” Ook benoemt ze de sense of belonging. Een prettige, gezonde leefomgeving zit ‘m niet alleen in leuke activiteiten, een uitdagend klimrek of een kinderboerderij om de hoek. “Kinderen willen zich veilig en verbonden voelen.”
Problemen vóór zijn
Volgend jaar hoopt Eva scherp te hebben hoe het perspectief van kinderen kan bijdragen aan het versterken van hun leefomgeving. “Zo’n sterke ondersteunende omgeving om in op te groeien is nog niet voor alle kinderen vanzelfsprekend. Laten we daarom de ruimte geven aan hun ervaringen en ideeën. En kinderen helpen invloed uit te oefenen op hun omgeving. Zo zorgen we dat ze zich goed mogelijk ontwikkelen en kunnen we gezondheidsproblemen of sociale problematiek vóór zijn.”
Meerwaarde participatief actieonderzoek
Eva hoopt met haar onderzoek ook het belang van participatie te onderstrepen. “We laten zien hoe je je doelgroep – hoe jong ook! – kunt betrekken en centraal stelt. Ja, het is samen zoeken naar de juiste vorm. Maar ik ben ervan overtuigd dat participatief onderzoek een meerwaarde heeft.”
Het promotieonderzoek naar de leefomgeving van kinderen – ‘Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet’ – wordt gefinancierd door de HAN en medegefinancierd door Sociaal – Fair Health en Stichting De Beide Weeshuizen (dankzij een gift). Meer informatie over het onderzoek vind je op de projectpagina.

