Oprekencultuur

25 juni 2012
Frits Roelofs

Ik heb iets met taal

In de vorige eeuw gold de regel Meneer Van Dalen Wacht Op Antwoord. Dat stond voor de bewerkingsvolgorde in een rekenopgave. Ik heb begrepen dat deze regel inmiddels vervangen is door een veel minder duidelijke, in ieder geval een waar zo’n prachtig ezelsbruggetje niet voor te geven is. Ik wil Meneer Van Dalen gebruiken om de volgordelijkheid der dingen te benadrukken.

Wij leven in een afrekencultuur. Managers worden afgerekend op hun prestatieafspraken, overigens ook zo’n woord dat wel eens een eigen column rechtvaardigt. Onderwijzend en niet-onderwijzend personeel zitten met hun jaartaak tussen de + en de – 20 uur, studenten met hun 60 EC’s waarbij soms 45 ook net genoeg is en we rekenen maar af en af en af. Ook buiten de Han wordt er lustig op los geafrekend. De Grieken worden op hun cliëntelisme afgerekend, de Italianen op hun maffia, het Nederlandse voetbal op z’n arrogantie, de Derde Wereld op de ontwikkelingshulp en ga zo maar door. Althans zo lijkt het. De een roept nog harder dan de ander dat er afgerekend wordt, maar als zo vaak wordt de soep niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend. Afrekenmomenten blijken heel vaak tussenbalansen te zijn waarop we goede voornemens maken, besluiten om de volgende keer dan echt serieus af te rekenen en we vervolgens uit elkaar gaan.

Maar ook het woord afrekencultuur klopt niet. Het suggereert niet alleen een eindigheid die er vervolgens meestal niet is, het laat iets onbenoemd wat er wel hoort te zijn en dat is het oprekenen. Waar mag ik op rekenen als ik een bepaalde taak uitvoer? Natuurlijk, ik krijg salaris, maar salaris is normaal, is de norm. Welke waarde echter vertegenwoordigt mijn werk en hoe wordt die waarde begeleid? Ik doel op immateriële zaken als vertrouwen, als werkelijke belangstelling, als fouten mogen maken, als medemenselijkheid.

In een oprekencultuur worden die immateriële zaken eerst benoemd en vervolgens ook voortdurend herhaald. Leren is immers altijd een zaak van herhalen, herhalen en nog eens. In een echte oprekencultuur, letterlijk een beschaving waarin we op elkaar kunnen rekenen, kan ook Meneer Van Dalen met een gerust hart begraven worden.