Kristel Baele: "Ontwikkeling naar UAS in internationaal perspectief"

26 september 2011
Kristel Baele en Y.v.d.Meent

In een interview in het tijdschrift "Transfer", onafhankelijk vakblad voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs en onderzoek, gaat Kristel Baele in op de relatie tussen internationalisering en onderzoek en de ontwikkeling naar UAS.

Internationalisering

"Nederland heeft een historische vergissing gemaakt door het hbo niet vanaf het begin te vervlechten met onderzoek, vindt Kristel Baele. Als lid van het college van bestuur wil Baele die fout voor haar instelling, de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, snel goedmaken. "We hebben meer docenten met onderzoekscompetenties nodig."

Toen Kristel Baele de middelbare school verliet, beheerste ze vier talen. Niet ongewoon in haar geboorteland Belgie, waar Nederlands, Frans en Duits wordt gesproken. "Op je achttiende ben je minimaal tweetalig en vaak ook drietalig", legt zij uit. Die meertaligheid heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan haar internationale carrière."Vier talen beheersen betekent veel. Elke taal opent een deur naar een andere wereld."

Goed taalonderwijs is daarom een belangrijke voorwaarde voor internationalisering, vindt Baele. Helaas is het met vreemde talen leren in Nederland heel wat minder goed gesteld dan in Belgie. Gelukkig was het bevorderen van meertaligheid al een speerpunt bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) toen Baele er in 2008 lid van het college van bestuur werd. Bij veel opleidingen is het leren van een vreemde taal verplicht. Bij de economische opleidingen leren alle studenten zelfs twee vreemde talen.
Bij haar aantreden trof Baele veel meer succesvolle internationaliseringsactiviteiten aan, maar het ontbrak ook aan samenhang. "Daardoor leer je te weinig van elkaar", vindt ze. De hogeschool stelde daarom in 2009 een nieuw strategisch beleidsplan op, waarin de hogeschoolbrede internationaliseringsvisie en de uitgangspunten van het beleid zijn vastgelegd.

Culturele diversiteit

De kern van dat beleid is internationalisering van het curriculum. Elke opleiding moet de studenten voorbereiden op een beroepspraktijk die steeds internationaler en intercultureler wordt. Maar ieder doet dat op z'n eigen manier, want "de internationaliseringsopgave wordt gedicteerd door de internationalisering van de beroepspraktijk en die is per definitie divers." Baele neemt de pabo als voorbeeld. Afgestudeerden komen voor een Nederlandse klas te staan. Buitenlandse stages en studieverblijven liggen daarom niet voor de hand. Maar leraren krijgen wel te maken met culturele diversiteit. "In een schoolklas zitten niet meer alleen witte kinderen die tot generaties terug in Nederland geboren zijn. Daarom organiseren wij studiereizen naar herkomstlanden als Turkije en Marokko, omdat je meer van je leerlingen begrijpt als je weet uit welke context ze komen. Je kunt dat natuurlijk uit een boek halen, maar het maakt toch een groot verschil als je het een keer aan den lijve hebt ondervonden."
Aan de andere kant van het spectrum is de opleiding automotive te vinden. "De automobielindustrie is volledig internationaal", weet Baele. "Afgestudeerden gaan ook in groten getale in het buitenland werken. Die opleiding is dus helemaal doordesemd van internationalisering."
 

Samenwerking in internationalisering

Ook in het woud van samenwerkingsverbanden wil de HAN meer focus en samenhang aanbrengen. De hogeschool is op zoek naar vijf tot zeven strategische partners die dezelfde internationaliseringsambities hebben en waarmee instellingsbreed kan worden samengewerkt. Op het gebied van onderwijs en onderzoek, maar ook als het gaat om beleidsontwikkeling en benchmarking. Baele maakt momenteel een rondje langs potentiële partners en wil over twee jaar haar missie afronden.
Maar is de HAN wel een interessante partner voor de Universities of Applied Sciences in Europa en Noord Amerika die Baele op het oog heeft? In zijn intreerede constateerde internationaliseringslector Hans de Wit dat het Nederlandse hbo nog ver achter ligt bij de Duitse en Scandinavische zusterinstellingen. Omdat het onderwijs in het hbo niet wordt gevoed door onderzoek.

Uniek

Kristel Baele heeft daar bij het leggen van internationale contacten geen last van. "De potentiële partners die ik ontmoet, zeggen wel heel eerlijk: het opleidingsniveau van jullie docenten is nog niet helemaal hetzelfde. Maar ze vinden ook dat ze veel van ons kunnen leren. Het praktijkgerichte van het onderzoek, de manier waarop wij in Nederland het onderwijs vormgeven redenerend vanuit de beroepspraktijk, vindt men juist heel interessant. Daarin zijn wij uniek." Bovendien: het hbo bestaat niet, benadrukt Baele. "Er zijn opleidingen die studenten afleveren die men in het buitenland beschouwt als van academisch niveau, maar er zijn ook opleidingen die dat internationale niveau zeker niet halen."
De HAN maakt dan ook ernst met het vergroten van de onderzoekscapaciteit. "De 'h' van hbo kun je alleen waarmaken als je onderzoek vervlecht met onderwijs, dat ben ik met Hans de Wit eens", stelt Baele. "Daarom hebben we meer docenten met onderzoekscompetenties nodig." Dat de Nederlandse overheid dat niet heeft bedacht toen het hbo 25 jaar geleden toetrad tot het hoger onderwijs, vindt Baele een historische vergissing. Om die vergissing goed te maken, heeft de HAN vastgelegd dat over een jaar 70 procent van de docenten een mastertitel moet hebben en io procent gepromoveerd moet zijn.
Baele is niet bang dat dit beleid wordt doorkruist door de maatregelen van staatssecretaris Zijlstra om het vertrouwen in het hbo-diploma te herstellen, na de misstanden bij Hogeschool Inholland. "De lijn die nu wordt uitgezet, loopt grotendeels parallel met de inhaalslag die we op internationaliseringsgebied moeten maken. Ik ben er altijd van uitgegaan dat internationalisering bijdraagt aan de kwaliteit van het hoger onderwijs. Het opscholen van docenten doe je niet alleen om internationaal mee te kunnen; het is een belangrijke voorwaarde voor de kwaliteitsverbetering van het onderwijs."

Duitstalige opleidingen

In 2010 studeerden 1.759 studenten met een Duitse nationaliteit bij de HAN. Twee van de drie Duitsers studeert bij één van de vier Duitstalige opleidingen die de HAN aanbiedt: Kulturelle Sozialpadagogik, Lehrer-ausbildung Deutsch, Logopädie en Sozialpädagogik. Nederlandse studenten participeren in delen van de Duitse opleidingen en de tweetalige docenten doceren ook in het Nederlands curriculum. De HAN werft niet actief in Duitsland. Kristel Baele is het dan ook niet eens met de kritiek die voormalig OCW-topambtenaar Ferdinand Mertens in Transfer 7 uitte op de import van Duitse studenten. Ze vindt zijn insteek "beperkt en in zekere zin populistisch". "De Duitse grens ligt op twintig minuten rijden. De meeste van onze afgestudeerden komen in aanraking met het Duitse bedrijfsleven: ze hebben Duitse klanten, Duitse leveranciers of ze werken een deel van hun arbeidzame leven in Duitsland. De Duitse instroom draagt bij aan het creëren van een leeromgeving waarbij onze studenten vertrouwd raken met Duitsland en ondersteunt de euregionale samenwerking met bedrijven en instellingen op het gebied van stages en onderzoek."

Nationaal en internationaal beleid

Baele vindt de opvatting van Mertens nogal zuinigjes en niet in het nationaal belang. "Nederland is een open economie en heeft altijd geleefd van de export. Duitsland is nog steeds onze eerste handelspartner. Het is kortzichtig te beginnen over studenten die op onze kosten worden opgeleid, terwijl er genoeg Nederlandse studenten zijn die op kosten van andere samenlevingen in het buitenland studeren?"
Mertens' opstelling past volgens haar in de naar binnen gerichte sfeer die momenteel in Nederland heerst. Het kabinetsbeleid lijdt daar ook aan, vindt Baele, en sluit daardoor niet aan bij de Europese agenda, waarin veel nadruk wordt gelegd op het bestrijden van sociale uitsluiting, het bevorderen van een leven lang leren, investering in onderzoek en ontwikkeling, duurzaamheid en het vergroten van de arbeidsmarktparticipatie. Allemaal thema's die aansluiten bij de maatschappelijke opdracht van het hbo.

Die spanning tussen Europese doelstellingen en het nationale beleid heeft Baele op de agenda gezet van de Nuffic-adviesraad waarvan ze deel uitmaakt. "Het kabinet ondersteunt de Europese doelstellingen niet of neemt zelfs maatregelen die ertegen ingaan, zoals het plan om studenten boven de dertig niet meer te bekostigen. Dat plan is voorlopig van tafel, maar de naar binnen gerichte sfeer die dreigt te ontstaan, verdraagt zich moeilijk met internationalisering."

Interview door Y.v.d.Meent in Transfer, 9, jaargang 18/juli 2011


Aantal reacties: 0