Op weg naar de University of Applied Sciences: een interview met docentonderzoeker Miriam de Voogd

17 mei 2011
Miriam de Voogd

De HAN is op weg naar HAN University of Applied Sciences (UAS). Dit betekent volgens Miriam de Voogd meer praktijkgericht onderzoek, ook door de huidige docenten van de HAN. Een interview met Miriam de Voogd, zij is docente bij de Faculteit Educatie en neemt momenteel deel aan het praktijkgerichte onderzoek 'Het monitoren van het nieuwe curriculum'.

Miriam, wat is de officiële titel van het onderzoeksproject waaraan je meewerkt?

"Het onderzoeksproject heet 'Het monitoren van het nieuwe curriculum' en loopt van oktober 2010 tot en met juni 2011.

Wie zitten er allemaal in de onderzoeksgroep en wat is ieders rol?

"Er zijn 3 docentonderzoekers, er is 1 kwaliteitsmedewerker en Gerda Geerdink, onderzoeker bij de HAN en projectleider van dit onderzoek. Gerda geeft aan wat er wanneer te gebeuren staat. Vervolgens verdelen we de uit te voeren werkzaamheden en zijn we alle 5 bezig met het het verzamelen van data, het doen van een documentanalyse en het uitwerken en ordenen ervan.

Hoe ben jij in de onderzoeksgroep terecht gekomen?

"Er werd door Gerda en de directie een open oproep gedaan via de mail, iedereen kon reageren. De belangrijkste criteria waren: serieuze belangstelling mee te doen aan het onderzoek en ´in de leer te zijn´ en voldoende ruimte in je takenplaatje. Deze criteria waren op mij van toepassing, ik had de ruimte qua tijd en de motivatie en interesse om deel uit te maken van deze onderzoeksgroep en mijn onderzoeksvaardigheden te professionaliseren."  

Waarom is dit praktijkonderzoek in het leven geroepen?

"Pabo Groenewoud heeft per augustus 2010 een nieuw curriculum voor de propedeutische fase. Per augustus 2011 zal het vernieuwde curriculum voor de kernfase gaan 'draaien' en per augustus 2012 dat van de afstudeerfase.
Doelstellingen van het nieuwe curriculum zijn onder andere dat in het eerste jaar een heldere selectie plaatsvindt. Dat wil zeggen dat studenten, docenten en begeleiders helder inzichtelijk kunnen krijgen of de studie en stage past bij de student en ook haalbaar is voor de student. Een student moet bijvoorbeeld niet onnodig 2 jaar blijven 'hangen' voordat duidelijk wordt dat de studie aan de Pabo niet passend is. Dit nieuwe curriculum moet bijdragen aan minder uitval en ook dat studenten binnen de beoogde 4 jaar afstuderen.

Onlosmakelijk met die doelstelling hangen de vragen samen: 'Is het geboden curriculum studeerbaar? en 'Zijn de doelen, de didactische vertaling daarvan, de wijze waarop studenten worden begeleid en geïnformeerd én de toetsing voldoende op elkaar afgestemd en wordt dat ook zo ervaren?"

Hoe gaan jullie dit onderzoeken/meten?

"We hebben via een documentanalyse de samenhang onderzocht, met behulp van de vragen: 'Wat zijn de doelstellingen op papier?', 'Wat zijn de didactische vertalingen van die doelstellingen? en 'Hoe komt dat in de opdrachten tot uitdrukking?'
Ook hebben we interviews gehouden met docenten en studenten om te onderzoeken of zij een beeld hebben van de doelstellingen en of zij het verband zien en ervaren tussen de doelstellingen en dat wat er tijdens de studiebijeenkomsten gebeurt, de opdrachten tijdens de studie en stage én de toetsing." 

Wat zijn de resultaten tot nu toe en wat gaan jullie met de uiteindelijke resultaten doen?

"De resultaten tot nu toe zijn waardevol en ook spannend. Pabo Groenewoud steekt haar nek uit door dit te laten onderzoeken en minder positieve uitkomsten zijn natuurlijk niet altijd leuk om te horen. Uit elke fase, het onderzoek bestaat uit 3 fasen, blijkt namelijk dat er positieve, maar ook verbeterpunten zijn. 
Een succesvol resultaat tot nu toe is dat studenten in het algemeen weten wat er van hen wordt verwacht. Ze zien dus het verband tussen de doelstellingen, opdrachten, bijeenkomsten en toetsing. Een verbeterpunt is dat er nog een te grote hoeveelheid documenten is, waar de studenten en docenten hun informatie uit moeten zien te halen. Dit moeten we structureren en vereenvoudigen.

De uiteindelijke resultaten zijn alleen bedoeld voor Pabo Groenewoud, opdat zij op basis daarvan het curriculum verder ontwikkelen en aanpassen. Het onderzoek kent 3 fasen, daarvan zijn er momenteel 2 afgerond. Over deze eerste 2 afgeronde fasen is gerapporteerd: over de succesfactoren, de verbeterpunten en de aanbevelingen. De eerste keer is mondeling gepresenteerd op een studiedag, de tweede keer is het onderzoeksrapport naar alle medewerkers gestuurd, zodat de resultaten betrokken kunnen worden bij het verder ontwikkelen van het curriculum voor de kern- en afstudeerfase en bij het bijstellen van de propedeutische fase." 

Hoe ervaar je het om aan een praktijkonderzoek mee te werken?

"Ik vind het interessant om aan dit onderzoek mee te werken, het geeft voor mij een nieuwe dimensie aan het vak docent. Boeiend is ook de totstandkoming van het hele onderzoeksproces: wat ga je ondernemen om op objectieve wijze data te verzamelen, zodat je antwoord krijgt op de onderzoeksvraag. Zoals eerder verteld, is het onderzoek opgedeeld in 3 fasen. Dus interessant vind ik ook: wat onderneem je in welke fase?" 

Wat levert het deelnemen aan een praktijkgericht onderzoek jou als docent op?

"Deelname aan dit onderzoek geeft me op het persoonlijke vlak de mogelijkheid om, door op objectieve wijze data te verzamelen, mijn kwaliteiten nieuwsgierig en kritisch zijn, in te zetten.
Het 'met afstand kijken', dus niet interpreteren en denken dat je wel weet wat de uitkomst zal zijn, vind ik ontzettend interessant en leerzaam. Dit geldt eveneens voor de ambachtelijke kant van de zaak. Dus bijvoorbeeld: hoe doe je nu documentanalyse, welke vragen stel je op voor een interview en hoe analyseer je de data. Dit werkt zeker door bij het begeleiden van studenten bij hun onderzoeksopdrachten en het onderzoeksmatig denken.

Ook merk ik dat ik in mijn contact met collega-docenten mijn ervaringen binnen dit onderzoek inzet. Je bent meer alert op: wat is het verband tussen doelstelling, bijeenkomst, opdracht, toetsing en de documenten. Hierover communiceer ik nu vaker, ook informeel met collega´s. Al pratend over het onderzoek met collega´s, krijg ik de indruk dat zij het interessant vinden en geïnteresseerd zijn om aan zo´n onderzoek deel te nemen."

In het kader van de UAS: hoe sta je tegenover onderzoek in onderwijs en hoe moet de HAN dit volgens jou vormgeven?

"De HAN moet onderzoek een prominente plek binnen het onderwijs geven, gezien het een internationale ontwikkeling is. Los daarvan vind ik het een goede ontwikkeling dat het op systematische wijze onderzoek doen, wordt geïntegreerd in het hbo-onderwijs. Het zorgt ervoor dat het hbo-onderwijs én praktijkgericht is én door onderzoek nieuwe kennis en inzichten verwerft. 

Als we kijken naar onderzoek binnen de HAN, vind ik het prima en terecht dat alle docenten praktijkgericht onderzoek kunnen uitvoeren en doceren. Het zal zo zijn dat de ene docent al meer ervaring heeft met onderzoek doen dan de andere,  dus mijn verwachting is dat niet iedere docent aan een onderzoek hoeft deel te nemen.

Ik denk wel dat alle docenten onderzoeksvaardigheden moeten hebben, al dan niet verkegen via onderzoek bij de HAN. En tegelijkertijd moeten alle docenten goed feeling houden met de uitvoerende kant van het beroep waar de beroepsopleiding voor opleidt. Met de gewone dagelijkse praktijk ervan."

Gerda Geerdink, onderzoeker en projectleider: "Wat opvalt, is dat bij docenten de studenten en het onderwijs altijd voorgaat. Dat is de hoofdbezigheid en daar draait het om. Dat kost veel tijd en docenten hebben het erg druk. Ook zijn ze niet opgeleid als onderzoeker (van hun eigen praktijk) al hebben een aantal natuurlijk wel een doctoraal of masteronderzoek gedaan. Dus nog veel te leren. Het is spannend of dat lukt naast de hectiek van de onderwijspraktijk. Het vraagt van je om je te kunnen afsluiten voor het onderwijs en met het onderzoek bezig te gaan. Iedereen heeft op papier tijd om te professionaliseren op het gebied van onderzoek doen. Nu moeten de taken literatuur bijhouden en systematisch de eigen onderwijspraktijk onderzoeken, onderdeel gaan worden van het dagelijks werk van docenten. Dit vraagt om een gezamenlijke verandering in prioritering."

Meer informatie

Voor meer informatie over het onderzoeksproject heet 'Het monitoren van het nieuwe curriculum' kunt u contact opnemen met Gerda Geerdink, Gerda.Geerdink@han.nl of  (024) 353 03 38.   


Aantal reacties: 0