Versterk Centre of Expertise voor grotere impact in energietransitie
SEECE heeft in het najaar van 2025 een tweede peerreview gehad. Wat gaat er goed? Wat kan er beter? Een uitleg van Joost Degenaar, die de reviewcommissie voorzat, en programmamanager Erik Folgering van het Centre of Expertise.
In twaalf jaar tijd heeft SEECE een uitstekende reputatie en professionele organisatie opgebouwd. Door het sterke ecosysteem en de bewezen innovaties in onder meer leren en ontwikkelen heeft het Centre of Expertise zelfs een landelijke uitstraling. SEECE hoort daardoor tot de kopgroep van de pak ’m beet vijftig Centres of Expertise die Nederland rijk is. Maar toch, wil je koploper blijven, dan moet je jezelf continu verbeteren.
“SEECE is een prachtig voorbeeld van de werkwijze van een vierde generatie kennisinstelling. Daar mag de HAN trots op zijn.”
Tweede peerreview
Daarom heeft SEECE als eerste Centre of Expertise van de HAN een tweede peerreview gehad, een collegiale intervisie die ontwikkelperspectieven opspoort en advies geeft over de te nemen vervolgstappen in de ontwikkeling van de publiek-private samenwerking. De eerste peerreview was vier jaar geleden. Dit keer heeft een commissie onder leiding van Joost Degenaar (Platform Talent voor Technologie/Katapult) veertig mensen gesproken uit het ecosysteem van SEECE en een rapport opgesteld met ‘tops en tips’.
Alle belangrijke partijen aan tafel
“De uitdagingen in de energietransitie zijn zo ingewikkeld dat zelfs de grootste bedrijven en onderwijsinstellingen het niet alleen aankunnen”, zegt Degenaar. “Daar zit de kracht van SEECE. Er is een sterk ecosysteem gebouwd, waarin onderwijs, onderzoek en partners uit de regio samenkomen. En het mooie is: er wordt niet alleen aan innovaties op inhoudelijke thema’s gewerkt, maar ook aan het personeelsvraagstuk.”
Programmamanager Erik Folgering van SEECE: “We zijn een zeldzame plek waar belangrijke partijen uit de energietransitie samen om tafel zitten en we laten met zorgvuldig uitgewerkte voorbeelden zien dat innovaties werken. In leren en ontwikkelen, in technologie en in samenwerking. Het is fijn dat dat wordt herkend door die partijen.”
Vierde generatie kennisinstelling
In de peerreview is op verzoek van SEECE met name aandacht geweest voor de vraag hoe het Centre of Expertise een nog betere rol kan spelen in de ontwikkeling van de HAN richting een vierde generatie kennisinstelling. Zo’n kennisinstelling neemt urgente maatschappelijke uitdagingen als uitgangspunt en werkt samen met partijen in de regio aan onderzoek en onderwijs. Of, in andere woorden: niet alleen de school, maar de regio is de campus, waarin samen, flexibel en responsief, wordt gewerkt aan innovatieve oplossingen.
“Ons antwoord op die vraag is vrij eenvoudig: SEECE is al een prachtig voorbeeld van de werkwijze van een vierde generatie kennisinstelling”, zegt Degenaar. “Daar mag de HAN trots op zijn. De sterke reputatie van SEECE draagt bovendien bij aan de positionering van de HAN en sluit goed aan bij de focusgebieden van de HAN. Onze boodschap richting de HAN is dan ook: versterk SEECE, zodat doorontwikkeling mogelijk is.”
Eigenaarschap bij alle partners
Naast de ontwikkelingen binnen de HAN, was ook deelname van de andere key partners in SEECE onderwerp van gesprek. Met als conclusie van de commissie dat het Centre of Expertise verder in kracht zou winnen als zij in brede zin nog meer eigenaarschap tonen: van strategische keuzes tot operationele successen. Degenaar: “Dat zou inhouden dat partners meer invloed krijgen en tegelijkertijd meer mee-investeren. Alle partners hebben immers profijt van die gezamenlijke innovaties, in leren en ontwikkelen, in technologie en in samenwerking.”
“SEECE is een zeldzame plek waar belangrijke partijen uit de energietransitie samen om tafel zitten.”
Regionaal sterk, nationaal potentieel
SEECE kan zo de slagkracht en impact verder vergroten én uitgroeien tot een nationale speler op het gebied van de energietransitie. “We zullen een proces in gaan, waarin we onze activiteiten nog duidelijker in het perspectief van onze strategie en partners zetten”, zegt Folgering. “Het mooie is dat we inmiddels al lang met elkaar samenwerken, er een groot onderling vertrouwen is en we al tot mooie resultaten op bescheiden schaal zijn gekomen. Concreet hebben alle partijen op dit moment een grote betrokkenheid in het regionale Talentplan Energie en het Nationaal Expertisecentrum Netcongestie, waar we vanuit een goede relatie gezamenlijk op door kunnen pakken.”