Hoe ziet de hoofdfase van de voltijdopleiding Ergotherapie eruit?
Na het eerste jaar geef je steeds meer zélf inhoud en vorm aan je opleiding. Dat doe je in het tweede leerjaar, de hoofdfase.
Op deze pagina:
1e leerjaar van de hoofdfase
Je maakt verder kennis met de 6 verschillende beroepstaken van een ergotherapeut. Daarbij krijg je een uitgebreider beeld van de verschillende doelgroepen die bij de ergotherapeut komen.
Dit leerjaar (hoofdfase) bereid je je voor op je stage. In de hoofdfase bouw je dus voort op de ontwikkelde competenties van de propedeuse. Je past ze nu toe op een hoger niveau en in meer werkvelden en met meer doelgroepen.
De volgende onderwijsprogramma's zitten in het 1e leerjaar van de hoofdfase Ergotherapie:
- Ouderen met beleving
- Psychosociale problematiek en psychiatrie
- Kinderergotherapie
- Hoofdzaken: behandeling van cliënten met een beroerte
- Evidence Based Practice: het gebruik van bewijs voor afweging en keuzes van behandeling en advisering
2e leerjaar van de hoofdfase
In het 2e leerjaar van de hoofdfase werk je vooral buiten school, in de beroepspraktijk. Je bent aan het werkplekleren. Dit kan plaatsvinden bij bijvoorbeeld:
- een praktijk ergotherapie
- een afdeling ergotherapie van een revalidatiecentrum
- een ergotherapeutisch adviesbureau
- een psychiatrisch ziekenhuis
- een arbo-reïntegratiedienst
Minoren
De minor is het gedeelte van je studie waarin je jezelf specialiseert, of juist een bredere kijk krijgt op het vak. Je kiest je minor in overleg met je studieloopbaanbegeleider. Er zijn 3 soorten minoren: verdiepend, verbredend en vrij.
- Voorbeeld van een verdiepende minor: Neurorevalidatie
- Voorbeelden van een verbredende minor: Ondernemen, Informatica in de gezondheidszorg
- Een vrije minor is een uitgekiend samenraapsel van vakken rond een bepaald thema. Voorbeelden van thema's: Werken in het buitenland, Kinderen in beweging krijgen
Werkplekleren
Werkplekleren is een manier van leren die veel lijkt op stagelopen, maar dan anders. Het is namelijk niet alleen zo dat het werkveld jou iets gaat leren, jij levert ook producten voor de praktijk. Het is dus een kruisbestuiving, beide partijen worden er beter van.
Een voorbeeld van werkplekleren is het uitbrengen van een advies over verbetering van de samenwerking tussen extramurale en intramurale zorg. Stel, een CVA-patiënt (beroerte) wordt ontslagen uit het revalidatiecentrum (intramuraal). Hij krijgt daarna thuisbehandeling (extramuraal) van een therapeut. Die moet wel goed geïnformeerd zijn. Hoe kan de overdracht van informatie tussen de instelling en de behandelaar optimaal verlopen?

