Project Kwaliteit Islamitisch onderwijs (KIO): veel belovende stappen

6 augustus 2012

Veelbelovende stappen zijn gezet, maar het is nog te vroeg om te spreken van een geconsolideerde verbeterslag. Dat is de belangrijkste conclusie uit het eindverslag van het project Kwaliteit Islamitisch onderwijs (KIO). Frans de Vijlder, HAN-lector van het Kenniscentrum Publieke Zaak, heeft een gidsfunctie bij het project vervuld en is medeauteur van het eindverslag.

Verbetering in de beoordeling

Het eindverslag 'Een verleden heb je, de toekomst moet je maken!' is op 6 juni tijdens een conferentie van de verenigde islamitische schoolbesturen (ISBO) gepresenteerd. Het project Kwaliteit Islamitisch onderwijs (KIO) heeft in elk geval er toe geleid dat geen enkele islamitische basisschool door het ministerie meer als 'zeer zwak' wordt beoordeeld en het aantal 'zwakke' scholen is uitzonderlijk.

In het eindrapport staat een algemene waardering van de doelstellingen en de realisering van het project. Volgens het ISBO strategisch beleidsplan 2011-2015 wordt het KIO-project omgezet in een permanent kwaliteitsprogramma op landelijk, bestuurlijk en op schoolniveau.

Verloop van het onderzoek

In de periode tussen 1 oktober 2009 en 1 juli 2012 hebben APS en HAN in opdracht van de ISBO, de koepel van besturen van scholen op islamitische grondslag, mede uitvoering gegeven aan het KIO-project. Het project is gesubsidieerd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Aan het project hebben 14 schoolbesturen en 34 scholen deelgenomen, die zijn aangesloten bij ISBO.

Doel van het onderzoek

Het project was erop gericht om de kwaliteit van het onderwijs op islamitische grondslag te verbeteren en ook de besturen te professionaliseren in hun rol. Daarbij is uitgebreid stilgestaan bij de vraag: wat zijn goed bestuur en goed onderwijs en hoe verhouden deze zich tot elkaar. Beide dimensies zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Waarin heeft het lectoraat bijgedragen?

De voornaamste bijdragen van het lectoraat betreffen de opstelling van een door alle participanten ondertekend handvest, de ontwikkeling en afname van de monitor goed bestuur en de professionalisering van bestuurders en toezichthouders in de vorm van netwerkbijeenkomsten en training. Het project heeft er onder meer aan bijgedragen dat het hoge aantal zwakke en zeer zwakke scholen is teruggedrongen tot nog slechts één zwakke school aan het einde van de projectperiode.

Frans de Vijlder

'Uiteindelijk staat of valt goed onderwijs en goed bestuur met de professionaliteit en integriteit van de mensen die het doen.'Meer over lector Frans de Vijlder