Kenniscentrum in ontwikkeling
01 september 2011
Bundeling van onderzoeksactiviteiten is een ontwikkeling die binnen iedere faculteit speelt. Bij de Faculteit Educatie is de bundeling van onderzoeksactiviteiten in de loop der jaren gegroeid. De lectoren opereren nu al ongeveer 5 jaar vanuit één onderzoekseenheid onder de naam 'Kwaliteit van Leren'.
Onderzoekseenheid "Kwaliteit van leren"
De onderzoeksactiviteiten van de Faculteit Educatie zijn gebundeld in de onderzoekseenheid Kwaliteit van Leren. Eerste lector Marijke Kral schetst de achtergronden van de samenwerking tussen de lectoren en de bundeling van onderzoeksactiviteiten in één kenniscentrum. Uit dit voorbeeld blijkt hoe bundeling van krachten in één kenniscentrum de impact van de lectoraten kan versterken.
Samenwerking
De domeinen waarop de lectoren actief zijn, zijn vanaf de vorming van de eerste lectoraten eind 2002 gedefinieerd door de opleidingen. Er is vanaf het begin al vrij veel samenwerking tussen de lectoren van Educatie geweest. Inhoudelijke doelstellingen stonden daarbij voorop. Toen er een aantal jaren geleden 2 lectoren weggingen en ook nog ruimte kwam voor méér lectoren, was dat aanleiding voor een herijking. Samen met de opleidingen zijn opnieuw de domeinen gedefinieerd en is een profiel opgesteld waaraan de lectoren zouden moeten voldoen. Er zijn toen mensen gezocht die pasten binnen dat profiel. Eén van de elementen daarin was de bereidheid tot samenwerking binnen de onderzoekseenheid.
Rol van de lector
Die groep lectoren (8) kwam vanaf het begin maandelijks bij elkaar. Daar ontstond de behoefte om een professionele onderzoeksgroep op te zetten. Aanvankelijk werkten we uitsluitend met docent-onderzoekers maar om de kwaliteit van het onderzoek te kunnen garanderen zowel in de richting van het beroepenveld als in de richting van de opleidingen, was het noodzakelijk om ook professionele onderzoekers aan te trekken. Aan deze onderzoekers werd de eis gesteld dat ze van buiten naar binnen kunnen denken, een sterke relatie hebben met het werkveld en ook de verbinding met de opleidingen en het onderwijs in de faculteit willen leggen. De volgende stap was het aantrekken van een coördinator van de onderzoeksgroep. Van meet af aan hebben we ervoor gekozen om de onderzoekers niet één op één te koppelen aan een lector, maar voor gevarieerde inzet binnen de onderzoeksgroep. Daardoor zijn we in staat om elk project een gevarieerd team in te zetten, met een lector als eindverantwoordelijke, één van de onderzoekers als projectleider en daarnaast docent-onderzoekers en waar mogelijk studenten als leden van het projectteam.
Toch bleef de samenwerking naar ons gevoel nog incidenteel. Er was geen gezamenlijk visie, laat staan een gezamenlijk onderzoeksprogramma. In de voorbereiding op de visitatie in 2010 zijn we daarmee begonnen, daarbij ondersteund door Price Waterhouse Coopers. De opleidingen en het werkveld zijn daarin ook betrokken geweest. Dat heeft geleid tot een gezamenlijke visie, missie en doelstellingen, een gezamenlijk onderzoeksprogramma dat is gebaseerd op een verbinding tussen macro-, meso, microsystematiek om de complexiteit van de werkelijkheid die we onderzoeken, te kunnen vangen. Bovendien hebben we een gemeenschappelijke visie op de rol van lector ontwikkeld. Die is vooral kaderstellend en kwaliteitsborgend. We kiezen voor een effectieve en efficiënte inzet van de lectoren op programmatisch niveau.
Opbouw curriculum en toetsing
Zo zijn we als onderzoekseenheid langzaam naar een kenniscentrum toegegroeid. De profilering als groep heeft onze positie binnen de faculteit versterkt. Zo maak ik als eerste lector deel uit van het managementteam van de faculteit. Aanvankelijk was ik alleen agendalid, maar inmiddels ben ik volwaardig lid van het MT. We kiezen er niet voor om één op één in alle curriculumcommissies te participeren. Dat zijn er 13 en dat is veel met slechts 8 lectoren. Ook zou een verdeling over de lectoren onvoldoende gebruik maken van de breedte van de expertise in de lectorengroep en onderzoekseenheid. We zoeken een ander model. We zijn daarom binnen de faculteit met een brede curriculumanalyse gestart. In dat project lichten we alle curricula door op de manier waarop de onderzoekscomponent in het curriculum is verwerkt, hoe de thema´s van het onderzoeksprogramma in het curriculum zijn verwerkt, in welke mate de kennisbasis van het vakgebied door het curriculum is afgedekt en hoe de actualiteit en kwaliteit van het curriculum worden geborgd. Dit doen we samen met de opleidingen. De afspraak is ook dat alle vernieuwingen van het curriculum de lectoren moeten passeren. Omdat we dat hebben belegd binnen de onderzoekseenheid zijn we in staat om per geval de lector(en) met de meest relevante expertise in te zetten. Ook de toetsing wordt doorgelicht –de lector beoordelen heeft daarin een specifieke rol - en afstudeeronderzoeken zullen steeksproefsgewijs op faculteitsniveau worden bekeken en beoordeeld door een aantal lectoren.
We kiezen er als onderzoekseenheid dus voor om door gerichte inzet vooral op structuurniveau van de opleidingen een zo groot mogelijk bereik en een zo groot mogelijke effectiviteit te hebben.
Belang van zichtbaarheid
Door onze focus op het structuurniveau van de opleidingen lopen we het risico dat we voor individuele docenten te weinig zichtbaar zijn. Dat proberen we te ondervangen door
- zoveel mogelijk studenten en docenten in te zetten in de onderzoeksprojecten;
- de communicatie via de website en nieuwsbrieven te verbeteren;
- ons onderzoeksprogramma te formuleren in interactie met het werkveld en de opleidingen;
- de relatie tussen het onderzoek van studenten en de thema´s van het kenniscentrum te versterken.
Omdat de studenten van de lerarenopleidingen hun onderzoek doen tijdens de LIO-stage vraagt dat om meer regie en programmatische samenwerking met het werkveld.

Aantal reacties: 0