Onderzoek in curriculum opleidingen van het Instituut voor Leraar en School

22 februari 2012
Henk Delger

In de etalagebijeenkomst van 9 februari 2012 gaf Henk Delger, van het Instituut Leraar en School (ILS), een presentatie over de leerlijn onderzoeksvaardigheden in het curriculum van de opleidingen ILS. Hieronder een korte samenvatting van de presentatie en discussie op deze bijeenkomst.

Implementeren onderzoeksleerlijn

Het Instituut voor Leraar en School (ILS) heeft 12 lerarenopleidingen. Het implementeren van een onderzoeksleerlijn vraagt om aandacht voor het veranderkundige aspect. Er wordt ingegrepen in 12 verschillende curricula en dat is geen sinecure. Hoe dit aan te pakken?  Gewenst was een coherent geheel, een gemeenschappelijke, zichtbare lijn, zodat duidelijk wordt wat studenten meekrijgen op dit terrein. De vraag was: hoe kan onderzoek bijdragen aan meer professionaliteit van docenten?

Inventarisatie

Bij de start zijn docenten bevraagd op wat ze zouden benoemen als onderzoek in het onderwijs en waarom? Wat bleek? Een nette leerlijn was nog niet te onderscheiden, maar er gebeurde al veel in het onderwijs. In jaar 1 werd praktijkonderzoek gedaan naar het leer- en leefklimaat in de klas(generiek/verzamelen). In jaar 2 werd praktijkonderzoek naar methoden in het onderwijs gedaan (vakdidactisch/vergelijkend). Ook in jaar 3 werd praktijkonderzoek gedaan: de lessenserie (vakdidactisch/ontwerponderzoek). In jaar 4 deden studenten een afstudeeronderzoek. Al deze onderdelen waren al taken, maar worden gericht verbeterd in leertaken en gericht onderzoek. 

Ontwikkeling onderzoeksleerlijn

Uiteindelijk heeft men per opleiding een overzicht gemaakt van leertaken en de bijbehorende onderzoeksvaardigheden. Er zijn leerdoelen m.b.t. onderzoek geformuleerd, bijvoorbeeld: eerst een globaal overzicht hebben van methodieken en daarna een keuze kunnen maken en gebruiken. De hele onderzoekscyclus komt in ieder jaar terug, maar er ligt soms wel nadruk op een bepaald aspect. Alle opleidingen moeten de leerlijn implementeren in hun eigen curriculum. Daartegen is ook wel weerstand. Opleidingen kunnen echter zelf kiezen in welke periode ze iets programmeren.
Het tweede en derde jaar zijn nu in ontwikkeling. Voor de huidige derdejaars betekent het dat er een inhaalslag gemaakt moet worden om de onderzoekseindkwalificaties beter te realiseren. 

Praktijkonderzoek en praktijkgericht onderzoek

Er wordt een onderscheid gemaakt in het onderzoek in de eerste 3 jaren en in het vierde jaar. In de eerste 3 jaren heeft men een leerlijn voor alle opleidingen, die primair is gericht op praktijkonderzoek in de school, waar de student stage loopt. Praktijkonderzoek heeft dan betrekking op de eigen lessituatie. Verder heeft men in deze eerste 3 jaren vakspecifieke aanvullingen van de leerlijn onderzoeksvaardigheden.
In het vierde leerjaar is het afstudeeronderzoek gepositioneerd. Dat is praktijkgericht onderzoek. Praktijkgericht onderzoek wordt gerealiseerd in een bredere context, niet persé de eigen lessituatie.

Thema’s afstudeeronderzoek

Aan de thema's van het afstudeeronderzoek worden wel eisen gesteld. Deze kunnen relevant zijn voor het vak (vakinhoudelijk en didactisch), generiek zijn of op het meso-niveau van de school liggen. De thema’s hebben altijd een relatie tot de beroepspraktijk. Bij de (Academische) Opleidingsscholen staan de thema’s altijd in relatie tot onderzoeksthema's (onderzoeksprofiel) van de school. Ze sluiten aan bij de onderzoekslijnen van deze scholen, die opdrachtgever zijn. Het onderzoek draagt dus bij aan de schoolontwikkeling.

Begeleiden bij afstudeeronderzoek

Studenten worden in het vierde jaar ondersteund bij het doen van hun afstudeeronderzoek. Er worden colleges onderzoeksvaardigheden ILS aangeboden. Er zijn workshops op de Opleidingsscholen. tenslotte wordt ook nog individuele begeleiding gegeven aan studenten op ILS en op de school.

Beoordelen afstudeeronderzoek

Enige jaren geleden is binnen ILS al één beoordelingsmodel voor het afstudeeronderzoek vastgelegd, met criteria en cesuur. De beoordeling betreft 3 fasen van onderzoek: van onderzoekplan naar onderzoeksverslag. De beoordeling gebeurt door 1 docent ILS (eerste beoordelaar) en een beoordelaar van de school (tweede beoordelaar).
Er is communicatie tussen docenten over de feedback naar en beoordeling van de student. Daarbij wordt besproken welke verschillen er naar boven zijn gekomen. Docenten krijgen intervisie en onder-steuning, dat wordt zeer gewaardeerd. Het valt op dat het scholenveld sneller professionaliseert dan het ILS.

Organisatie/coördinatie afstudeeronderzoek

Het afstudeeronderzoek is een externe verantwoording en dat wordt steeds belangrijker. De commissie onderzoek is verantwoordelijk voor het organisatie en coördinatie. Docenten krijgen 12 uur per student, waarvan 10 uur voor individuele begeleiding en beoordeling en 2 uur voor faciliteren colleges 'Onderzoeksvaardigheden'. Een student wordt altijd gekoppeld aan een begeleider van ILS.
De aanwezigen herkenden het feit dat er maar weinig uren voor begeleiding en ondersteuning zijn en dat er ook maar weinig tijd voor studenten is om het onderzoek te realiseren (voor het hele proces nauwelijks een half jaar). Een aantal collega's vroegen zich af of de gestelde doelen zo wel haalbaar zijn. 

Professionalisering docenten

Voor docenten zijn er cursussen onderzoeksvaardigheden en onderzoeksbegeleiding. Tevens is er certificering van docenten.
Met de Opleidingsscholen heeft men het project 'Samen opleiden in Onderzoek'.
Tenslotte vindt validatie plaats van het afstudeeronderzoek, intern bijvoorbeeld door onderlinge uitwisseling en afstemming met Pabo en Opleidingskunde en extern door uitwisseling met Windesheim en Fontys.

Verbinding onderzoek en onderwijs

Het afstudeeronderzoek van de studentenheeft geen relatie met eigen onderzoek van ILS. ILS heeft geen eigen onderzoek. Het sluit wel aan bij onderzoek op faculteitsniveau; studenten werken mee aan dit onderzoek. Er wordt getracht onderwijs en onderzoek goed te verbinden door ambassadeurs van ILS en lectoraten FE met elkaar te laten communiceren. Promovendi zijn vaak vakdidactici, maar deze hebben geen aansluiting met het lectoraat, want deze onderzoeken meer algemene onderwijsvragen. Ieder heeft zo zijn eigen logica. Ook is al eens geprobeerd om docenten voor de helft onderzoek te laten doen en voor de helft onderwijs te laten geven. Dit leverde ook niet op wat er van verwacht werd. Kortom: voor een verdere integratie onderzoek en onderwijs in men nog aan het zoeken naar goede vormen.

Kwaliteit

Dat er goed afstudeeronderzoek plaats vindt zou eigenlijk te zien moeten zijn op de Kennisbank. Dat is nu nog niet het geval. Er is wat dat betreft meer DOE-kracht nodig. Onderzoek wordt relevanter als het op de kennisbank verschijnt, omdat studenten dan kunnen zien bij welke ontwikkelingen hun onderzoek kan aansluiten.

Meer informatie

  • Voor informatie over curriculum en de onderzoeksleerlijn bij ILS: www.bureau-extern.nl
  • Voor de PPP van deze etalagebijeenkomst: SCO-Insite: etalagebijeenkomsten

Door: Mea Verbunt


Aantal reacties: 0