Snelle links [ sla over ]
HAN Navigatie [ sla over ]
HAN Masteropleidingen en onderzoek
Onderwijs en Opleiden

Competenties leraar voortgezet onderwijs

Beroepscompetenties zijn een mix van kennis, houding en vaardigheden. Vanaf het eerste niveau, het eerste studiejaar, wordt aan deze competenties veel aandacht geschonken o.a. in de vorm van beroepsvoorbereiding, theorie en stage.

Wat moet een leraar kennen, kunnen en zijn?

Bij elke taak die een leraar uitvoert, zet hij of zij een aantal van die competenties in. Je kunt ze dus niet los van elkaar zien: je hebt ze allemaal nodig om je taken te doen. Op de Lerarenopleiding staan de beroepstaken van een leraar centraal. Denk bijvoorbeeld aan het begeleiden van lerende kinderen of lesgeven.

Pedagogisch competent

Een leraar die pedagogisch competent is, creëert een veilige leeromgeving in zijn groep en zijn lessen. Hij zorgt er dus voor dat de leerlingen:

  • weten dat ze erbij horen en welkom zijn;
  • weten dat ze gewaardeerd worden;
  • op een respectvolle manier met elkaar omgaan;
  • uitgedaagd worden verantwoordelijkheid te nemen voor elkaar;
  • initiatieven kunnen nemen en naar vermogen zelfstandig kunnen werken.

Vak- en didactisch competent

Een leraar die didactisch competent is, ontwerpt een krachtige leeromgeving in zijn klas en zijn lessen. Dat wil zeggen dat hij:

  • leerinhouden en zijn doen en laten afstemt op de leerlingen en rekening houdt met individuele verschillen;
  • de leerlingen motiveert voor hun leertaken, hen uitdaagt om er het beste van te maken en hen helpt om ze met succes af te ronden;
  • de leerlingen leert leren, ook van en met elkaar, om daarmee onder andere hun zelfstandigheid te bevorderen.

Organisatorisch competent

Een leraar die organisatorisch competent is, zorgt voor een overzichtelijke, ordelijke, taakgerichte sfeer in zijn klas en zijn lessen. Hij zorgt er bijvoorbeeld voor dat de leerlingen:

  • weten waar ze aan toe zijn en welke ruimte ze hebben voor eigen initiatief;
  • weten wat ze moeten doen, hoe en met welk doel ze dat moeten doen.

Interpersoonlijk competent

Een leraar die interpersoonlijk competent is, gaat op een prettige manier met de leerlingen in zijn klas om en zorgt ervoor dat er een goede sfeer van samenwerken heerst. Een competente leraar:

  • leidt en begeleidt;
  • stuurt en volgt;
  • confronteert en verzoent;
  • lost conflicten op.

Samenwerken met collega's

Een leraar die competent is in het samenwerken met collega´s, levert zijn bijdrage aan een goed pedagogisch en didactisch klimaat op zijn school, aan goede onderlinge samenwerking en aan een goede schoolorganisatie. Dat betekent bijvoorbeeld dat de leraar:

  • goed met collega´s communiceert en samenwerkt;
  • een constructieve bijdrage levert aan vergaderingen en andere vormen van schooloverleg.

Samenwerken met de omgeving

Een leraar die competent is in het samenwerken met de omgeving, levert - in het belang van de leerlingen een bijdrage aan een goede samenwerking met mensen en instellingen in de omgeving van de school.Dit betekent bijvoorbeeld dat de leraar:

  • goede contacten onderhoudt met de ouders van de leerlingen;
  • goede contacten onderhoudt met andere mensen en instellingen die ook te maken hebben met de leerlingen.

Reflectie en professionele ontwikkeling

Een leraar die competent is in reflectie en ontwikkeling, denkt voortdurend na over zijn beroepsopvattingen en zijn professionele bekwaamheid. Dat betekent bijvoorbeeld dat de leraar:

  • goed weet wat hij belangrijk vindt in zijn leraarschap en van welke waarden, normen en onderwijskundige opvattingen hij uitgaat;
  • een goed beeld heeft van zijn eigen competenties, zijn sterke en zwakke kanten;
  • zich op een planmatige manier verder ontwikkelt.