Praktijkonderzoek: voortgang discussie
22 februari 2012
In het kader van de discussie over praktijkonderzoek in het hbo en meer specifiek bij de HAN, verschenen op deze website een aantal bijdragen van lectoren. Hieronder een bijdrage van Edwin Tazelaar, opleidingscoördinator Master in Control Systems Engineering; hij is onder meer verbonden aan het Lectoraat Automotive Research van de Faculteit Techniek. Edwin is blij met de doorontwikkeling naar UAS en vindt dat we ons niet al te druk moeten maken over de vraag wat nu precies onderzoek is.
Hoe kijk jij aan tegen de discussie tot dusver over praktijkonderzoek in HANovatie?
'Praktijkgericht onderzoek is er voor de praktijk. We doen onderzoek om studenten met een hoger niveau af te kunnen leveren, omdat onze omgeving hierom vraagt. Bij de Faculteit Techniek leiden we professionals op voor de maakindustrie. De opdrachtgevers in die sector bepalen in feite wat je aan onderzoek doet, hun vraag is leidend.
Verder valt me op dat een groot deel van de lopende discussie in wezen gaat over de kwestie: wat is onderzoek? Ik zou daar geen halszaak van willen maken. Zo spreken we in een technische context vaak eerder over metingen dan over onderzoek. Bloedonderzoek in een ziekenhuis en metingen met een weerballon zijn in veel opzichten vergelijkbaar; toch spreken mensen uit de techniek bij weerballonmetingen niet gauw over onderzoek. Laten we ons niet te veel fixeren op welke vlag de lading behoort te dekken. Onderzoek heb je in vele soorten en maten, en dat is prima zo.'
De ambities van de HAN op onderzoeksgebied zijn hoog. Zijn ze ook haalbaar, denk je, mede gelet op het economisch zwaar weer waarin we ons al geruime tijd bevinden?
'Ik ben heel blij met de keuze van de HAN voor de doorontwikkeling naar een UAS. Als coördinator van een masteropleiding zie ik dat als een gouden kans om de kwaliteit die er binnen de masters is nog beter te benutten.
De maakindustrie waarmee wij van doen hebben, vraagt heel duidelijk om een hoge kwaliteit. Mede door een lagere instroom in de bacheloropleidingen op bètagebied kan van die kant niet altijd gestand worden gedaan aan deze roep uit het veld. Scholieren op middelbare scholen die voor bèta kiezen, hebben hun aandacht tegenwoordig nu eenmaal te verdelen over een veel breder pakket dan, zeg, 30 jaar geleden. Dat werkt door in de bacheloropleidingen. Juist in de technieksector gaan de ontwikkelingen echter vliegensvlug. Als pasafgestudeerde moet je voldoende in je mars hebben om het vak niet alleen adequaat uit te oefenen, maar het bovendien op een hoger plan te brengen.
Nu al is de industrie erg te spreken over onze masters. Ze zullen alleen nog maar een groter beroep op ons gaan doen. Voor de Faculteit Techniek zijn de UAS-ambities daarom niet alleen haalbaar, ze zijn noodzakelijk. Dat vinden wijzelf, en dat vindt onze omgeving.'
Wat zijn in jouw ogen de sterktes van het huidige praktijkonderzoek bij jullie onderzoeksgroep? Anders gevraagd: wat kunnen de andere HAN-onderdelen van jullie leren?
'De lectoraten waarvoor ik werk, Automotive Research en Regeltechniek, hebben beide een sterke verbinding met het bedrijfsleven. Die betrokkenheid komt zeer van pas bij de onderzoeksvalorisatie: we krijgen veel nuttige feedback van onze partners uit de industrie. Bovendien blijven we door de intensieve contacten op de hoogte van innovaties en andere actuele ontwikkelingen in het veld.
Als masteropleiding slagen we er verder ook goed in om onderzoek te vertalen naar publicaties, workshops, conferenties en symposia en dergelijke. Mijn tip: organiseer op veel manieren je terugkoppeling en zorg voor kennisdeling. Met een goed ontworpen, ingebouwde mechanismes voor feedback en kennisdeling voed je het onderzoek en borg je de kwaliteit ervan.
Een andere best practice is de inzet van studenten tijdens mijn promotieonderzoek. Studenten doen zo veel waardevolle ervaring met onderzoek op. Dat is kennisdeling en training in vaardigheden ineen. Daarom zou mijn advies aan de leiding van de HAN zijn: kies zorgvuldig wie je laat promoveren – kwaliteit boven kwantiteit – en laat studenten actief participeren in en gedurende het promotietraject. Dat geeft meteen ook stevige impulsen aan de kwaliteit van onze core business, onderwijs.'
In eerdere bijdrages passeerden al enkele minder sterke kanten van het momentele praktijkonderzoek aan de HAN? Hoe zie jij dat?
'De HAN is nog zoekend naar wat er exact komt kijken bij praktijkgericht onderzoek. Zo is klankborden met een collega maar zelden mogelijk, alleen al doordat iedereen een drukke baan heeft en er nauwelijks tijd is om met elkaar te sparren of mee te denken. Zit je in een omgeving van een Technische Universiteit, dan zie je dat dit daar juist een vanzelfsprekend onderdeel van het werk is. Het is gefaciliteerd en ingebed in de bestaande onderzoekscultuur. Geen wonder natuurlijk, want voor een TU is onderzoek de primaire vorm van broodwinning. Onderwijs is daar ondergeschikt aan onderzoek, overigens soms tot ontevredenheid van TU-studenten wiens belangstelling eerder uitgaat naar onderwijs.
Bij de masteropleidingen van de HAN staat het onderwijs voorop en staat het onderzoek ten dienste van het onderwijs; zo hoort het op een hbo-instelling. Een en ander wegend, ben ik voorstander van een meer onderzoeksgerichte cultuur, mét behoud van (hbo-)identiteit.'
Hoe verhouden onderzoek en onderwijs zich toekomstig tot elkaar? Welke eisen stelt het toenemend gewicht van onderzoek aan beide domeinen?
'Het bedrijfsleven in Nederland wil innoveren. Dat is ook nodig, want we zijn een duur land. We moeten gewoonweg technisch slim zijn, lees: vooroplopen in innovatie. Maar hoe bereik je dat? Welnu, we hebben als land indrukwekkend veel technisch-wetenschappelijke kennis in huis. Kijk je echter naar de praktijk, dan zie je dat maar relatief weinig van die kennis wordt toegepast. Van oudsher vervult het hbo hierin een sleutelrol. Slagen wij er dus in om de toepassing van kennis te versnellen en te versterken, dan levert ons dat erkenning en waardering op. Die krijgen we nu al: TU’s zien ons als waardevol en aanvullend, en niet als concurrent. Studenten van hen komen bij ons terecht.
De masteropleiding Control Systems is in dit verband een treffend voorbeeld. Onderzoek is er geïntegreerd in het curriculum. Studenten krijgen een kennis- en vaardighedenniveau mee waarmee ze zich prima staande kunnen houden in de innovatieve wereld van de maakindustrie. Daar is het onderwijs op ingericht. Zo confronteren we hen bijvoorbeeld met een probleem dat speelt in de lokale industrie. Ze doen literatuuronderzoek en leren om de theorie te duiden en te vertalen naar de werkelijkheid van het specifieke probleem. Daarna implementeren ze de gekozen oplossing en presenteren ze deze op een miniconferentie. We leren hen dus om systematisch, professioneel en praktijkgericht te werk te gaan. Zo proberen wij, het docententeam voorop, inhoud te geven aan het begrip applied sciences. Daarvoor moet je juist ook als docent de boer op, je kennis actueel houden, je contacten onderhou-den, weten wat er leeft en waar behoefte aan is. Onderzoeksvaardige studenten krijg je alleen bij gra-tie van onderzoeksvaardige docenten.'
Ben je optimistisch of pessimistisch over de doorontwikkeling van praktijkonderzoek aan onze hogeschool? En waarom?
'Wat techniek betreft ben ik zeer optimistisch. De behoefte aan technisch geschoolde vakkrachten neemt alleen maar toe. Voor veel problemen verwacht de maatschappij van ons technische oplossin-gen, van duurzaam bouwen tot vernieuwende zorgvoorzieningen. Mensen passen nu eenmaal liever niet hun gedrag aan, maar willen dat de techniek het probleem verhelpt. We hebben liever een schone auto dan dat we minder gaan rijden. Veel industriële sectoren hebben of voorzien een schreeuwend tekort aan technici. Dan gaat het niet alleen om goede vervangers voor hun grote groep 55-plussers die de komende 10 jaar zal uitstromen. Het gaat ook om dragers van toegepaste technische kennis die hun dynamische vak kunnen doorontwikkelen.
Behalve in kwantitatief opzicht ben ik ook positief over de kwaliteit van het praktijkgerichte onderzoek zoals dat bij de HAN vorm krijgt. Zolang we ons maar niet verliezen in te veel verantwoording en controle. Verantwoording afleggen moet en is goed, maar het mag niet verstikkend werken voor onderzoek en de doorontwikkeling daarvan. Voor het management is dit een lastige evenwichtsoefening. Het is een kwestie van de juiste balans.
Meer algemeen doen we er goed aan om de organisatie zo in te richten, zoals bij de succesvolle technische masteropleidingen, dat onderzoek wordt gedragen en gesteund. Geef je bijzondere bloemen de voedingsbodem die ze nodig hebben én verdienen. Praktische ondersteuning mag hierbij geen stiefkindje zijn. Onze mediatheek doet het geweldig: ze hebben het of ze vinden het voor je. Andere onderdelen moeten die slag naar een meer onderzoeksgerichte omgeving nog maken. Laten we hierbij ook van elkaar leren, want we hebben al veel knowhow en best practices binnen de poorten.'
Door: Hans Wanningen

Aantal reacties: 1
Beste Edwin,
Goed om een visie te lezen op praktijkonderzoek in het technisch domein!
Denk wel dat we ook in de techniek een verschil is in het soort onderzoeksvaardigheden die je nodig hebt voor het doen van betrouwbare, valide metingen en voor het goede onderzoeken / analyseren van een complex technisch praktijkprobleem (hbo relevant dus..) waar vaak ook niet-technische aspecten een rol spelen. Vooral dat laatse is waar ik nog weinig theorie en methodologie over tegenkom. Ben nu aan het inventariseren of dat een breder ervaren lacune is. Tijd voor een nieuw boek?