Werkend leren en lerend werken: de stimulans van bedrijfsprojecten in een beroepsopleiding
16 december 2009
In steeds meer beroepsopleidingen nemen bedrijfsprojecten een herkenbare plaats in. Dit geldt zeker ook voor de doorlopende leerlijnen van mbo naar hbo. Zowel in de technische als in de economische en sociale sector zijn bedrijfsprojecten in opmars. Binnen de HAN is hier veel ervaring mee opgedaan. Het op technische opleidingen gerichte “MplusH“ project (niet te verwarren met RxH) stelt bedrijfsprojecten zelfs centraal in het curriculum. Maar, wat zijn bedrijfsprojecten precies en wanneer wordt werken leren?
Bedrijfsprojecten binnen MplusH
Een bedrijfsproject is een onderwijsactiviteit die zich voor een belangrijk deel in de echte praktijk afspeelt. Het bedrijf formuleert een opdracht vanuit specifieke, door de opleiding gegeven beroepstaken. De student kan zo bepaalde in zijn POP geformuleerde competenties verwerven. Het is een opdracht die in het bedrijf daadwerkelijk uitgevoerd wordt. Het kan ook een deelproject zijn, dat op zich weer onderdeel is van een overall project. Het project voldoet aan vastgestelde kwaliteitsnormen voor verslaglegging, rapportages, opleveren van tussenresultaten en presentatie van het eindresultaat.
Drie typen
Afhankelijk van het doel onderscheiden we:
- bedrijfsprojecten, die in de praktijk plaatsvinden als onderdeel van de doorlopende leerlijn;
- bedrijfsprojecten, die de stage vervangen en waarnaast geen lessen plaatsvinden;
- bedrijfsprojecten, die de lesblokken van authentieke opdrachten voorzien, praktijkgericht maken en in grote lijnen op de opleiding worden uitgevoerd.
Kenmerken van bedrijfsprojecten
De student wordt uitgedaagd binnen een project een bijdrage te leveren aan vooraf gestelde doelen en binnen een vastgestelde periode en methodiek. Hij leert daarbij ook zelf structureren en plannen. De student bevindt zich daarmee in een reėle werksituatie en moet voldoen aan reėle eisen die aan een beginnend beroepsbeoefenaar gesteld worden.
Kern van een bedrijfsproject:
- het is een authentiek project;
- de aanpak is planmatig;
- onderwijskundige ondersteuning door en op school (kennisoverdracht) en toepassing in het bedrijf;
- toewijzing op basis POP;
- matching op basis van niveau, rol en taakverdeling.
De projecten worden door een groepje van 3 of 4 studenten uitgevoerd. Afhankelijk van de opdrachtomschrijving, van het niveau en de rolverdeling combineren we studenten uit mbo en hbo. De studenten schrijven op de bedrijfsprojecten in, op basis van het vooraf door hen opgestelde POP.
Beoordeling
De basis van de toetsing is het portfolio (map met producten) waarin de integratie gelegd wordt tussen:
- kennis: toetsing door het onderwijs;
- praktische vaardigheden: beoordeling van de producten door onderwijs en bedrijf;
- attitude: bedrijf, onderwijs en student op basis van een eindgesprek met beoordelingslijst
De uiteindelijke beoordeling is de verantwoordelijkheid van de onderwijsinstelling.
Wie doet wat? Taken en rollen
De taken van de student zijn het maken van een POP en een portfolio, verantwoordelijkheid nemen voor het eigen leerproces, een bijdrage leveren aan bedrijfsprojecten, zich begeleidbaar opstellen en samenwerken.
De studieloopbaanbegeleider van de opleiding is de schakel tussen opleiding, bedrijf en groepje studenten. Hij bezoekt de studenten en de begeleider van het project in het bedrijf vier keer. Tijdens die bezoeken monitort de SLB-er de voortgang van het project.
De opleiding verzorgt tijdens de bedrijfsprojecten het “just in time“ onderwijs en de doorlopende leerlijn. Het “just in time“ onderwijs is gericht op het ondersteunen en afsluiten van de kerntaken.
De taken voor de bedrijfsbegeleider zijn het bieden van coaching, oefenen van beroepsvaardigheden, bespreken van problemen op de werkvloer, medebeoordelen van het product en het proces. Dit laatste gebeurt op school tijdens en na een eindpresentatie door de studenten.
Tenslotte: Wanneer wordt werken leren?
Bedrijfsprojecten bevorderen flexibilisering en individualisering in het onderwijs. Studenten voelen zich meer betrokken bij hun eigen werkleersituatie, waarin zij nauw samenwerken met professionals on-the-job. Om dit leren te verankeren en duurzaam te maken is reflectie een eerste vereiste. Wat de student geleerd heeft moet expliciet gemaakt worden (internalisatie). Dit gebeurt niet vanzelfsprekend maar vereist goede leerinterventies, gericht op transfer van de leerervaringen. Een systematische aanpak is daarbij een must. Kruyd spreekt bij zijn model over werkgebaseerd leren over: "leerarrangementen waarbij slimme kennissystemen en e-learning, instructie en begeleiding samengaan". Bij invoering van bedrijfsprojecten geven opleiders dus niet hun vakinhoudelijke, onderwijskundige en didactische taak uit handen. Integendeel, zij blijven de architecten van het leerproces.
Kea Bouwman, Marleen Deuss en Olga Teunissen
Wil je hier meer over weten, stuur een mail naar Kea Bouwman, Marleen Deuss of Olga Teunissen.
Direct reageren kan ook, plaats een reactie onderaan dit bericht.
Bronnen
- Projectplan MplusH, 2008 (informatie kea.bouwman@han.nl )
- E. Fennema en R. van Leeuwen, Elke dag je eigen parallelle werkplek, artikelenreeks Leren op de werkplek (8) in: Opleiding & Ontwikkeling, april 2009.
- T. Bruning i.s.m. D. Kruyd, Zorg voor het vakmanschap, artikelenreeks Leren op de werkplek (9) in: Opleiding & Ontwikkeling, mei 2009.

Aantal reacties: 0