Snelle links [ sla over ]
HAN Navigatie [ sla over ]
HAN Masteropleidingen en onderzoek
Onderwijs en Opleiden

De belangrijkste opleidingsinformatie

Je opleiding bij de lerarenopleiding economie is competentiegericht. Dat betekent dat je direct aan de slag gaat met de competenties die een leraar elke dag inzet binnen een vijftal beroepstaken. In totaal draait het in het beroep om een zevental competenties en vijf beroepstaken.

Het beroep: beroepstaken

Als leraar voer je verschillende taken uit: je geeft les, begeleidt leerlingen, ontwerpt onderwijs, draagt bij aan de onderwijsorganisatie en ontwikkelt je vakdeskundigheid voor het door jou gekozen vak. Deze taken van een leraar noemen we beroepstaken en die vormen een kapstok voor het onderwijs. Deze zijn:

        • Lesgeven en trainen in het vak/leergebied
        • Begeleiden van lerende(n)
        • Ontwerpen van leerarrangementen in je vak/leergebied 
        • Bijdragen aan de onderwijsorganisatie
        • Ontwikkelen van vakdeskundigheid

Bachelorstructuur: major en minor

De basisindeling voor de lerarenopleiding economie bestaat uit een major (210 studiepunten, 3.5 jaar) en een minor (30 studiepunten, 0.5 jaar). De major is de hoofdrichting van de opleiding waarin je vak, vakdiddactiek, pedagogiek en competenties ontwikkelt.

De minor is het deel van de opleiding waarin je je verbreedt of verdiept om je in jouw beroepsuitoefening te kunnen profileren. 

De major: drie fasen

We verwachten natuurlijk niet dat je meteen de competenties op het niveau van een leraar kunt inzetten. Daarom is de opleiding in drie fasen opgebouwd: een propedeutische fase, de hoofdfase en de afstudeerfase:

  1. Propedeutische fase
    Hier speelt oriëntatie op het beroep en de lerarenopleiding een belangrijke rol: passen dit beroep en deze opleiding bij jou? Je maakt kennis met de lerarenopleiding en doet je eerste ervaring op in de praktijk (de stage). Aan het einde van het propedeusejaar worden je studieresultaten vertaald in de vorm van een studieadvies. 
  2. Hoofdfase
    In de hoofdfase vindt de verdieping op het vak natuurkunde plaats, zowel qua vakkennis als vakdidactiek. In deze fase vinden twee stages plaats waarin het accent ligt op het lesgeven, begeleiden en ontwerpen van onderwijsactiviteiten.
  3. Eindfase  
    In de eindfase van de opleiding staat het afstuderen centraal met daarbij de LIO-stage. Bij de LIO-stage draait het om het zelfstandig functioneren als leraar. Als je de eindfase hebt behaald en bent afgestudeerd, ben je klaar om te starten op de arbeidsmarkt: je bent startbekwaam. 

Onderwijs- en Examenregeling en Opleidingsstatuut

Aan de rechterkant van deze pagina kun je de Onderwijs- en Examenregeling (OER) en het Opleidingsstatuut (OS) als pdf bekijken.

Vakspecifieke en generieke kennisbasis

De kennisbasis voor leraren is landelijk vastgelegd en beschrijft de kennisvereisten waarover een startbekwame leerkracht moet beschikken. Er is zowel een vakspecifieke als een generieke kennisbasis vastgelegd.

  1. De vakspecifieke kennisbasis (VKB)
    De vakspecifieke kennisbasis omvat de beschrijving van vakspecifieke kennis die de startbekwame leraar minimaal moet hebben om aan het werk te kunnen in het onderwijs. Hierbij gaat het om ‘vakmanschap’.
  2. De generieke kennisbasis (GKB)
    De generieke kennisbasis beschrijft de kennisbasiseisen op pedagogisch-didactisch niveau. Het gaat hier specifiek om het beroepsgebonden deel, ook wel ‘meesterschap’ genoemd.