Interview Instellingsplan 2012-2016, kernthema: regio en werkveld
09 februari 2012
In onderstaand interview is Ron Bormans aan het woord over het kernthema 'regio en werkveld' uit het Instellingsplan 2012-2016. Medewerkers van de HAN worden weer van harte uitgenodigd om te reageren en zo ook hun bijdrage te leveren aan de discussie over de koers van de HAN!
Wat betekent de doorontwikkeling tot een UAS voor onze verhouding tot onze omgeving? Zijn er andere speerpunten dan tot dusver?
'Onze ambities zijn een uitdrukking én een herbevestiging van het feit dat we aan hoger beroepsonderwijs doen. We zitten niet in een ivoren toren, en dat mag ook nooit gebeuren. We leiden – van oudsher en net zo goed in de toekomst – op voor de praktijk. Een open relatie met de omgeving is daarbij onontbeerlijk. De HAN dient altijd de kleur aan te nemen van het biotoop dat ons omgeeft. De doorontwikkeling tot UAS is zowel een logische voortzetting als een bekrachtiging van dit gegeven. Hoger beroepsonderwijs omvat veel meer dan louter kennisoverdracht. We leren jonge mensen óók om hun vak te verstaan en dat vak kundig uit te oefenen, rekeninghoudend met de feitelijke condities en actuele stand in hun beroepsveld.
Daartoe moet je als hogeschool die beroepspraktijk natuurlijk van haver tot gort kennen. En mocht blijken dat we in sommige gevallen te veel leunen op hoe het 10 jaar geleden eraan toe ging, dan moeten we alle zeilen bijzetten om snel weer aan te sluiten op de huidige situatie in het veld.'
Wat verandert er wél?
'Feit is dat de buitenwereld meer en meer een beroep op ons doet als het gaat om onderzoeksvaardigheden. Ze noemen dat niet altijd zo, maar de trend is onmiskenbaar; men nodigt ons uit om jonge mensen af te leveren die niet alleen hun vak verstaan, maar ook de bagage in huis hebben om hun praktijk te verbeteren en hun vak te vernieuwen vanuit een ondernemende houding. Ze moeten kunnen reflecteren, een innovatieve instelling hebben, evidence based kunnen werken, kunnen ontwerpen en protocollen maken, de samenleving kunnen duiden en soms ook zelfstandig onderzoek kunnen doen. En dan heb ik het dus over het hoger laboratoriumonderwijs en SPH, maar net zo goed over werktuigbouwkunde, commerciële economie, de pabo, verpleegkunde en ga zo maar door.
We moeten invulling geven aan wat de Commissie Veerman ons voorgehouden heeft: onderzoek en de bijbehorende vaardigheden inbouwen, opdat de beroepsuitoefening op een hoger plan komt. Wil de HAN een volwaardig lid zijn van de mondiale familie van professioneel georiënteerde universiteiten, dan moet ons denken en handelen te allen tijde gefundeerd zijn op actuele kennis over onze buitenwereld.
Ook streven we ernaar om gezagsvolle gesprekspartners te zijn. Bij een belangwekkende gebeurtenis of trend in bijvoorbeeld de gezondheidszorg of de energievoorziening dienen onze professionals opinievormend te zijn, door stelling te nemen in de media of anderszins. We dienen niet alleen kennis te hebben van de praktijk, we dienen mede de ontwikkelaar te zijn van wat er daar gebeurt.
Wat ik vertel is in wezen niet nieuw. Het is, ook nu al, expliciet vastgelegd in de onderwijswet (WHW). In de opdrachtformulering voor het hbo staat dat we jonge mensen hebben te bekwamen in de uitoe-fening én de doorontwikkeling van hun professie.'
Waar staan we als het gaat om het integreren van praktijkgericht onderzoek in het onderwijs? En hoe verhoudt zich dit tot onze relaties met regio en werkveld?
'Veel opleidingen, bijvoorbeeld het hoger laboratoriumonderwijs, kennen al een stevige, gestructureerde onderzoekscomponent, gegeven de beroepspraktijken waarvoor zij opleiden. In die gevallen is het vooral een zaak van optimaliseren. Bij veel andere opleidingen ontbreekt die onderzoekstraditie. Daar zie je echter een gestage opmars van met name het evidence based werken. Dit is een enorme driver om onderzoek te versterken binnen de betrokken opleidingen. Kijk maar naar fysiotherapie. Je moet kunnen diagnosticeren, onderbouwen wat je doet en meten wat het effect van je professioneel handelen is. De buitenwereld heeft behoefte aan professionals die hiertoe in staat zijn en die zich op valide wijze kunnen verantwoorden over hun professioneel handelen.
Alleen al daarom is een uitstekende verbinding met regio en werkveld van kardinaal belang. Als de verbindingsaders verstopt zijn, zul je na verloop van tijd de realiteit uit het oog verliezen. Dan leid je jonge mensen op voor een werkelijkheid die er niet langer is, bijvoorbeeld omdat de bedrijvigheid in een bepaald beroep zich heeft verplaatst naar de Randstad of naar India. Of je komt er te laat achter dat de scholen in de regio, waarvoor je studenten op de pabo’s opleidt, verkleurd zijn geraakt. Dat zijn omgevingsdynamieken die je nauwlettend moet volgen en waarop je ook invloed dient uit te oefenen. Zo bezien is er sprake van een wederkerigheidsrelatie: wij ontwikkelen inzicht uit en ontlenen inspiratie aan de beroepspraktijk. Tegelijkertijd ontwikkelen wij diezelfde beroepspraktijk door. Dit leidt tot een optimalisering en een hoger niveau, over en weer.
Hoe je het wendt of keert, de HAN moet boven alles een open organisatie zijn, die stevig verankerd is in de omgeving en feilloos weet wat er speelt en waar behoefte aan is. In dat licht was het goed om te horen, onder meer via de media, dat veel regionale bedrijven ten tijde van de commotie rond de opleiding Werktuigbouwkunde gedecideerd stelden dat zij juist zeer te spreken zijn over kennis en vaardigheden van de afgestudeerden van die opleiding. Klaarblijkelijk is die opleiding goed verbonden met haar omgeving. Als de buitenwereld aldus zijn vertrouwen in ons uitspreekt, dan mag die buitenwereld omgekeerd van ons verwachten dat elk opleidingsprogramma kwaliteit uitstraalt en up to date is.'
In eerdere interviews uit deze reeks hebben jullie als CvB al benadrukt hoe belangrijk docenten zijn in de verbinding met de buitenwereld. Kun je dat in deze context nog eens toelichten?
'We zijn als HAN een knooppunt waar veel informatie, praktijkinzichten en praktijkoplossingen samenkomen. We dienen in die hoedanigheid te reflecteren op alles wat er voorbijkomt, er vaardig op in te spelen en de opgedane inzichten en verkregen uitkomsten terug te geven aan de samenleving.
Onze afgestudeerden gaan aan de slag in een ziekenhuis of school met in hun bagage de kennis, ervaringen en inzichten van vele ziekenhuizen of vele scholen – soms zelfs voorbij de landgrenzen, wat vaak verrijkend werkt.
Als ik een beeld schets van de HAN als knooppunt, dan heb ik het in feite natuurlijk gewoon over onze mensen. Medewerkers, de docenten voorop, maken de verbindingen en houden ze sterk en gezond. Docenten die vol in deze verbinding staan, zijn betere docenten dan docenten die daar minder energie in steken. Dat is een op een te herleiden uit de maatschappelijke opdracht die we hebben: zorgen voor goed beroepsonderwijs.
Daarom zeg ik: welk vak je ook doceert, onderhoudt hechte banden met je omgeving. Dat kan door bedrijfsbezoeken af te leggen, door de vakliteratuur bij te houden, door een symposium te organiseren, door stages te begeleiden en zo verder. Docenten die geregeld het werkveld opzoeken en hier pakkende verhalen over vertellen in de les, zijn enorm waardevol en inspirerend. De HAN valt of staat met hen.
Het is echt heel eenvoudig: een docent is een rolmodel. Een van de eerste confrontaties van de student met wat het latere vak inhoudt, is het contact met de docent. Daar spiegelen studenten zich aan, daar leren ze van, daar vertrouwen ze op, daar raken ze door gemotiveerd en geïnspireerd. Zelfs als dit soms betekent dat een student besluit om toch maar voor een andere beroepsrichting te kiezen, dan nog is de rol van die docent cruciaal; want deze maakt oprecht duidelijk waar hij of zij voor staat, als ambassadeur van het beroep in kwestie. In alle gevallen weten studenten bij een goede docent waar ze aan toe zijn. Docenten zijn niet alleen vaandeldrager van de HAN, maar net zo goed van het beroep waarvoor ze opleiden.
Kijk, bestuurders als Kristel en ik hebben eveneens een rol. Dan gaat het om overkoepelende, bestuurlijke vraagstukken. Bijvoorbeeld als we eraan werken om de HAN goed te laten aansluiten op het topsectorenbeleid van het kabinet of wanneer we onze speerpunten en inhoudelijke agenda afstemmen op de belangen en behoeftes in de regio. Dan zijn wij als bestuurders aan zet en moeten wij net zo goed gedegen werk afleveren en steeds op de hoogte zijn van de laatste stand van zaken. Dan werk je op een wat hoger abstractieniveau.
De échte inkleuring geschiedt echter klip en klaar op het niveau van de docent. Ik kan moeiteloos een keur aan docenten van ons noemen die frequent, samen met hun studenten, buiten de deur actief zijn en overal respect genieten als gezaghebbende deskundigen en vakbekwame vertegenwoordigers van onze hogeschool. Studenten vinden dat uiteraard prachtig en trekken zich daar aan op. Niets werkt meer motiverend dan dat.'
Welke rol hebben lectoraten en expertisecentra te vervullen ten aanzien van regio en werkveld?
'We volgen een tweeledige strategie rondom onderzoek. Onderzoek dient een plek te krijgen in al onze opleidingen. Tegelijkertijd hoeft niet in elk onderdeel van ons aanbod onderzoek hetzelfde gewicht te krijgen. We hebben gekozen voor een gecombineerde breedte-/hoogtestrategie en voor een goede balans tussen, in onderzoekstermen, focus en massa. Dan doel ik op kwaliteit over de volle breedte van ons aanbod, met op die kwalitatieve 'hoogvlakte' een select aantal markante pieken. Die pieken zijn thema’s waarin we nu al heel goed zijn of waarin we heel goed willen worden en waar onze omgeving om vraagt; welbewust gekozen thema’s die uitgelezen kansen bieden om ons te verbinden met de regio, het werkveld en de samenleving als geheel. De lectoraten en expertisecentra gaan deze pieken zowel gestalte als een gezicht geven.
Over 4 jaar ligt er een solide fundament van bachelorprogramma’s die alles goed op orde hebben en nauw verbonden zijn met de buitenwereld en wat daar leeft. Op die basis hebben we een beperkt aantal concentraten van onderzoek geformeerd, met de focus op thema’s waar de samenleving behoefte aan heeft en waarbij wij diezelfde samenleving veel te bieden hebben. Een bekend voorbeeld is natuurlijk Automotive, dat in Nederland een vrij unieke positie heeft weten te verwerven. Die positie wordt inmiddels geschraagd door een sterk lectoraat, dat zich continu doorontwikkelt. En zo zijn er nog 8 tot 10 expertisegebieden waarop we landelijk willen excelleren – wat tevens inhoudt dat we ons ten volle zullen inzetten om subsidies in de wacht te slepen.
Tot slot verwachten we van de HAN-lectoraten ook dat zij een brede functie vervullen ten bate van het onderwijs, vooral rondom het borgen van onderzoeksvaardigheden in het curriculum. Zo profiteert de hele hogeschool van hun ervaring en expertise.'
Door Hans Wanningen
We willen graag een levendige discussie op gang brengen over de koers die de HAN in de komende jaren gaat varen. Reacties op de 6 interviews met het CvB zijn daarom zeer welkom! Reageren kan via de HANovatiesite onderaan dit artikel. Medewerkers kunnen rechtstreeks mailen naar justine.vandenberg@han.nl, reageren via hun leidinggevende of het thema in gesprek brengen binnen de eigen opleiding of het instituut. Ook op Yammer gaan Ron Bormans en Kristel Baele met medewerkers in gesprek. Wil je mee doen maak dan een account aan op yammer.com met je HAN-e-mailadres.
Aansluitend op de interviewcyclus zullen Ron Bormans en Kristel Baele op HANovatie ingaan op de diverse bijdragen van lezers.

Aantal reacties: 0