‘Ik dacht na elke stage weer: dit is het leerjaar waaraan ik les wil geven! Ik vind het leuk om me te verplaatsen in elke leeftijdsgroep. Momenteel sta ik op basisschool De Laarhorst te Arnhem voor een kleuterklas. Maar ook doe ik daar één dag per week adv-vervanging, voor groep 5 en 7. Erg afwisselend! Elke leeftijd heeft zo zijn interessante kanten en uitdagingen.’
Het meisje aan het klimtouw
Janneke van der Vlugt (21) is sinds juni 2007 onderwijsassistente bij de Pabo Arnhem. Daarnaast werkt ze drie dagen per week in het basisonderwijs. ‘Ik wilde altijd al onderwijzeres worden.’
De belevingswereld van kleuters
‘De belevingswereld van kleuters trekt mij erg. Het kind moet geprikkeld en gestimuleerd worden en daarvoor moet je jezelf als leerkracht goed kunnen inleven. Ik vind het erg leuk om samen met de kinderen een wereld vol fantasie te betreden.’
Humor in de bovenbouw
‘Bij de midden- en bovenbouw vind ik de sociale gesprekken erg belangrijk. Het midden- en bovenbouwkind gaat zichzelf steeds meer vergelijken met klasgenoten, wat meespeelt in zijn ontwikkeling. Ik vind een goede sfeer in de klas erg belangrijk en daar moeten we samen voor zorgen. Daarbij hoort ook humor. Grapjes moeten kunnen en daar kunnen we allemaal weer wat energie uit halen!’
Het meisje aan het touw
‘Ik wilde altijd al onderwijzeres worden. Als klein kind speelde ik dat ik mijn knuffels les gaf. Mijn moeder is ook onderwijzeres, met haar ging ik vaak mee. Toen ik een jaar of zeven was, ben ik tijdens een gymles op mijn vroegere basisschool spontaan, zwaaiend aan een touw, gefotografeerd door een fotograaf van Pabo Arnhem. Deze foto werd vervolgens jaren gebruikt voor de reclamecampagne ‘Jouw toekomst, hun toekomst’. Zo hing ik als het ‘meisje aan het touw’ door heel Gelderland. Dezelfde fotograaf nam mij daarom graag mee naar open dagen van Pabo Arnhem. Ik ging dan zitten knutselen en kleien in het handvaardigheidlokaal. ‘Daar zit het meisje van het touw’, zeiden de mensen dan. Op erg jonge leeftijd was ik dus al aan Pabo Arnhem verbonden.’
De eerste stage
‘Mijn eerste stage was, net als voor vele anderen, een onderbouwstage. Ik was toen 17 jaar. Op die leeftijd sta je in de onderbouw met net wat meer zekerheid voor de groep dan in de bovenbouw. Tijdens de tweede helft van het eerste jaar begon ik met mijn bovenbouwstage in groep 8. Bij die stage kreeg iedereen de opdracht om tijdens de eerste stagedag een onderwerp te kiezen waar je veel vanaf wist, om jezelf op die manier ook voor te stellen aan de groep. Zo kun je bijvoorbeeld een dansles aan de kinderen geven, wanneer je gek bent op dansen. Ik vond dit een prettige en leuke binnenkomer!’
Betrokkenheid studenten
‘Wat ik goed vind aan de pabo hier, is het studentenbeleid. De studenten worden zo veel mogelijk betrokken bij hun eigen opleiding. Zo worden ze betrokken bij verschillende activiteiten, zoals het (her)ontwerpen, evalueren en verbeteren van het onderwijs, het uitvoeren van taken en het bijdragen aan de organisatie. Er was al klassenvertegenwoordiging, maar nu is er ook de studentenadviesgroep. Deze groep bestaat uit studenten van verschillende stromingen en jaargroepen. Aan hen wordt om advies gevraagd voorafgaand aan de invoering van nieuw of bijgesteld onderwijs.’
Cijfers
‘Wat ik ook een verbetering vind, is dat er tegenwoordig vaker cijfers worden gegeven. Vroeger stond er op je lijst vaak ‘voldaan’ of ‘niet voldaan’. Zo konden de betere studenten zich niet onderscheiden en de mindere studenten konden met een goede babbel een heel eind komen. Ook ben ik van mening dat het koppelen van een waardering aan een toets of werkstuk motiverend werkt.’

