Werkingsmechanismen en interventies van vaktherapie in de forensische zorg

Wat zijn de resultaten van het project ‘Werkingsmechanismen en Interventies van Vaktherapie in de Forensische Zorg’ tot nu toe? En hoe gaan we verder? Die vragen stonden centraal bij het invitational conference op 18 april.

Suzanne Hayen opent het symposium.

1 project, 3 delen

Dr. Suzanne Haeyen, HAN-lector Vaktherapie in de Gezondheidszorg en projectleider, opende de conferentie in een vol HAN-theater. In de zaal zitten vaktherapeuten, onderzoekers, professionals uit de forensische zorg en ervaringsdeskundigen. Haeyen legde uit dat het project ‘Werkingsmechanismen en interventies van vaktherapie in de forensische zorg’, gesubsidieerd door KFZ (Kwaliteit Forensische Zorg), uit 3 delen bestaat:

  1. Een literatuurreview naar werkingsmechanismen van vaktherapie in de forensische zorg;
  2. Een inventarisatie van werkzame vaktherapeutische interventies in de forensische zorg;
  3. Validatie van resultaten van deel 1 en 2 bij vaktherapeuten, psychologen en psychiaters uit de forensische zorg, een ervaringsdeskundige en een ex-cliënt.

Literatuurreview

Professor dr. Susan van Hooren, coördinator van het eerste deel, gaf vervolgens een overzicht van de resultaten van deel 1 van het project. Van Hooren is lector aan de Zuyd Hogeschool en hoogleraar aan de Open Universiteit. Ze benadrukte: "De meta-analyse omvatte 11 studies met 94 uitkomsten, waarbij gebruik is gemaakt van een controlegroep. Opvallend is dat het beschikbare onderzoek zich vooral richt op beschermende factoren voor crimineel en antisociaal gedrag, verslaving en psychiatrische symptomen. Er is minder gepubliceerd over risicofactoren zoals sociaal en relationeel functioneren of psychologisch functioneren."

Therapeutische interventies

Vaktherapie wordt vaak ingezet voor de behandeling van psychiatrische problematiek bij forensische patiënten. Maar welke vaktherapeutische interventies hebben hun waarde bewezen in de praktijk volgens vaktherapeuten die werkzaam zijn in de forensische zorg? Wat zijn de beoogde doelen en potentiële werkingsmechanismen? Deze vragen staan centraal in deel 2 van het project. Suzanne Haeyen, coördinator van deel 2, vertelde dat de onderzoeksgroep, naast de vaktherapeuten van de officieel bij het project betrokken praktijkinstellingen (ProPersona/ Pompestichting, GGNet/ de Boog en STEVIG), zoveel mogelijk vaktherapeuten uit het netwerk heeft benaderd. Haeyen: "De best practices van deze vaktherapeuten hebben we verzameld via een format voor interventiebeschrijvingen en aangevuld met forensische modellen op micro-, meso- en macroniveau. Dit resulteerde in een overzicht van 61 werkvormen en 35 potentiële instrumenten. We gaan proberen om alle interventies gedetailleerd te beschrijven."

Vaktherapie als vergrootglas

Indrukwekkend was de persoonlijke reis van Toon Walravens, een ervaringsdeskundige adviseur met uitgebreide ervaring in verschillende sectoren van de forensische zorg. Hij sprak over vaktherapie als een vergrootglas. "Tijdens de vaktherapie kreeg ik steeds meer grip op datgene wat al die jaren grip op mij had." Hij deelde zijn inzichten en ervaringen met vaktherapie, waaronder PMT, drama- en muziektherapie, en benadrukte het belang van vaktherapie binnen de forensische context. Walravens: "De betekenisvolle relatie met de vaktherapeuten bleek de sleutel naar mijn diepste binnenste. Door vaktherapie kreeg ik het gevoel verlost te worden uit mijn mentale wanorde en verkramping in mijn gevoelswereld, weg uit het verdriet uit mijn jeugd. Ik kreeg zelfvertrouwen, eigenwaarde en een positief zelfbeeld. Dit voelde als een bevrijding!"

Focusgroepen per discipline

Na de pauze splitsten de aanwezigen zich op in focusgroepen per discipline, waarin de werkingsmechanismen van de verzamelde vaktherapeutische interventies werden besproken. Deelnemers deelden hun input en ervaringen, wat leidde tot waardevolle discussies en inzichten.

Hoe verder?

In het derde deel van dit onderzoeksproject, waar deze middag ook deel van uitmaakte, worden de uitkomsten van deel 1 en deel 2 van het project met elkaar verbonden. Dat betekent de validatie van de beschreven koppeling van vaktherapeutische interventies en potentiële werkingsmechanismen bij vaktherapeuten, andere forensische disciplines en ervaringsdeskundigen. Dat gaat resulteren in een rapport van de literatuurreview en een open access bundel van veelbelovende therapeutische interventies. Ook komt er een overzicht van instrumenten die van toepassing kunnen zijn om de effecten van interventies te kunnen meten, gekoppeld aan de potentiële werkingsmechanismen. Deze tools kunnen bijdragen aan vervolgonderzoek en een nog effectievere inzet van vaktherapie in de forensische zorg. Zodat de behandeling nog beter bijdraagt aan het doorbreken van beperkende patronen in denken en voelen van de forensische patiënt en het recidive-risico vermindert.