Beroepstaken
Bij de Lerarenopleidingen van HAN hebben we de taken van een leraar voortgezet onderwijs omschreven, we noemen ze beroepstaken. Tijdens je opleiding ga je actief met deze taken aan de slag. Zowel in de boeken, als in de praktijk.
Beroepstaken: een leraar motiveert en stimuleert leerlingen, praat met ouders, bereidt lessen voor, werkt met computers en organiseert activiteiten. Hij investeert in de algemene ontwikkeling van zijn leerlingen en bereidt ze voor op hun toekomst.
Bij de Lerarenopleidingen van HAN hebben we de taken van een leraar voortgezet onderwijs omschreven, we noemen ze beroepstaken. Tijdens je opleiding ga je actief met deze taken aan de slag. Zowel in de boeken, als in de praktijk.
Lesgeven is een belangrijke beroepstaak van een leraar. Je gaat lessen voorbereiden, uitvoeren en evalueren. Dit vraagt om kennis van de inhoud en hoe je die kunt vertalen naar het niveau van de kinderen. Je moet hiervoor ook goed zicht hebben op hoe kinderen leren.
Reacties van kinderen zijn voor een leraar een graadmeter voor de kwaliteit van zijn onderwijs. Je moet dus goed naar kinderen kijken, zodat je je onderwijs laat aansluiten bij en kunt afstemmen op je leerlingen. Met behulp van observaties krijg je een beter beeld van kinderen en hun ontwikkeling.
Een leerkracht ontwerpt onderwijs, materialen en hulpmiddelen die afgestemd zijn op de leerlingen in zijn klas.
Een leerkracht is ook een teamlid. Je overlegt bijvoorbeeld met collega´s over groepsoverstijgende activiteiten. Communicatieve vaardigheden zijn dus een must.
Een studiejaar op de Lerarenopleiding bestaat uit 4 periodes. Per periode staan één of meerdere beroepstaken centraal. Elke beroepstaak komt tijdens de hele studie terug, waarbij het niveau van de beroepstaak oploopt. Het niveau geeft de bekwaamheidsfase van een beroepstaak aan: