Vooruitzien in verwondering

26 september 2011
Joke van der Meer

Joke van der Meer van de HAN-opleiding Verpleegkunde ontving tijdens de opening van het studiejaar de jaarlijkse HAN-medewerkersprijs. Naast docent is Joke voorzitter van de curriculumcommissie, coördinator buitenschools leren, lid kenniskring Lectoraat Zorg voor Mensen met een Verstandelijke Beperking en redacteur van het vakblad Onderwijs en Gezondheidszorg.

Juryrapport

Het juryrapport beschrijft de persoon Joke in superlatieven: fijne collega, altijd enthousiast, enorme inzet, uitstekend visitekaartje, inspirerend spreker, focust op kwaliteit, en ga zo maar door... Kortom, genoeg redenen om aan te schuiven en Joke te vragen naar de motivatie in haar werk, haar visie op het onderwijs, wensen en doelen.

Wat was je eerste reactie toen je hoorde dat jij dit jaar de HAN-medewerkersprijs mee naar huis kon nemen?

Ik vond mijn nominatie al erg eervol, maar toen mijn naam als winnares uit de bus kwam, was mijn eerste reactie ´Het kan niet waar zijn..'. Het winnen van de prijs is echt heel erg leuk; maar het voelt ook als pronken met andermans veren.
 
Mijn collega´s van het praktijkbureau hadden mijn voordracht ingediend, maar ook vorig jaar was ik al voorgedragen door docenten van verpleegkunde. De jury zal wel gedacht hebben: ´we moeten daar maar vanaf´. Een aantal criteria waarop ik blijkbaar goed heb gescoord herken ik wel: via het praktijkbureau sta ik voor het leveren van kwaliteit, en ook als docent is kwaliteit een belangrijk uitgangspunt: je moet weten wat je te vertellen hebt, met up to date materialen. En als het gaat om innovatie: wanneer ik knelpunten signaleer zal ik steeds proberen te vernieuwen.

De sfeer binnen de opleiding houdt mij enthousiast. En dan gaat het zowel om het harde werken, als om de prettige omgang met elkaar, en de ruimte om met verschillende dingen bezig te zijn. Daardoor kan ik groeien, en mijn eigen weg daarin volgen. Ik vind mijn prijs eigenlijk  een prijs voor de hele opleiding.

Waar haal jij je motivatie vandaan?

Ik heb verpleegkunde altijd leuk gevonden. Na mijn opleiding HBO-v was ik eerst enige jaren werkzaam in de jeugdpsychiatrie en de verstandelijk gehandicaptenzorg. Daarna volgde de eerstegraads lerarenopleiding in Maastricht , met een stage bij de HAN. En daarna ook hier aan de slag. Later heb ik nog een masteropleiding gedaan. Een belangrijke drijfveer in mijn leven is het aangaan van ontwikkelingen. En dan vooral ook deze ontwikkelingen bespreken en doorgeven.

De onderwijssector trekt me ook, omdat onderwijsmensen willen stilstaan bij dingen, en er over willen nadenken. In de verpleegkunde komt dat heel duidelijk tot uiting bij de zorg voor verstandelijk gehandicapten. Daar ben jij - in het werkveld - diegene die bepaalt hoe het moet. Juist in de zorg voor verstandelijk gehandicapten moet je extra goed nadenken over de vraag ´wat is goede zorg en wat niet?´. Je bent 100% verantwoordelijk voor het uitvoeren van die zorg,  want de cliënt zal niet aangeven dat hij of zij het anders wil.
Stilstaan bij situaties, en er over nadenken: dat wil ik studenten leren. Zij moeten zich ook verwonderen. Daarmee bedoel ik dat hbo-studenten goed moeten leren kijken in hun beroep. Stel jezelf de vraag: Wat zie je?  Als je je verwondert, kan je goede leervragen stellen, en kunnen wij de studenten hiermee helpen.

Hoe draag jij bij aan de ontwikkeling van beleid?

Dat doe ik o.a.  als voorzitter van de curriculumcommissie. Als je - bijvoorbeeld - nieuwe toetsing van de opleiding wil vormgeven, heeft dat te maken met  verandering van de inhoud van het onderwijs, en dat heeft weer te maken met deskundigheid van docenten, enzovoort. Maar ook het HAN-brede beleid heeft hiermee te maken, via de indeling van het studiejaar en het aantal weken minoronderwijs per studiejaar. Haal je een bouwsteen uit dit gebouw, dan zakt een deel in elkaar. Dat is het lastige, maar ook het leuke. Je moet aan alle consequenties denken.

Stel, je bent als curriculumcievoorzitter vrij in het sturen van de koers die je de opleiding Verpleegkunde wil laten varen. Wat staat er dan op je agenda?

Als eerste de verbinding met de praktijk, waarbij we alle studenten op niveau kunnen bedienen. Nu moeten we soms studenten laten begeleiden door personen die zelf geen hbo-niveau bezitten. Ik zou graag met instellingen hierover in gesprek gaan. Als tweede zou ik op zoek gaan naar werkvormen, waardoor de studie hbo-V nog uitdagender  wordt. Ik wil op zoek naar verbeteringen, bijvoorbeeld: hoe kun je een goede samenhang krijgen in al het onderwijs, wat doen we met de digitale ontwikkelingen?
Het integreren van theorie en praktijk, zoals in het praktijkhuis, als een doorlopende lijn, is ook belangrijk. Verder zou ik graag willen dat docenten- al werkende in de praktijk - die werkervaringen weer inbrengen in het onderwijs. Dus enerzijds meewerken in ziekenhuizen, maar ook een opleidingscultuur creëren, waar verbetervoorstellen door de verbinding theorie en praktijk, aan de orde komen. En daarnaast zou ik willen dat alle HBO-v opleidingen in Nederland zich duidelijker verenigen, zodat zij een sterke gesprekspartner worden voor de minister en HBO-raad. Als je kijkt naar de thema´s internationalisering en ict, de verwerking daarvan in ons curriculum, dan liggen we eigenlijk goed op koers.

Welke kennis wil je graag doorgeven en waarom?

Ik ben als redactielid verbonden aan het blad Onderwijs en Gezondheidszorg. De redactie concentreert zich op de verbinding tussen onderwijs en praktijk. Wat leert de praktijk uit het onderwijs, en andersom? Wij publiceren artikelen van docenten hbo-v, zoals onlangs vanuit de Hogeschool van Utrecht over het hbo-v-rekenonderwijs. Ook studenten schrijven artikelen voor het tijdschrift.
Zelf heb ik recentelijk gepubliceerd over het onderzoek dat ik vanuit het lectoraat heb verricht. Het betreft  een onderzoek naar ouders met kinderen met ernstig probleemgedrag. Centrale onderzoeksvraag: waaraan moet de ideale begeleider van hun kinderen voldoen? Het onderzoek vond plaats in Nederland en Duitsland, onder 29 ouderparen. De bevindingen van het onderzoek spelen wij natuurlijk ook weer door naar het onderwijs dat wij hier verzorgen.
Ons onderwijs is competentiegericht, en kennis is daar een onlosmakelijk deel van. Het is de taak van de docenten om de student verbindingen te laten zoeken tussen de vakgebieden, zoals sociologie en psychologie. Kennis als los brokje: dat is niet de bedoeling. In het competentiegericht onderwijs  heeft  ook de verbinding tussen kennis en verwondering een belangrijke plaats: het is de bedoeling dat de combinatie van beide weer leidt tot het onderzoeken van de centrale vraag en het verkrijgen van nieuwe inzichten. Dit type onderwijs maakt me erg enthousiast, want het  leidt tot vernieuwing. Onze studenten moeten nadenken over de niet-gestandaardiseerde situaties.

Wat is je mening over het HBO en m.n. de HAN?

Ik herken me in de toekomstvisie die Ron Bormans tijdens de opening van het studiejaar neerzette. Ik denk dat de HAN een hogeschool is die graag aan de weg timmert, en zich graag wil laten zien. En bereid is om te innoveren. De HAN geeft medewerkers met goede ideeën de ruimte om deze professioneel uit te werken.

Als je het hebt over het hbo-niveau zelf: juist voor verpleegkunde is het erg lastig. Dat komt omdat het zo dicht tegen het mbo aan zit, en er veel ziekenhuizen zijn die dat onderscheid in het aannamebeleid van personeel niet zo duidelijk maken. Bij PABO en Fysiotherapie bestaan er geen mbo-opleidingen. De titel ´verpleegkundige´ mag door mbo-ers en hbo-ers beiden worden gebruikt.

Anderzijds dwingt dat ons ons duidelijk te onderscheiden en het eindniveau van onze afgestudeerden goed te bewaken. Natuurlijk hebben ook wij studenten die we toch nog moeten teleurstellen aan de eindstreep; ook het onderscheid tussen zwakke en goede hbo-ers zal altijd blijven. Bij twijfelachtige resultaten zullen wij onze studenten nooit milder behandelen. Maar ook geldt: als de afstudeerresultaten variëren tussen zessen en negens betekent dat dat wij ook kritisch kijken naar de capaciteiten van studenten. Als iedereen alleen maar negens scoort, klopt er iets niet. Uiteraard hebben wij als verpleegkunde wel oog voor onze studenten als het gaat om bijzondere problemen of beperkingen.

Waaraan vind je dat een goede medewerker in het hoger onderwijs moet voldoen?

Je moet enthousiast zijn voor je vak. En kunnen samenwerken is belangrijk, maar - net als bij studenten - je moet je ook kunnen verwonderen. Dat iemand up to date is in zijn vakgebied spreekt vanzelf, en je moet ook iets te vertellen hebben, met behulp van een netwerk. Basis is dat je bereid bent collega´s te helpen en te stimuleren, en niet tevreden zijn als het beter kan. Noem het maar het 1+1=3-gevoel.

Welke voorwaarden zijn daarvoor nodig en zijn die er ook?

Binnen verpleegkunde: het gevoel dat je bij elkaar terecht kunt moet aanwezig zijn. En het samen nastreven van doelen, zaken met elkaar delen. Er moet ruimte zijn om professionele wensen te ontwikkelen én ruimte voor humor. Ik vind ook dat er regels moeten zijn, zodat iedereen weet wat de bedoeling is en wat de afspraken zijn, maar... als het nodig is moet je daarvan kunnen afwijken.

Wat kan een leidinggevende doen om een medewerker te stimuleren?

Wat stimuleert: kies regelmatig andere taken dan je al hebt. Dat lijkt tegenstrijdig, maar daarmee kom je los van wat je steeds doet. Neem stappen. Dat heb ik zelf ervaren toen ik mocht deelnemen aan  de HOF chassiscommissie. Eerst vond ik dat moeilijk en lastig, maar later was ik blij er in gestapt te zijn. Het heeft mij heel veel opgeleverd. Zorg voor meerdere taken, mét de waarschuwing niet te breed bezig te zijn. Als je je beperkt tot enkele zaken met wederzijdse raakvlakken is dat zinvoller. Het een werpt dan z´n vruchten af voor het ander. Een minor ontwikkelen, die ook ergens anders een bijdrage kan leveren is beter dan het ontwikkelen van losse opdrachten. Een leidinggevende moet stimuleren dat iemand buiten z´n paden gaat. Dat brengt nieuwe inzichten en input.

Wat wil je nog bereiken?

Dat de veranderingen die we nu gaan realiseren in het curriculum veranderingen zijn waar iedereen zich bij betrokken voelt en zich voor wil inzetten. Dat mensen niet een topdown gevoel met zich meedragen, maar er gezamenlijk voor gaan.

Een duidelijk lange termijn doel voor mijzelf heb ik niet. Ik ga voor consolidatie en inspiratie. Ik heb het naar m´n zin, en ik doe nieuwe dingen. Ik wil me blijven verwonderen, en me laten verrassen.

Met dank aan Penelope Nijeholt


Aantal reacties: 0