Meervoudig perspectief nemen: een nieuwe manier van kijken naar gedrag in het onderwijs

Hoe komt het dat goedbedoelde inspanningen rondom passend onderwijs toch vastlopen? Die vraag drijft Astrid Ottenheym-Vliegen, onderzoeker aan de Radboud Universiteit en ontwikkelaar van de leergang WegWijsinGedrag, in haar promotieonderzoek.
Haar vraag is geworteld in een lange loopbaan in de praktijk: jarenlang was Astrid leerkracht. Daarna werkte ze als schoolleider en vervulde ze de rol van directeur-bestuurder van een samenwerkingsverband voor passend onderwijs. Vanuit die verschillende posities zag ze hoe het interpreteren van gedrag vaak bepalend is voor het handelen door een persoon. Ze zag hoe complex dat de dagelijkse praktijk kan maken.
Van observeren naar begrijpen
In haar promotieonderzoek richt Astrid zich specifiek op leraren. “En dan specifiek op hoe zij gedrag van leerlingen begrijpen. Ik kijk daarbij vooral hoe het helpt dat ze verschillende perspectieven nemen, dat van het kind, zichzelf, de ouders, de klas en de context. Dat verbreedt hun kijk en geeft meer ruimte om passend te handelen.”
In het onderwijs wordt gedrag vaak snel geïnterpreteerd: een leerling let niet op, reageert fel, of trekt zich terug. “Leraren willen dat het goed gaat met kinderen in hun klas en voelen een grote verantwoordelijkheid,” vertelt Astrid. “In die situatie is het logisch dat we snel betekenis geven. Maar: wat we zien, is niet altijd wat er ís. Gedrag is altijd ingebed in een situatie.”

Die gedachte is de kern van haar onderzoek. Meervoudig perspectief nemen betekent dat de leraar actief het perspectief van de leerling, de situatie of de context inneemt. Dit om op die manier te begrijpen wat er gebeurt. Niet vanaf een afstand naar andere invalshoeken kijken, maar werkelijk proberen te zien hoe het vanuit die positie kan voelen of betekenis kan krijgen. Niet door aannames te doen, maar door te onderzoeken.
Astrid deed dat onder meer door samen met een leraar, met ouders en kind om tafel een plan te maken. Er werd dus geen classificerende diagnose gesteld. We keken hoe het kind leert, en wat de situatie thuis is. Dat is ook een diagnose, maar dan wel onderwijskundig. Zo kom je tot een vorm van ondersteuning die ze zelf bedenken.”
Interpretatie is geen observatie
In een studie analyseerde Astrid 80 ontwikkelingsperspectiefplannen. Dat zijn plannen waarin leraren beschrijven wat ze bij leerlingen zien, hoe ze dat begrijpen en welke doelen zij stellen. “Wat opviel,” zegt ze, “is dat leraren wel degelijk gevoelig zijn voor verschillende perspectieven, maar dat interpretaties vaak al meespelen voordat de observatie volledig is. Dat is menselijk - we interpreteren allemaal automatisch - maar in de complexe situatie van een (volle) klas kan dat betekenen dat belangrijke informatie niet wordt gezien.”
Een voorbeeld: een leerling lijkt ongeconcentreerd bij rekenen. “Dat kan duiden op motivatieproblemen. Ook kan het zijn dat de leerling niet heeft gehoord wat de leraar zegt omdat de instructie van de leraar te zacht is. Of er is spanning in de thuissituatie die doorwerkt in het klasgedrag. Of wellicht is er een mismatch tussen de taak en het niveau. Zonder die mogelijkheden te verkennen, is het risico dat we een conclusie trekken die niet klopt,” legt Astrid uit.
De rol van stress en professionele reflexen
Leraren voelen zich vaak niet toegerust om met moeilijk gedrag om te gaan. Dat kan spanning oproepen. Die spanning vernauwt het blikveld. “Dat is geen onwil,” zegt Astrid. “Het is hoe ons brein werkt. Onder druk grijpen we sneller terug op bekende handelingspatronen, meestal op pedagogische controle, maar dat helpt niet altijd.”
Meervoudig perspectief nemen vraagt daarom niet alleen om een andere manier van kijken, maar ook om het herkennen van wat er bij jezelf gebeurt. “Het begint met bewustzijn in hoe je betekenis geeft: beseffen dat je je eigen interpretatie meeneemt, dat je beïnvloed wordt door je eigen normen en waarden en ook door hoe je voor de klas staat.”
Samen oefenen in een veilige setting
Binnen de leergang WegWijsinGedrag werken leraren 6 bijeenkomsten lang aan het verbreden van hun interpretatiekaders. Ze spelen onder meer situaties na en doen oefeningen. “Vanuit je eigen perspectief kijken, doen we allemaal automatisch. Het is een overlevingsmechanisme. Voor het innemen van meervoudig perspectief moet je moeite doen, het kost extra energie. In de bijeenkomsten leren we leraren die onrust in zichzelf te herkennen. Hoe ze onderscheid kunnen maken tussen waarneming en interpretatie, eigen aannames onderzoeken en situaties vanuit meerdere perspectieven kunnen verkennen,” vertelt Astrid. “En het is geen trucje,” benadrukt Astrid, “het is een manier van professioneel aanwezig zijn. Leraren ontdekken dat er in dezelfde situatie vaak meer mogelijkheden zijn dan ze dachten.”
Veel deelnemers geven aan dat zij na afloop anders naar complexe situaties kijken. Ze ervaren meer ruimte om gedrag te begrijpen, herkennen sneller hun eigen interpretaties en zien nieuwe handelingsmogelijkheden. Dat geeft rust in hun handelen. Zo helpt het hen in het afstemmen wat een leerling nodig heeft. Ook wordt gedrag van een leerling minder als problematisch gezien. Leraren voelen zich beter toegerust.”
Onderzoek dat doorloopt
Het promotieonderzoek van Astrid krijgt de komende jaren een vervolg in het voortgezet onderwijs. “We gaan daarbij ook kijken hoe leerlingen zelf situaties ervaren, en hoe hun perspectief doorwerkt in de relatie met hun leraar. Daarnaast willen we onderzoeken welke rol perspectief nemen kan spelen in andere pedagogische omgevingen, zoals de jeugdhulp en de pabo, waar dezelfde vragen over kijken, begrijpen en verbinden net zo belangrijk zijn.”
Astrid: “Als ik zie hoe leraren betekenis geven aan gedrag, denk ik dat meervoudig perspectief nemen een onmisbare vaardigheid is voor iedereen die met kinderen werkt. Het is een pedagogische basisvaardigheid. Niet omdat het problemen oplost, maar omdat het recht doet aan de complexiteit van menselijk functioneren. Je ziet meer, begrijpt meer en kunt daardoor anders handelen. Kijk je rijker, dan zie je meer mogelijkheden om kinderen echt mee te laten doen in het leren. Inclusie begint daar: in hoe je kijkt, begrijpt en handelt.”
Over Astrid
Astrid Ottenheym-Vliegen is onderzoeker aan de Radboud Universiteit en thought leader in pedagogisch-ecologische praktijkontwikkeling. Ze werkte jarenlang als leerkracht en schoolleider en was directeur-bestuurder van een samenwerkingsverband voor passend onderwijs. In haar promotieonderzoek onderzoekt zij hoe leraren betekenis geven aan gedrag en hoe meervoudig perspectief nemen – als manier van betekenisgeven en professioneel begrijpen – hun handelen versterkt. Ze is grondlegger van de leergang WegWijsinGedrag en adviseert onderwijsorganisaties en gemeenten bij het bouwen aan inclusieve pedagogische ecosystemen.
over het lectoraat Werkzame Factoren in de Jeugd- en Opvoedhulp
Professionals in de jeugdzorg werken elke dag opnieuw met zeer verschillende mensen. Hoe realiseer je dan een goede en dus effectieve samenwerkingsrelatie? En hoe zorg je dat deze goed blijft? Het lectoraat Werkzame Factoren in de Jeugd- en Opvoedhulp focust op samenwerkingsvraagstukken in jeugd- en opvoedhulp.

