Werkwijze Begeleidingskunde jaar 1

Er is een voortdurende actieve wisselwerking tussen opleiding en de beroepspraktijk van de student. U bent tijdens de opleiding werkzaam binnen een werksituatie die gelegenheid biedt om relevante leerervaring op te doen.

Praktijkervaring

Deze praktijkleerervaring komt in de opleiding aan de orde in de vorm van schriftelijke en/of mondelinge begeleidingsvragen tijdens de werkgroepen, de simulatiespelen, de coachingsmomenten, de supervisie-over-supervisie en de toetsing. Omdat de samenstelling van de groep divers is, doet u kennis op over andere werksoorten en werkwijzen en leert u over de grenzen van uw beroepspraktijk heen kijken. Het in interactie herkennen, erkennen en respectvol omgaan met verschillen is een belangrijke competentie van de begeleidingskundige. De krachtige leeromgeving draagt samen met uw praktijkervaring bij aan het verwerven van de competenties.

Toetsing

  • U voert een schriftelijke theorietoets supervisiekunde uit met een een performance assessment laat u zien hoe u superviseert
  • U ontvangt de beoordeling van uw leerproces via de supervisie-over-supervisiebijeenkomsten
  • U maakt een methodiekwerkstuk supervisiekunde
  • U geeft een presentatie van thema's van uw werkstuk in een colloquium