Je kunt geen leraar worden, zonder het beroep in de praktijk te oefenen. Je weet pas hoe je op een groep kinderen reageert als je voor de klas staat. Deze ervaring doe je op in de vorm van werkplekleren (stage).
Werkplekleren (stage)
Op je werkplek doe je een groot deel van de kennis en vaardigheden op die horen bij het beroep van een leraar. Daarnaast krijg je alle ruimte om een eigen stijl van lesgeven te ontwikkelen waarmee je jonge mensen enthousiast kunt maken voor je vak of leergebied.
Elke stage wordt op de HAN voorbereid en is altijd gecombineerd met terugkomdagen. Op deze terugkomdagen wordt over ervaringen van de stage gesproken en krijg je feedback hierop.
Drie soorten werkplekleren
Het werkplekleren bestaat uit drie delen:
- Propedeuse: werkplekleren 1
Een oriënterende stage in de eerste fase van de opleiding;
- Hoofdfase: werkplekleren 2
Een begeleide stage in de tweede fase van de opleiding;
- Afstudeerfase: werkplekleren 3
Een Lio-stage in de laatste fase van de opleiding.
Bureau Extern
Bureau Extern regelt stageplekken op scholen voor de lerarenopleidingen. Meer informatie over de soorten werkplekleren vind je via de .