Miniconferentie 'Arrangementen voor werkend lerenden'

26 september 2011
Jantine van der Maarel en Bettina Willemsen

"Koester de docenten die werken met werkenden. Ze zitten nu in de marge; ze moeten gekoesterd worden. Geef ze aandacht en ruimte, de regelgeving komt daarna wel" was een oproep die werd gedaan op het einde van de miniconferentie "Arrangementen voor werkend lerenden". Tevens werd gevraagd om voortvarend aan de slag te gaan met allerlei vormen van maatwerk voor werkenden: delen van good practices, opzetten van een club van early adapters, gebruik maken van kennis van opleidingen die verder zijn, opzetten van scholing.

Miniconferentie arrangementen voor werkend lerenden

Op 16 september 2011 heeft er in het kader van het project LLL-Aan de Maat een miniconferentie plaatsgevonden over arrangementen voor werkend lerenden. Hierin stond de doorontwikkeling van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) als expertisecentrum centraal. De ruim 45 deelnemers kregen naast een kijkje in de keuken bij de Hogeschool van Amsterdam een impressie tijdens de workshops van wat er bij de HAN al in uitvoering is. Programmamanager Leven Lang Leren, Bettina Willemsen, trapte de conferentie af met een speech over de stand van zaken met betrekking tot de arrangementen voor werkend lerenden.

Lef en doorzettingsvermogen nodig

Volgens Willemsen gaat "Leven Lang Leren" niet alleen over leren, maar ook over de relatie met andere rollen in het leven. Zij heeft de opdracht om een visie te ontwikkelen voor de HAN met betrekking tot LLL. "Op welke wijze en met welke intensiteit wil de HAN werken aan de verdere doorontwikkeling van LLL?" Er gebeurt op dit moment al veel. Maar het is niet altijd gemakkelijk om de aandacht te richten op een groep die niet vanzelfsprekend is. De vraag is hoe we tot meer flexibele arrangementen komen; dat is immers de kern van het aanbod als LLL in het profiel van de HAN zit.
Het overheidsbeleid staat vaak haaks op deze ontwikkeling, die zij zelf bepleit. In de strategische agenda van Europa wordt LLL van groot belang geacht. Het optreden van de inspectie dringt de opleidingen in het nauw. Onder deze omstandigheden vraagt het lef en doorzettingsvermogen van opleidingen om LLL vorm te geven.
Door het stellen van een aantal quizvragen aan de aanwezigen maakte zij de huidige situatie duidelijk en benadrukte dat de HAN er belang bij heeft aandacht te geven aan de werkenden. Een behoorlijk deel van de omzet komt van deze doelgroep.

Flexibele leerroutes bij HVA

Bep Ruting van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) sluit zich hierbij aan. In haar presentatie maakt zij aan de deelnemers van de conferentie, de stand van zaken van de HVA met betrekking tot werkend lerenden, inzichtelijk. Bij de HvA staat flexibiliseren door modulariseren, certificeren en stapelen centraal.
De doelgroep van LLL is zeer divers: upgraders, carriereswitchers, professionals zonder diploma, weinig of veel werkervaring, 25 of 45 jaar. De diversiteit neemt ook nog toe. Er zijn wel gemeenschappelijke behoeften: aansluiten op het carriereperspectief, voortbouwen op verworven competenties en kwalificaties, een optimale balans tussen werk-leren en privé. Het eerste punt vraagt om flexibiliteit in inhoud, het laatste om flexibiliteit in vorm, plaats en tijd.
Op basis van een inventarisatie van bestaande praktijken worden vier basismodellen voor flexibele leerroutes onderscheiden. De modellen bewegen zich op de twee assen: vraaggericht-aanbodgericht en individu-groep. Zo komt men tot het modulaire programma (individuele route in een curriculum), doelgroepprogramma (leerroute per doelgroep), leerwegonafhankelijke route (afspraak tussen student en opleiding) en cor-creatie(vormgegeven in samenwerking tussen werkgevers-opleiders en werknemers). Binnen elk model is ook nog variatie mogelijk m.b.t. inhoud, vorm, plaats en tijd.
Hieruit ontstond de vraag of er een keuze gemaakt moet worden en dat synergie mogelijk is en een nieuw model kan ontstaan?
Voor de HVA is een mogelijk businessmodel ontworpen met daarin de verschillende leerroutes voor werkenden. Op dit moment wordt getracht binnen de HVA intern draagvlak te verwerven voor het businessmodel.

Het was verhelderend om de stand bij zaken van de HvA te horen. Wat er bij de HAN zoal gebeurt voor werkend lerenden, daarvan kon men een indruk krijgen in zes verschillende workshops.

Workshops

  • In de workshop door Jan Smits van het Instituut Leraar en School (ILS), werd gepresenteerd hoe een  curriculum opgezet kan zijn, zodat het tegemoet komt aan de individuele leermogelijkheden van werkenden. In de lerarenopleidingen is dat een dubbele opgave. Immers zowel het leren van een vak als het leren van het leraarsberoep vragen elk om een andere benadering, zeker bij deeltijd-studenten. Volgens Smits vormt de Professionele Leergroep (PLG), werken met thema´s en mentoring de spil daarvan. Het doel is synergie tussen theorie en praktijk en de ontwikkeling van zelfsturing. De HAN en werkgevers zullen naar elkaar toe moeten bewegen om het leren te faciliteren. Ligt de sleutel bij de werkplek?
  • Een andere workshop werd gegeven door Maartje Loncke, docent bedrijfskunde. Zij heeft een actieve rol vervuld bij de ontwikkeling van een minor met blended learning. Hierbij worden "ouderwetse" onderwijsmethoden gemixt met "moderne" onderwijsmethoden. Er wordt volop gebruik gemaakt van weblectures en Scholar. Deze pilot is opgezet, omdat het onderwijzen van werkend lerenden vraagt om een andere invulling van onderwijs. Nu wordt veelal het voltijd onderwijs omgezet naar deeltijd onderwijs. Sinds september 2011 is de eerste minor met weblectures en digitale (oefen)toetsen als pilot van start gegaan. Mocht volgens Loncke deze pilot een succes worden, dan is het van belang dat Scholar verder wordt opgebouwd en verbeterd.
  • Paul Zijlstra, opleidingsmanager bij de Academie voor Bouw en Infra (ABI) van de duale opleidingen Built Environment, presenteerde een voorbeeld van het opleiden van werkend lerenden. Voor het opzetten van een opleiding die is gericht op werkenden zijn een aantal zaken van belang. Bijvoorbeeld het contact leggen en het ervaren van de belevingswereld van hbo-potentials en het zoeken naar overeenkomsten bij bedrijven in de branche-bedrijfstak. Volgens Zijlstra is het primair denken vanuit de beroepspraktijk en het denken vanuit de opleidingsvraag en niet vanuit het opleidingsaanbod van zeer groot belang. Hij waarschuwde er voor om, zeker bij aanvang, ver van het reguliere onderwijs weg te blijven, maar te denken in signalen vanuit het werkveld en in mogelijkheden. De opleiding verleent extra diensten ter ontlasting van de werkgevers waarvoor deze graag iets extra´s betalen. Paul benadrukt dat juist in deeltijd- en duale opleidingen studenten veel kunnen en willen leren van elkaar. De kwaliteit van docenten moet hoog zijn en supervisie en intervisie is daarvoor nodig.
  • Bij de bachelor Management in Zorg en Dienstverlening worden er ook al maatwerktrajecten aangeboden. Thijs Lemmen, opleidingsmanager MZD, verzorgde hierover een workshop in de tweede workshopronde. Hierbij konden deelnemers de totstandkoming van leertrajecten binnen MZD volgen. Wat volgens Lemmen voorwaarden zijn voor het slagen van maatwerk zijn een goede voorbereiding en afstemming. Daarnaast dient de werkgever het leren op de werkplek te faciliteren. Het moet voor de medewerkers mogelijk gemaakt worden om tegelijkertijd te leren en te werken. Bekeken zal moeten worden welke onderdelen van het curriculum geschikt zijn voor blended learning. Contact en regelmaat zijn daarbij belangrijk voor studenten.Als laatste speelt het draagvlak van het hoger management een belangrijke rol. Ook vanuit de HAN is draagvlak nodig. Het aanbieden van legitiem maatwerk is al een stap in de goede richting. Het onderwijzen van werkend lerenden vraagt namelijk om een andere organisatie.
  • Volgens de projectleider voor de ontwikkeling van de Master Musculo-sceletale Revalidatie, Wienand Remkes, heeft men bij de ontwikkeling zoveel mogelijk geprobeerd aan te sluiten bij vragen van werkveld en studenten. In zijn workshop ging hij in op vragen als: hoe hebben we de vraag onderzocht? Welke vragen kwamen er boven? Hoe konden we tegemoet komen aan deze vragen in onderwijs en toetsing?
  • Voor het behoud van registratie in het kwaliteitsregister is voor deze beroepsgroep per 2015 masterniveau verplicht is. Remkes liet tijdens zijn presentatie zien dat er ingespeeld wordt op Leven Lang Leren, doordat er altijd een combinatie is tussen werken en leren bij het volgen van deze master. De HAN heeft de eindtermen van de opleiding weten te vertalen in een samenhangend opleidingsprogramma.
  • Ten slotte gaf André Kloosterman, projectleider Blended  Learning voor de opleiding Financial Services Management (FSM) een workshop. Binnen FSM is er besloten naast een voltijd- en deeltijdopleiding ook een blended learning variant op te zetten. Na een half jaar denken, kiezen en voorbereiding heeft men i.s.m. SCO de digitale leeromgeving gerealiseerd. Elke docenten heeft zijn eigen leeromgeving ontworpen en gepresenteerd aan elkaar. Bij deze opleidingsvorm worden studenten online begeleid, door middel van videoconferencing of een discussiebord. Feedback wordt bijvoorbeeld gegeven via Scholar. Hiervoor heeft men gekozen omdat docenten daarmee al bekend waren. Drie keer per periode komen studenten naar school en tevens voor de toetsen.
    Volgens Kloosterman zijn de studenten tot nu toe enthousiast en zijn de studieresultaten bevredigend. Echter, het gebruik van het leermedium kan beter. Opvallend is dat de sociale component belangrijk blijft.

Maria Putman, coördinator deeltijd FEM en deelprojectleider LLL, sloot de bijeenkomst af, nadat aanwezigen hun enthousiasme, inzet en bereidheid tot kennisdelen hadden kunnen inbrengen.


Aantal reacties: 0