H2NPD helpt docenten om stappen te zetten in hun waterstofonderwijs

Om het waterstofonderwijs te stimuleren én verder te ontwikkelen is vorig schooljaar in de regio Oost gestart met het waterstof netwerkprogramma voor docenten: H2NPD. Een terugblik op een geslaagd begin.
Als onderwijsregisseur van het ROC Nijmegen is Sjoerd van den Broek continu bezig met vernieuwingen binnen de technische opleidingen. Na een eerste kennismaking met waterstof kreeg hij ruim een jaar geleden het idee om over het onderwerp een keuzedeel te starten voor de opleidingen Installatietechniek, Autotechniek, Engineering en Mechatronica. Alleen: hoe te beginnen?
Ontwikkeling keuzedeel waterstof
“Daarom ben ik aangehaakt bij het netwerkprogramma”, vertelt hij. En zie nu: met behulp van SEECE, een aantal bedrijven en het ROC Aventus (dat al ervaring heeft in waterstofonderwijs) is het keuzedeel vertaald in onderwijsmateriaal. “We hebben onlangs twee dagen lang samen gekeken hoe we het thema concreet kunnen maken voor die mbo-opleidingen. Welke onderwerpen binnen het thema behandel je? Hoe doe je dat? In welke volgorde? Waar hebben bedrijven baat bij?”

“Daarnaast liepen we intern tegen allerlei praktische uitdagingen aan, waardoor het ontwikkelen van het keuzedeel ingewikkelder was dan normaal”, vervolgt hij. “We willen dit keuzedeel breed aanbieden, zodat ook studenten Logistiek het bijvoorbeeld kunnen volgen. Alleen heb je dan te maken met meerdere onderwijsteams. Dat maakte het lastiger.
Groeifonds
Het is nu (bijna) gelukt. Van den Broek is daarmee een goed voorbeeld van mensen voor wie het waterstof netwerkprogramma voor docenten (H2NPD) voor de regio Oost een jaar geleden is gestart. Het helpt docenten en teamleiders bij het ontwikkelen van ‘waterstofonderwijs’. Het netwerkprogramma wordt georganiseerd vanuit het nationaal groeifonds GroenvermogenNL, dat met de Human Capital Agenda samenwerking tussen onderwijs, bedrijfsleven, overheid en kennisinstellingen stimuleert.
Het netwerkprogramma heeft waardevolle contacten opgeleverd, binnen het onderwijs en het bedrijfsleven.
Zes bijeenkomsten op ‘waterstofplekken’
Vanuit het mbo is Bert Jimmink (practor bij ROC Aventus) verantwoordelijk voor de organisatie. Mariska Willems is dat vanuit het hbo. Zij fungeert tevens als projectleider vanuit SEECE, het Centre of Expertise waarin partijen samenwerken aan een duurzaam en betrouwbaar energiesysteem. Het netwerkprogramma bestond het eerste jaar uit zes bijeenkomsten, waarbij inspirerende ‘waterstofplekken’ werden bezocht.
Denk aan de hybride leeromgeving HAN@Connectr (Arnhem) met het H2Lab en het ROC Aventus (Apeldoorn), waar aan de waterstoftrekker wordt gewerkt. Ook werd het Summa Automotive & Smart Mobility (Helmond) bezocht, waar studenten en begeleiders werken aan radiografisch bestuurbare raceauto’s die op waterstof rijden. De groep ging ook langs bij bedrijven die bezig zijn met waterstof, zoals VDL ETS en Toyota Material Handling. Ook werd het waterstof demohuis van Kiwa en Alliander bezocht.
Plek in regulier onderwijs
De netwerkgroep bestaat uit zo’n dertig mensen van hbo- en mbo-opleidingen variërend van techniek tot bedrijfskunde. De meeste deelnemers zijn werkzaam in het mbo, omdat daarin het waterstofonderwijs nog niet zo ver ontwikkeld is als in het hbo. “Maar je ziet nu functies ontstaan voor mbo’ers met kennis over waterstof”, zegt Jimmink. “Eerder bevonden die functies zich nog vooral op hbo-niveau. Bovendien groeit het besef dat waterstof een serieus onderdeel wordt van de energietransitie en dat daarom het bijscholen van bestaand personeel onvoldoende is. Het moet ook een plek krijgen in het reguliere onderwijs.”

Drempel verlaagd
Daarvoor moeten docenten nu extra kennis opbouwen. Jimmink: “Als je het onderwijs nog moet ontwikkelen als de vraag naar personeel enorm gaat toenemen, loop je achter. Met het netwerkprogramma proberen wij te helpen, onder meer door het onderwerp concreet te maken. Je merkt dat waterstof gaat leven als mensen iets met eigen ogen zien. Dan komt ook het besef dat ze er echt iets mee moeten doen.”
“Het netwerkprogramma heeft ook de drempel verlaagd om de eerste stap te zetten”, vult Willems aan. “Het kan best spannend zijn om iets nieuws te ontwikkelen en contacten te zoeken, als je ergens nog niet vertrouwd mee bent. Met gelijkgestemden optrekken, is makkelijker.” Jimmink: “En door zo’n programma komen docenten weer in bedrijven in plaats van dat ze verscholen blijven in het onderwijs. Je zag bijvoorbeeld dat docenten bij bedrijven vroegen om gastlessen. Dat is ook mooi: als je zelf nog onvoldoende kennis ergens over hebt, kun je ook iemand uit het werkveld vragen.”

Kennisdeling
Zo zijn er nog meer ‘mooie dingen’ ontstaan uit het netwerkprogramma. Hbo- en mbo-scholen die samenwerkingen starten. Docenten die eerst zijdelings bezig waren met waterstof en nu meer tijd krijgen daarvoor. En er werd op allerlei manieren kennis gedeeld. Jimmink: “Dat kan heel direct zijn, in de vorm van goede lesstof over waterstof in de gebouwde omgeving bijvoorbeeld. Maar het kan ook in de vorm van een uitnodiging om eens te komen kijken hoe waterstofonderwijs een plek heeft gekregen.”
“Het is echt een hechte groep geworden en er zijn mooie nieuwe samenwerkingen ontstaan”, vertelt Willems. Jimmink: “Eén van de doelen voor het eerste jaar was ook om niet alleen kennis over waterstof te droppen, maar ervoor te zorgen dat de mensen elkaar weten te vinden als ze ergens tegenaanlopen. Dat is gelukt.”
Het besef groeit dat waterstof een serieus onderdeel wordt van de energietransitie. Het moet ook een plek krijgen in het reguliere onderwijs.
Vervolg
Het netwerkprogramma krijgt dit schooljaar een vervolg. Wel wordt de opzet iets anders: de bijeenkomsten zijn nu gekoppeld aan het Waterstof Cluster, het netwerk van bedrijven die bezig zijn met waterstof en op wisselende locaties een ochtend bij elkaar komen. “Daarna gaan we met de docenten nog een middag verder”, zegt Willems. “Maar ze hebben nu meer ingangen om bij dat soort clusters aan te sluiten. Zo koppelen we ze ook aan het bedrijvennetwerk. Dat is heel handig, bijvoorbeeld voor het zelfstandig organiseren van gastlessen, bedrijfsbezoeken, het ontwikkelen van lessen, enzovoort.”
Meer weten?
Wil je meer informatie over waterstofonderwijs of hulp bij het maken van een start? Neem dan contact op via info.seece@han.nl.

