Nieuwe steigers voor FEM-kenniscentrum
13 december 2011
De kenniscentra van de HAN zijn op zoek naar een geoliede structuur, die er voor zorgt dat haar onderzoeksopdracht zich zo goed mogelijk kan ontwikkelen en aansluit bij het onderwijs van de HAN.
Educatie
Ook bij de faculteit Educatie (zie artikel Marijke Kral in HANovatie 2011, nummer 2) hebben de lectoren van het Kenniscentrum Kwaliteit van Leren hard gewerkt aan een gezamenlijke visie en een gezamenlijk onderzoeksprogramma, en aan een visie op de rol van de lector. De profilering en zichtbaarheid als groep versterken de positie van het kenniscentrum binnen de faculteit. De ‘eerste lector’ is er onderzoeksdirecteur, maakt deel uit van het MT, er is een curriculumanalyse gestart (o.a. ‘hoe zijn onderzoekscomponenten in het curriculum verwerkt en hoe zijn thema’s uit de onderzoeksprogramma’s er in terug te vinden?’). Afgesproken is dat alle onderwijsvernieuwingen de lectoren moeten passeren. Ook andere maatregelen voor een betere zichtbaarheid zijn genomen, bijvoorbeeld het inzetten van zoveel mogelijk studenten en docenten in onderzoeksprojecten.Contouren FEM-kenniscentrum
Net als Techniek en GGM, ontwikkelt de faculteit Economie en Management een eigen aanpak om de doelen van het FEM-kenniscentrum in te bedden in de organisatie. Lector Stef Weijers en onderzoekscoördinator Anne Marie Haanstra hebben de contouren vastgelegd. Het FEM-MT is inmiddels akkoord met de voorstellen.
Betekenisvol
Voor de FEM staat bovenaan dat alle vormen van onderzoek er toe moeten doen: het moet interessant en inspirerend zijn voor collega’s, de maatschappij en de onderzoekswereld. Om dit onderzoek te ontwikkelen moeten niet alleen lectoren en docentonderzoekers hun kennis inzetten. Ook onderzoekstalent onder docenten moet zich ontwikkelen. In een halfjaarlijkse meeting zetten MT en lectoren het ontwikkelen van onderzoekstalent als vast punt op de agenda. Ook gaan lectoren en leden van de kenniskring hun onderzoeken met elkaar bediscussiëren.
Meer onderzoek
Klein maar fijn… kleinschalig onderzoek kan zeer bruikbaar zijn. Maar als het FEM-onderzoek een duidelijk effect wil hebben op het onderwijs, moet meer onderzoek worden verricht. Daartoe moet het aantal fte’s omhoog, op basis van de verhouding lectoren-docenten, de verhouding onderzoekers-docenten in overeenstemmking met de verhouding docent-student. Bundeling van krachten, samenwerkingsprojecten met het bedrijfsleven kan meer massa opleveren, evenals meer aandacht voor een duidelijke identiteit van een onderzoeksteam, lectoraat, en bij voorkeur het hele kenniscentrum. Besloten is o.a. om jaarlijks een vast budget voor het doen van onderzoek te bepalen. De derde geldstroom maakt hiervan een flink deel uit.
Helder onderzoeksprofiel
Aanstaande visitaties van lectoraten hebben ertoe geleid dat zij hun missie en visie scherper formuleren en het terrein van onderzoek duidelijker in kaart brengen. Dit speelt op de middellange termijn een rol bij onderwijs en scholing, bij kennisontwikkeling en de samenleving. Actuele onderzoekswensen van externen, waarmee de FEM samenwerkt, blijven belangrijk, ook als het profiel op de langere termijn zich in een andere richting ontwikkelt. Op dit moment speelt profilering zich af op het niveau van de programmalijnen van lectoraten; op korte termijn zal een gezamenlijk onderzoeksprogramma van het gehele kenniscentrum worden geformuleerd.
Structuur
Zowel inhoudelijk, organisatorisch, financieel, hrm en bedrijfsmatig moet duidelijk zijn hoe het nieuwe kenniscentrum - inclusief alle betrokken onderdelen en medewerkers - gaat functioneren. Waar liggen verantwoordelijkheden, hoe lopen beslislijnen? Veel stakeholders maken daarom deel uit van de Stuurgroep Onderzoek, een spil in de koers van het kenniscentrum en de processen van besluitvorming. De beleidsnotitie van Stef Weijers en Anne Marie Haanstra omschrijft taken en rollen van alle betrokkenen uitgebreid. Rode draad in de nieuwe structuur: de FEM kiest voor een model dat gebaseerd is op werken van onderop. Hierin verschilt de FEM van Educatie, waar een onderzoeksdirecteur deel uitmaakt van het MT.
En nu
Wat ‘slechts rest’ is het uitrollen van alle veranderingen. In het eerste jaar, dat dit voorjaar startte, zullen deze hun beslag krijgen. En daarmee zal aan de randvoorwaarden voor de realisatie van het nieuwe kenniscentrum en haar doelen zijn voldaan: bijdragen aan de ontwikkeling van onderwijs & scholing, van de beroepspraktijk & maatschappij, en van het kennisdomein.
Volgend najaar zal bekend zijn hoe dit nieuwe FEM-model werkt, in vergelijking, bijvoorbeeld, met dat van het kenniscentrum van Educatie. En welk model HAN-breed de voorkeur krijgt.

Aantal reacties: 0