Een chatbot als gesprekspartner in de klas

Hoe zorgen we dat leerlingen vaker en met meer vertrouwen een vreemde taal spreken? In haar promotieonderzoek onderzoekt Annemieke de Jong-Haarlem, lerarenopleider moderne vreemde talen aan de HAN, hoe een AI-chatbot spreekdurf en gespreksvaardigheid versterkt in de klas.
Waarom spreken zo lastig is
Gespreksvaardigheid aanleren is voor veel docenten een uitdaging. In een volle klas krijgt niet elke leerling genoeg spreektijd. Gerichte feedback geven kost tijd.
Voor leerlingen voelt spreken vaak spannend. Fouten maken is zichtbaar en hoorbaar. Dat remt. Bestaande taalapps en chatbots bieden oefenkansen, maar missen vaak een duidelijke didactische basis.
“Wat ik miste in bestaande chatbots,” zegt Annemieke, “waren didactische keuzes en mogelijkheden voor docenten om te sturen op inhoud en feedback.”
Denk aan gerichte woordenschat, afgebakende gesprekstaken en feedback op het juiste moment.
Wat AI toevoegt
Met AI kun je gesprekken begrenzen en doelgericht opbouwen. Je kunt bepaalde woorden of structuren terug laten komen. En je kunt feedback geven tijdens of na het gesprek.
Zo ontstaat een digitale gesprekspartner die niet alleen reageert, maar ook helpt om beter te leren spreken.
Minder spreekangst, meer oefentijd
Het onderzoek richt zich op beginnende taalleerders in de onderbouw van het voortgezet onderwijs en hun docenten.
Veel leerlingen vinden spreken spannend. Dat kan hun bereidheid om het gesprek aan te gaan beperken. Uit eerdere studies én uit de eerste ontwerpfase blijkt dat oefenen met een chatbot die drempel verlaagt.
“Leerlingen geven aan dat spreken met een chatbot veiliger voelt,” vertelt Annemieke. “Ze durven sneller fouten te maken en proberen meer.”
En wie meer durft, leert sneller.
Een chatbot biedt bovendien extra oefentijd. Hij is altijd beschikbaar. Leerlingen oefenen met taakgerichte scenario’s, zoals samen een activiteit plannen of een keuze maken. De focus verschuift dan van ‘correct spreken’ naar ‘het gesprek gaande houden’.
“Leerlingen geven aan dat spreken met een chatbot veiliger voelt. Ze durven sneller fouten te maken en proberen meer.”
Van ontwerp naar lespraktijk
Het promotieonderzoek is ontwerpgericht. In de eerste fase onderzocht Annemieke welke kenmerken een taakgerichte AI-chatbot moet hebben om spreken te stimuleren.
Die ontwerpprincipes besprak ze met docenten en leerlingen in focusinterviews. Wat helpt echt in de klas? Wat niet?
Tegelijkertijd werken docenten in een professionele leergemeenschap aan lessen waarin de chatbot een duidelijke plek krijgt.
“Het gaat niet alleen om technologie,” benadrukt Annemieke. “Het gaat om de vraag hoe je die technologie didactisch verantwoord inzet.”
Wanneer oefenen leerlingen? Hoe vaak? En hoe sluit dat aan op het curriculum? Dat soort vragen staan centraal.
Wat verandert er in de klas?
Het onderzoek kijkt niet alleen naar ervaringen, maar ook naar effecten. Wat gebeurt er als leerlingen vaker oefenen?
Annemieke onderzoekt onder meer:
-
spreektijd
-
pauzes en herstarts
-
gebruik van aangeboden woordenschat
-
bereidheid om het gesprek aan te gaan
Gesprekken worden opgenomen en geanalyseerd via transcripties. Daarnaast meet ze de willingness to communicate: de mate waarin leerlingen daadwerkelijk durven spreken.
“We kijken niet alleen naar wat leerlingen zeggen,” zegt Annemieke, “maar vooral naar of ze het gesprek aandurven.”
Die combinatie van cijfers en ervaringen laat zien wat er over langere tijd verandert.
Onderzoek en co-creatie versterken elkaar
Het promotieonderzoek van Annemieke is nauw verbonden met het co-creatieproject 'Spreekmotivatie verhogen met AI' van NOLAI. In dit project werken de Gooise Scholen Federatie (waaronder het A. Roland Holst College en het Goois Lyceum), NEXT Phase AI, onderzoekers van de HAN en de Universiteit van Amsterdam samen.
Ze ontwikkelen een prototype dat niet op de tekentafel blijft liggen, maar meteen in de klas wordt getest. Wat werkt? Wat niet? En wat betekent dat voor docenten en leerlingen? Die vragen sturen de doorontwikkeling.
Het promotietraject en het NOLAI-project lopen parallel en versterken elkaar. Ontwerpprincipes uit het onderzoek sturen de technische ontwikkeling. Ervaringen uit de klas zorgen weer voor nieuwe inzichten.
Een team met veschillende expertises
Het onderzoeksteam bestaat uit experts op het gebied van taalverwerving, lerarenopleidingen en onderwijsinnovatie. Promotor is Sible Andringa (UvA). Marijke Kral (iXperium) en Marrit van de Guchte (UvA) zijn co-promotoren. Elvira Folmer (onderzoeksteam Kwaliteit van Leraren) begeleidt het traject dagelijks.
Het team bespreekt regelmatig de voortgang en scherpt keuzes aan.
“Het is waardevol om met verschillende expertises naar hetzelfde vraagstuk te kijken,” zegt Annemieke. “Dat houdt ons scherp.”
“Het is belangrijk dat leerlingen talen leren spreken om een wijdere blik op de wereld te hebben. Als zij meer durven spreken, gaat de wereld net een stukje verder voor ze open.”
AI als middel, niet als doel
Het promotietraject verkent niet alleen wat AI technologisch kan betekenen, maar vooral hoe deze technologie didactisch verantwoord kan bijdragen aan leren dat ertoe doet. Gespreksvaardigheid is immers essentieel voor communicatie en participatie in een meertalige samenleving.
Annemieke:
“Het is belangrijk dat leerlingen talen leren spreken om een wijdere blik op de wereld te hebben. Als zij meer durven spreken, gaat de wereld net een stukje verder voor ze open.”
Lees het volledige artikel via:
https://www.ixperium.nl/ai-chatbots-voor-taalonderwijs-het-promotietraject-van-annemieke-de-jong-haarlem/

