Zeker zo belangrijk is dat je de resultaten van het onderzoek correct leert analyseren en interpreteren. Op basis daarvan trek je conclusies en beslis je bijvoorbeeld of een vervolgonderzoek nodig is.
Hoe ziet de hoofdfase eruit?
In de hoofdfase van de opleiding staat de beroepstaak centraal: “het uitvoeren van onderzoek door het uitvoeren van experimenten en onderzoeken in het laboratorium”.
Theorie en praktijk komen ruim aan bod
Tijdens de hoofdfase word je steeds verder getraind om zelf onderzoek te ontwerpen en op te zetten. Dat betekent dat je bekend moet zijn met het onderzoeksgebied, maar dat je ook het onderzoeken zèlf goed beheerst.
Stage, minor en afstuderen
In het 3e en 4e jaar doe je een stage van een half jaar. Ook volg je een minor en voer je een afstudeeropdracht uit.
In de stage maak je een half jaar lang uitgebreid kennis met het werkveld. Je werkt met de nieuwste technieken en je maakt van dag tot dag de ontwikkelingen in het vakgebied mee.
Een minor is een bijvak waarmee je je kennis verdiept of juist verbreedt. Welke minor je kiest, bepaal je zelf. Voorbeelden zijn: Bioprocestechnologie, Laboratorium Management of een doorstroomminor, ter voorbereiding op een masterstudie.
Als afsluiting van de opleiding voer je een onderzoek van een half jaaruit in een laboratorium van een instelling of een bedrijf. Dit is de afstudeeropdracht. een half jaar.


