Participatiemechanismen inwoners en zorgverleners

Aanleiding
De toegankelijkheid van de eerstelijnszorg staat onder druk door toenemende zorgvraag, personeelstekorten en versnipperde zorg. We staan voor de grote opgave om de eerstelijnszorg toegankelijk te houden voor mensen die dat nodig hebben en deze goed aan te sluiten op het sociaal domein. In 2024 werkten 24 partijen samen aan de ‘Visie eerstelijnszorg 2030’ om de toegankelijkheid van de zorg te verbeteren en te waarborgen. Zorg- en welzijnsprofessionals werken samen in eerstelijns wijksamenwerkingsverbanden (WSV) om de zorg toegankelijk te houden. Regionale eerstelijns samenwerkingsverbanden (RESV) ondersteunen de wijksamenwerkingverbanden.
Deelstudies
Het landelijk onderzoek bestaat uit zes deelstudies met de volgende thema’s: 1) sturingsmechanismen; 2) netwerkmechanismen voor domeinoverstijgende samenwerking; 3) participatiemechanismen samen met inwoners en informele zorg 4) mechanismen voor data-uitwisseling en hergebruik 5) mechanismen voor passende zorg bij geïntegreerde patiëntreizen 6) mechanismen voor duurzame inzetbaarheid van professionals. De Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN), de Erasmus Universiteit Rotterdam (ESHPM) en Ben Sajet Centrum voeren de deelstudie ‘Participatiemechanismen samen met inwoners en informele zorg’ uit.
Doel
Doel van het landelijk onderzoek is het aantonen van de meerwaarde van het anders organiseren en samenwerken voor burgers, zorgprofessionals, beleidsmakers, zorgverzekeraars en overheid. Doel is ook om generaliseerbare kennis op te leveren over werkzame mechanismen die de eerstelijnszorg versterken.
Het doel van de deelstudie is om inzicht krijgen in de mechanismen die bijdragen aan betekenisvolle betrokkenheid van inwoners, hoe deze verbindingen ontstaan en functioneren en wat hierbij essentieel is vanuit inwonerperspectief.
Aanpak
Fase 1
We starten de deelstudie met het bijeenbrengen van bestaande data en literatuur over beïnvloedende factoren en mate en opbrengst van inwonerparticipatie landelijk en binnen WSV’s en RESV’s. We gebruiken de realist evaluation als methode. Dit mondt uit in een eerste beschrijving van de context, welke mechanismen hierbij een rol spelen en wat de uitkomsten zijn. Vervolgens selecteren we een aantal casusregio’s waar we deze beschrijving willen toetsen in de praktijk.
Fase 2
Vervolgens verdiepen we deze inzichten via participatieve, kwalitatieve casestudies. We zetten hierbij methoden in zoals semigestructureerde interviews, focusgroepen, photo voice en netwerkanalyse. De keuze voor deze methoden is gebaseerd op hun vermogen om inzicht te geven in individuele ervaringen en perspectieven en inzicht te geven in dynamieken in netwerken en samenwerking over domeinen heen.
Fase 3
De inzichten worden gebruikt om verder aan te scherpen en concrete aanbevelingen te doen aan de verschillende stakeholders. We besteden daarbij nadrukkelijk aandacht aan de interactie tussen de wijk, het regionale netwerk en bredere landelijke ontwikkelingen voor het vergroten van participatie van inwoners en informele zorgverleners.
Vraagstellingen
De vragen die in onze deelstudie centraal staan luiden: Op welke manier participeren inwoners en informele zorgverleners in initiatieven? Hoe en onder welke omstandigheden ontstaan verbindingen tussen inwoners, informele zorgverleners en professionals? Welke mechanismen versterken de samenwerking tussen inwoners, informele zorgverleners en professionals? Wat is hierbij essentieel vanuit het perspectief van inwoners en informele zorgverleners?
Team
Hogeschool Arnhem en Nijmegen: Marloes Kleinjan-Westerhof, Geert Rutten, José Peeters. Erasmus Universiteit Rotterdam (ESHPM): Hester van de Bovenkamp, Estella Postuma.
Ben Sajet Centrum: Petra Boersma, Iris Hendriks.
Beoogde resultaten
De generaliseerbare kennis uit de deelstudies delen we in de vorm van adviezen voor diverse stakeholders: zorg- en welzijnsprofessionals, beleidsmakers, inwoners en informele zorgverleners. Het resultaat is dat de verschillende stakeholders beschikken over de juiste kennis om in hun context verschil te maken bij de transformatieopgaaf van de eerste lijn en het sociaal domein.