Meer deeltijdminoren bij de HAN
29 augustus 2011
Het aanbod deeltijdminoren in tegenstelling tot voltijdminoren bij de HAN is beperkt. Vandaar dat de HAN momenteel inzet op de ontwikkeling van meer deeltijdminoren. Ook de goedlopende voltijdminor Huiselijk geweld wordt beschikbaar gemaakt voor deeltijders. Maar waar moet je dan rekening mee houden en hoe gaat die ontwikkeling in zijn werk?
De minor Huiselijk geweld
Monica Wagner is docente bij de Faculteit Gezondheid, Gedrag en Maatschappij (GGM) en minorcoördinator van de minor Huiselijk geweld. Als minorcoördinator is zij betrokken bij de ontwikkeling van de deeltijdvariant. Wagner: "Egbert Hulshof, onderwijsmanager bij de Faculteit GGM benaderde mij zo´n 4 jaar geleden of ik interesse had om deel te nemen aan de projectgroep voor het opzetten van de minor Huiselijk geweld. Voor mij een nieuwe uitdaging, dus vanaf dat moment ben ik betrokken bij deze minor. Inmiddels start de minor in september 2011 al voor de 4e keer. Het is een 'gewilde minor', volgens mij heeft de HAN van alle hogescholen de grootste groep studenten die deze minor volgen.
Deeltijdminor in de maak
De voltijdminor Huiselijk geweld zit altijd vol, dit komt naar mijn idee voort uit het feit dat het een actueel thema is. Zaken rondom huiselijk geweld komen steeds vaker in het nieuws. Zo is er de laatste tijd veel aandacht voor het thema meervoudige partijdigheid, oftewel de dynamiek tussen het slachtoffer en de dader. Het onderwerp maakt deel uit van een vakgebied wat continue in ontwikkeling is. Daardoor is het ook innovatief.
Niet vreemd dus dat vanuit de HAN en ook vanuit deeltijdstudenten de vraag kwam om deze minor geschikt te maken voor hen, ofwel de werkend lerenden. Met onze minorprojectgroep zijn we nu bezig met de ontwikkeling van de deeltijdminor Huiselijk geweld, die voor zowel HAN-studenten als externe studenten beschikbaar wordt. Een minor omvormen van voltijd naar deeltijd vraagt natuurlijk om aanpassingen. Zo moeten we kijken naar hoe we de studiebelastinguren verdelen, deeltijdstudenten moeten uiteindelijk meer werk in de praktijk verrichten, in hun eigen werkpraktijk. Ook naar het niveau moeten we kijken. Deeltijders hebben meer ervaring en we moeten dus op een ander niveau inzetten. Natuurlijk zijn er ook elementen die niet veranderen, de instapeisen zijn nog steeds hetzelfde; de student heeft de beroepstaken op niveau 3 afgerond en ook de stage is positief afgerond. Uiteindelijk hopen we in september 2012 te starten met deze deeltijdvariant. Het ontwikkelen van een deeltijdminor Huiselijk geweld is de komende tijd een groot aandachtspunt.
Link minor en onderzoek
In zowel de voltijd- als de deeltijdvariant willen we de link tussen de minor en het afstudeeronderzoek versterken. We zouden graag zien dat meer studenten het behandelplan wat ze tijdens de minor opzetten ook daadwerkelijk gaan uitvoeren in de praktijk als afstudeeropdracht. Op deze manier verdiept de student zich meer in de casuïstiek en doet ook real-life praktijkervaring op. Oftewel, het zou mooi zijn als uit de vakkennis die tijdens de minor wordt voorgeschoteld een onderzoeksvraag rolt. Dit levert een verbinding op tussen onderwijs en onderzoek. Dit betekent ook dat we gaan kijken hoe we dit onderzoekscomponent in de minor kunnen passen. We merken dat studenten deze minor als zwaar definiëren, studenten missen vaak de competentie om de thematiek te verbinden met hun persoonlijke ontwikkeling en hun professionalisering. Mede daarom zullen we de opbouw moeten aanpassen, meer praktijkervaring vanaf het begin waardoor we sneller de overstap naar onderzoek kunnen maken. Ook de begeleiding tijdens de minor moeten we afstemmen, er moet een ook een onderzoeksbegeleider bij worden betrokken."
HAN-breed project voor deeltijdminoren
Sandra Mos, minorcoördinator HAN-breed: "Het is ontzettend goed en nodig dat minorcoördinatoren, zoals Monica Wagner, bezig zijn met de ontwikkeling van deeltijdminoren. We hoorden namelijk diverse 'geluiden' dat het aanbod deeltijdminoren niet groot genoeg is, vooral het aanbod verbredende deeltijdminoren lijkt minimaal.
Ook de HAN-brede projectgroep Deeltijdminoren houdt zich bezig met het aanbod deeltijdminoren, deze groep hebben we begin 2011 nieuw leven in geblazen. De projectgroep onderzoekt in eerste instantie wat de behoefte is van deeltijdstudenten; is er bijvoorbeeld wel behoefte aan een verbredende minor (een minor buiten het eigen instituut) of zitten deeltijders daar helemaal niet op te wachten? En wat is voor deeltijders de primaire reden om voor een minor te kiezen; is dit een inhoudelijke reden of spelen organisatorische redenen voor een rol? Daarnaast willen we graag samen met een aantal opleidingen een projectje starten, waarin we voltijdminoren geschikt maken voor deeltijders. Docenten kunnen in dit traject ondersteund worden met trainingen en bijeenkomsten om zo hun voltijdminor om te vormen in een 'blended learning' variant. In de toekomst kunnen zij dan ook zelf aan de slag. In studiejaar 2010-2011 is dit project doorlopen bij de Faculteit Economie en Managment met als resultaat 3 deeltijdminoren in de blended-learning variant. Het deeltijdproject moet aan het einde van dit studiejaar afgerond zijn.
Onderzoekscomponent in kwaliteitscriteria minor
Afgesproken is, dat minoren aan een aantal kwaliteitscriteria moeten voldoen om in het aanbod te kunnen blijven. Dit vanwege het feit dat we niet willen dat het HAN-aanbod van minoren verder groeit. Één van de kwaliteitscriteria is een onderwijskundig criterium, waarbij relatie met onderzoek een duidelijke rol speelt. Bij de aanvraag van nieuwe minoren kijkt de Adviescommissie minoren hier kritisch naar. Vooral verdiepende minoren moeten een duidelijke onderzoekscomponent hebben.
De volgende kwaliteitscriteria zijn afgesproken in het referentiekader voor minoren:
- Uitgaan van onderwijskundige uitgangspunten: een doorstroomminor moet altijd doorgaan i.v.m. de doorstroom naar de master. Indien verdiepende minoren een link hebben met een lectoraat, zal dit ook meewegen in de beslissing van de Adviescommissie. Ook als minoren een duidelijke profilering hebben op één van de UAS uitgangspunten (bijv. veel relatie met onderzoek) of met het Instellingsplan (bijv. duurzaamheid) zal de Adviescommissie eerder positief adviseren over het laten doorgaan van de minor.
- Uitgaan van kwaliteitscriteria minoren: elke minor moet worden geëvalueerd en er moeten streefnormen worden vastgesteld. Als een minor onder de streefnorm scoort, moet een verbeterplan worden opgesteld. Indien de volgende keer de score niet verbetert, is dit een reden om de minor uit het aanbod te halen. Hierbij spelen niveau en studiebelasting een doorslaggevende rol.
- Uitgaan van aantal inschrijvingen: indien een minor 2 keer is aangeboden en door te weinig inschrijvingen niet is doorgegaan, zal de Adviescommissie het instituut vragen om uitleg. Het instituut moet met een goed verhaal komen om de minor dan in de lucht te houden. De Adviescommissie beoordeelt vervolgens of de minor nog één keer mag worden aangeboden of uit het aanbod wordt gehaald.
Bij de onderwijskundige uitgangspunten speelt onderzoek een belangrijke rol. Indien een minor hier een hele duidelijke verbintenis mee heeft, is dit een reden om de minor te behouden."
Werken en leren bij de HAN
Bij de HAN is het project Leven Lang Leren gaande, wat inspeelt op de behoefte van professionals die zich willen blijven ontwikkelen. Het realiseren en behouden van een goed en professional aanbod deeltijdopleidingen, deeltijdminoren, masteropleidingen, cursussen en traningen is hier onderdeel van. De HAN-website Werken en leren is speciaal voor professionals die hun kennis willen verdiepen en/of verbreden. Zij vinden hier het gehele aanbod van kortdurende trajecten en deeltijdopleidingen.

Aantal reacties: 0