Renate Jacobs, sectormanager bij Siza 's Koonings Jaght

'Goede kwaliteit van zorg en dienstverlening, afgestemd op de wensen van de cliënt, staan in onze organisatie hoog in het vaandel. De afgelopen jaren heeft een speciale Taskforce Intensieve Begeleidingszorg (IB) van verstandelijk beperkte cliënten, zich uitgebreid met dit vraagstuk beziggehouden. Het doel van mijn masterthese: 'Taskforce IB, een missie met een kans van slagen?' is te onderzoeken welke doelstellingen zijn behaald en welke niet. Daarnaast bevat mijn these aanbevelingen over het vervolg van het project', aldus de Sectormanager.

Behoefte aan theoretische onderbouwing

Renate Jacobs werkt sinds 1986 met veel enthousiasme en gedrevenheid in de zorg. Ze heeft veel ervaring met mensen met verstandelijke- en lichamelijke beperkingen in uiteenlopende organisaties: van privéklinieken tot en met algemene ziekenhuizen. Ze volgde een opleiding tot verpleegkundige en praktijkbegeleider en rondde een hbo-managementopleiding en diverse voortgezet onderwijscursussen succesvol af. Jacobs: 'Ik miste echter een theoretische onderbouwing van mijn dagelijkse werkzaamheden. Vandaar mijn keuze voor de MBZD. De opleiding sluit perfect aan bij mijn werk- en persoonlijke ontwikkeling. Met mijn masterhese wil ik het professionaliseringstraject waarin Siza 's Koonings Jaght zicht bevindt, ondersteunen.'

Complexe doelgroep

Cliënten met een intensieve begeleidingsvraag zijn een complexe groep die specifieke aandacht en behandeling vereist. Jacobs: 'De Taskforce IB heeft in een paar jaar tijd veel werk verricht. En met succes; er zijn diverse verbeteracties ingevoerd. Een daarvan is dat er een visie is ontwikkeld die veel duidelijkheid geeft over hoe om te gaan met deze complexe groep. Ook is er een Zorgplan voor alle cliënten opgesteld en zijn de contacten met ouders en cliënten aangehaald. Daarnaast krijgen medewerkers een training met als doel: professionelere zorg kunnen leveren. Maar er zijn ook nog aandachtspunten die ik als aanbevelingen aan de directie heb gepresenteerd. Borging van de verbeterde zorg bijvoorbeeld, is een aandachtspunt. Dit moet echt geregeld worden, anders, 'beklijven' alle doorgevoerde verbeteringen niet of onvoldoende. Een andere aanbeveling is de organisatiestructuur van de Taskforce. Het nadeel van deze projectachtige onderneming was dat deze buiten de lijn werd georganiseerd. Hierdoor was soms de communicatie niet helder en werden er onvoldoende verbindingen gelegd met de bestaande organisatie. Mijn advies is: beleg een dergelijk project in de lijn. Daar zitten mensen in regiefuncties. Hierdoor kunnen gemakkelijker verbindingen worden gelegd en is de communicatie ook beter te regelen.'

Twee petten

Mijn supervisor heeft mij zeer ondersteund bij het verrichten van onderzoek. Hij heeft steeds benadrukt dat het objectief onderzoek moest zijn. Deze ondersteuning was zeer welkom, want het is best lastig om met twee petten op naar een vraagstuk te kijken. Als manager heb je een mening; als onderzoeker sta je 'blanco' in het onderzoek. Ik ben echt in de rol van onderzoeker gekropen en ook gegroeid. Ik heb onder meer diepte-interviews gehouden om in beeld te kunnen brengen hoe cliënten de zorg nu echt ervaren. Ik heb betrokken medewerkers ingeschakeld en ze op pad gestuurd naar een andere locatie om daar in discussie te gaan met collega’s over kwaliteit. We leggen de verantwoordelijkheden graag zo laag mogelijk in de organisatie. Medewerkers weten immers het beste wat er speelt in de praktijk', aldus Jacobs.

Gesterkt

Jacobs voelt zich ook op bedrijfsmatig vlak gesterkt door de opleiding. Ze licht toe: 'Ik heb de resultaten van de Taskforce IB in retroperspectief beoordeeld en zelfs dan zijn de aangereikte modellen nog toepasbaar! Ik heb de modellen en de theorie gebruikt die mij in de afgelopen tweeënhalf jaar zijn aangereikt. De ene keer waren dat de kritische succesfactoren, de andere keer een specifiek model. Het is niet zozeer dat ene model of dat specifiek stukje theorie: het gaat om alles samen wat ik in de afgelopen tweeënhalf jaar heb meegekregen en waar ik uit kan putten. Juist doordat ik nu breder ben geïnformeerd op bedrijfsmatig vlak, kan ik de praktijkervaring langs de meetlat leggen. Ik kan nu op een zakelijke manier naar zorg kijken, zonder de wensen van de cliënten uit het oog te verliezen.'

Leidend

Jacobs is van mening dat juist managers in de zorgsector over actuele kennis- en vaardigheden, in praktijk én theorie, moeten beschikken om overheidsontwikkelingen goed en kritisch te kunnen volgen en beoordelen. Jacobs: 'De zorgsector moet mijn inziens niet volgend zijn – zoals nu vaak het geval is – maar leidend. Per slot van rekening weten medewerkers hoe de praktijk in elkaar zit en welk beleid daarop aansluit. We kunnen en willen een goede klankbordrol vervullen bij het formuleren van beleid op dit terrein.'

Goed netwerk

Naast het up-to-date zijn in je vak, qua inhoud en vaardigheden, is het volgens de studente MBZD enorm belangrijk om een goed netwerk te hebben. Jacobs geeft aan dat de opleiding hierin een belangrijke rol heeft gespeeld. 'Mijn medestudenten zijn allemaal in de zorg- en dienstverlening werkzaam, maar heel divers qua achtergrond en organisatie: van ziekenhuizen, jeugdhulpverlening tot en met de gehandicaptenzorg. Hierdoor heb ik buiten mijn sector kunnen kijken en dat was bijzonder leerzaam. De gezondheidszorg is in veel landen anders georganiseerd dan in Nederland. We kunnen veel van elkaar leren: de cliënt is immers dezelfde, maar de methodieken verschillen.'

Collegiale intervisie

'Bij aanvang van de opleiding was ik op zoek naar een theoretische onderbouwing van mijn dagelijkse werkzaamheden. Die heb ik gekregen, maar ook de collegiale intervisie is enorm waardevol gebleken. De ondersteuning van mijn medestudenten en mijn bevlogen docenten, zijn cruciaal bij het realiseren van mijn masterthese. Ik heb alle vertrouwen in een goede afronding', aldus een tevreden Jacobs.