Instellingsplan 2012-2016, kernthema: onderzoek

10 januari 2012
Kristel Baele

Na de twee interviews met Ron Bormans en Kristel Baele over de kernthema’s ‘visie’ en ‘onderwijs’ uit het Instellingsplan 2012-2016, volgt hier het interview over het kernthema ‘onderzoek'. Ook hiervoor geldt weer dat medewerkers van harte worden uitgenodigd om te reageren op dit artikel en zo bij te dragen aan het nieuwe instellingsplan.

Waarom krijgt praktijkgericht onderzoek meer gewicht bij de HAN (mede gelet op de doorontwikkeling naar een UAS)?

‘Aan de innovatieve beroepsbeoefenaren die we opleiden, hebben wij niet alleen de juiste kennis en vaardigheden mee te geven, maar ook de juiste attitude. De maatschappij vraagt in toenemende mate van ons dat ze evidence-based kunnen werken en dus hun eigen handelen en praktijk onder de loep kunnen nemen en verbeteren. Dit vergt een ondernemende, onderzoekende houding en basisvaardigheden die typisch worden verkregen door praktijkgericht onderzoek. We leren studenten om stapsgewijs een eenvoudige onderzoekscyclus te doorlopen: van probleemstelling tot conclusie en rapportage. Daarbij maken ze zich zaken eigen als: de vraag achter de vraag verhelderen, onderzoeksaanpak bepalen, oplossingsvarianten op hun merites toetsen, weten hoe je de benodigde informatie kunt vergaren en valideren (toetsen op kwaliteit en betrouwbaarheid) en de eigen kennisgrenzen in het oog houden. Deze grotere nadruk op praktijkgericht onderzoek in het curriculum komt ook ten goede aan de diagnostische en probleemoplossende kwaliteiten die we onze studenten willen bijbrengen. We deden dit allemaal al bij de HAN, maar we gaan het nu systematischer inbedden in de opleidingen. Niet als een eenheidsworst, maar passend bij de beroepspraktijk waarvoor wordt opgeleid.’

De ambitie is om in het praktijkgericht onderzoek van de HAN te zorgen voor focus en massa. Ook worden alle onderzoeksactiviteiten ingebed in onderzoeksprogramma’s en leerlijnen; dit alles bij een aangescherpt onderzoeksprofiel. Wat houdt een en ander in en waarom is dit zo belangrijk?

‘We zetten versterkt in op onderzoek, maar altijd in verbinding met het onderwijs. Deze inbedding gebeurt echter niet vanzelf, die moet je organiseren en structureren. Een drietal momenten zijn daartoe bij uitstek geschikt. Allereerst is er de afstudeeropdracht, waarin je als student de geleerde onderzoeksvaardigheden en bijpassende houding in praktijk kunt brengen. In de tweede plaats zijn er de onderzoeksminoren. Ten derde maakt de doorlopende leerlijn onderzoek dat studenten al vroeg in hun opleiding stapsgewijs vertrouwd raken met onderzoek doen. In die leerlijn, die een plek gaat krijgen in elk curriculum, leer je geleidelijk aan de finesses van alle facetten van een onderzoekscyclus, van een probleem- of vraagstelling formuleren en literatuuronderzoek doen tot de toepassing van actuele methodes en technieken en de presentatie van de resultaten. En dat telkens passend bij de specifieke eisen en tradities van het betreffende beroepsdomein.

Wat massa betreft: we hebben meer onderzoeksvolume nodig om het onderwijs en de beroepspraktijk adequaat te kunnen bedienen. Meer massa betekent ook dat we veel meer studenten en docenten willen betrekken bij ons onderzoek, ingebed in de onderzoeksprogrammalijn van de kenniscentra. Niet alleen in termen van kwantiteit, maar ook in termen van thema’s. Zo inventariseert programmamanager Cees de Jong momenteel bij honderd bedrijven in de Achterhoek wat hun innovatievraag is en hoe we die vraag kunnen koppelen aan de deskundigheid bij de HAN. Dat is een voorbeeld van cocreatie, waarbij je in goede afstemming een gezamenlijke onderzoeksagenda opstelt. Studenten en docent-onderzoekers kunnen hieraan veel bijdragen. Bijkomend voordeel is dat het de kwaliteit vergroot van onze afgestudeerden, evenals hun kansen op de arbeidsmarkt. Ook vergroot het hun zelfvertrouwen: ze weten dat ze straks in het werkveld goed beslagen ten ijs komen.

We kiezen om twee redenen voor een aangescherpt onderzoeksprofiel: om goed aan te sluiten op de maatschappelijke en economische behoeftes die leven in de regio en omdat we kiezen voor kwaliteit. Je kunt niet in alles goed zijn, dus moet je kiezen. “Regio” is overigens een rekbaar begrip. Vaak is dat Gelderland, maar het kan ook breder, tot de hele wereld aan toe, afhankelijk van het praktijkdomein.’
 

Ook universiteiten krijgen de laatste jaren meer oog voor toegepast onderzoek, naast hun tra-ditionele oriëntatie op fundamenteel onderzoek. Kunnen we uit elkaars vaarwater blijven en hoe kunnen we, tot ieders voordeel, samenwerken?

‘Wrijving geeft glans. En die wrijving zal zich voordoen, want we gaan deels de competitie aan over dezelfde onderzoeksgelden. Ik ben daar niet bang voor, het houdt beide partijen scherp. Door je met elkaar te meten krijg je meer zicht op wat in eigen huis beter kan, maar evengoed op je sterke kanten.
Als hogeschool hebben we immers een stel ijzersterke troefkaarten in handen: zo zijn wij veel beter verbonden met en ingespeeld op de praktijk. Wij kunnen de onderzoeksvraag bij toegepast onderzoek vaak sneller en scherper boven water krijgen, maar ook al heel vroeg de praktijk laten profiteren van de opbrengsten van het praktijkgericht onderzoek. Kort gezegd: wij zijn beter in kennisvalorisatie, het praktisch te gelde maken van kennis. Tegelijkertijd dienen zich volop kansen aan op samenwerking met de universiteiten. Waar wij beter zijn in de verbinding met het werkveld, hebben zij traditioneel hun sterktes op theoretisch-methodologisch gebied. We kunnen elkaar versterken, juist door elkaar op te zoeken, van elkaar te leren en elkaar aan te vullen.’
 

Gaan we ons toeleggen op bepaalde soorten onderzoek of -onderzoeksthema’s, of profileren en manifesteren we ons vooral op praktijkverbetering en -vernieuwing in brede zin?

‘We gaan beide doen, waarbij we een breedte- en hoogtestrategie combineren. De breedtestrategie houdt in dat we voor alle opleidingen een basiskwaliteit willen kunnen garanderen. Daartoe leggen we over de volle breedte van het onderwijs de lat hoger: overal in het onderwijsaanbod wordt praktijkgericht onderzoek ingevlochten, bijvoorbeeld door (associate) lectoren en docent-onderzoekers te laten bijdragen aan de curriculumontwikkeling. De hoogtestrategie behelst dat we een select aantal thema’s of pieken aanwijzen, voortvloeiend uit regionale behoeftes en bestaande sterktes, en aansluitend op de door het kabinet vastgestelde economische topsectoren. Bovendien houden we scherp in het vizier waar onderzoeksgelden te verwerven zijn, in de constante competitie met andere kennisinstellingen om schaarse middelen, zeker in deze tijd. Om een onderscheidende propositie te hebben, moet je goed zijn en scherpe keuzes durven maken – overigens ook over wat je toekomstig minder of geen aandacht meer geeft. Het totaalbeeld is dus dat van een hoogvlakte met pieken. Dat is het toekomstbeeld van de HAN, ook wat onderzoek aangaat.’

Gaat de regio profiteren van de versterking van de onderzoekscomponent, en zo ja in welke opzichten?

‘Langs de weg van cocreatie helpen we bedrijven en instellingen in de regio om te innoveren op voor hen belangrijke thema’s. Kijk maar naar de Zorgalliantie, waarbij we 21 zorginstellingen hebben samengebracht en gemeenschappelijke onderzoeksvragen hebben geïdentificeerd. De resultaten vloeien terug naar de instellingen én naar de opleidingen. Dat is voor iedereen goedkoper en je doet meteen aan kennisdeling. Kortom, dit is effectief in meerdere opzichten.
Met het project “Gelderland valoriseert!” bouwen we de komende 6 jaar samen met andere regionale kennisinstellingen, bedrijvenplatforms, overheden en financiers een valorisatie-infrastructuur voor en met de regio, maar tegelijkertijd ook voor onze hogeschool zelf. In een zware landelijke competitie hebben we daarvoor 6 miljoen subsidie toegekend gekregen. Weer profiteren hier alle betrokkenen van, het werkveld voorop. Maar ook het onderzoek en onderwijs aan de HAN plukken de vruchten.’
 

Welke eisen stelt het grotere gewicht van onderzoek aan onze docenten?

‘Docenten dienen, geleidelijk aan, meer vertrouwd te worden met en vaardiger te worden in praktijkgericht onderzoek. Dat vinden wij niet alleen zelf, als leiding van de HAN. Staatssecretaris Zijlstra heeft afgelopen zomer de strategische onderwijsagenda van het kabinet gepresenteerd. Deze agenda is sterk gericht op kwaliteitsverbetering en stelt expliciet dat praktijkgericht onderzoek een kerntaak is van hogescholen. Op basis van deze agenda heeft de staatssecretaris met het hbo een hoofdlijnen-akkoord afgesloten. Onderdeel daarvan is dat in 2016 80% van alle docenten in het bezit dient te zijn van een masterdiploma. Elke instelling maakt hierover vóór de zomer prestatieafspraken met de staatssecretaris. Daar worden we straks op afgerekend. Instellingen die de prestatieafspraken niet realiseren, worden vanaf 2017 gekort op hun budget. Het is dus mede een kwestie van welbegrepen eigenbelang dat docenten onderzoeksvaardiger worden en het vereiste (master)niveau hebben.’

Wat gaan studenten ervan merken dat onderzoek toekomstig een prominente rol krijgt in het curriculum?

‘Aan afstudeeropdrachten zullen preciezere en pittigere eisen worden gesteld. De doorlopende leerlijn onderzoek zal de lat voor studenten eveneens hoger leggen en voor studenten met belangstelling voor verdieping, innovatie en ondernemerschap een verrijking vormen. En verder geldt: kwaliteit maak je samen. We zullen toegroeien naar een ambitieuzere studiecultuur. Dat geldt voor alle studenten. Voor studenten die meer kunnen en willen, komt er meer diversiteit in het aanbod. Denk aan de excellentieprogramma’s, waarbij studenten actief participeren in onderzoek.
Het resultaat van dit alles is dat studenten beter zijn toegerust op de beroepspraktijk en hun rol daarin als innovatieve en ondernemende beroepsbeoefenaren. We verschaffen hun bovendien een ruimer blikveld. Daarmee bieden we studenten meer dan voorheen duurzame inzetbaarheid, een opleiding voor het leven: hun kansen op de dynamische, moderne arbeidsmarkt nemen toe, zelfs (of juist!) in roerige tijden.’
 

Hoe ziet praktijkonderzoek aan de HAN er over 5 jaar globaal uit? Welke impact heeft dat op de hogeschool in termen van structuur en cultuur?

‘Het volume aan praktijkonderzoek zal toenemen van nu 6% naar 10% van de begroting in 2016, zo is het streven. Wat ook zal toenemen, is de verwevenheid van onderwijs en onderzoek. Dat doet wat met onze cultuur. Een goed onderzoeker is per definitie nieuwsgierig en neemt het bestaande – inclusief de eigen opvattingen – niet zonder meer voor waarheid aan. Een gezonde vorm van ondernemendheid en een lichte onaangepastheid is ze eigen, evenals een brede blik, oog voor het algemeen belang en het vermogen om opvattingen ter discussie te stellen zonder je als persoon aangevallen te voelen. en van de effecten van meer docent-onderzoekers zal een cultuuromslag zijn; we maken de transitie van een wat ambtelijke en bureaucratische onderwijsinstelling naar een kennisinstelling met een professionele cultuur, waarin we niet bezig zijn met taken afvinken, maar met samen vonken. De brede blik zal ook de kennisdeling en samenwerking over organisatiegrenzen heen stimuleren. Immers, praktijkonderzoek is vaak multi- en interdisciplinair van aard, om recht te doen aan de gelaagde werkelijkheid van praktijkproblemen.
Al genoemd is dat we meer focus en systematiek in het onderzoek zullen aanbrengen. De programmering van het onderzoek zal over 5 jaar een hechte samenhang vertonen, vorm krijgen vanuit een zestal kenniscentra, en overal waar nodig instituuts- en faculteitsoverstijgend zijn. Studenten en docentonderzoekers zullen worden uitgenodigd afstudeerwerk en praktijkonderzoek te doen binnen een van de programmalijnen. In 2016, zo is ons voornemen, hebben alle opleidingen een doorlopende leerlijn onderzoek geïmplementeerd en maakt onderzoek deel uit van de afstudeeropdracht. Een substantieel aantal opleidingen moet dan in de NVAO-accreditatie op het aspect onderzoek “goed” scoren.
Daarbij geven we ons rekenschap van het feit dat er bij de HAN een realiteit is van verschillende snelheden. Niet iedereen staat even ver op onderzoeksgebied. Willen we onze ambities waarmaken, dan moeten we willen en durven leren van collega’s die nu al verder zijn op onderzoeksgebied. Juist een onderzoekende houding vraagt om een open, kwetsbare opstelling en om durf en vertrouwen over en weer om kennis te delen. Je mag ook iets niet weten, zolang je maar uitzoekt wie het wel weet en hoe je toegang tot de benodigde kennis krijgt. Op onderzoek uitgaan hoort immers bij het DNA van een goede onderzoeker.’
 

Wat zou je nog tegen alle medewerkers en studenten van de HAN willen zeggen?

‘Laten we vol vertrouwen naar de toekomst kijken. De HAN heeft een solide uitgangspositie. De onderzoeksvisitatiecommissies en andere in- en externe toetsen doorstaan we in de regel met goed tot uitstekend gevolg. Sommige onderdelen van de HAN zijn al voorloper en voorbeeldig in praktijkonderzoek, nauw verweven met onderwijs. Zij kunnen het vliegwiel zijn voor de overige organisatieonderdelen op weg naar het huis van de toekomst, de HAN als University of Applied Sciences.
Onderzoek wordt belangrijker. Niet alleen omdat wij het willen, maar omdat de maatschappij daarom vraagt. De staatssecretaris onderschrijft dat: praktijkgericht onderzoek is een kerntaak van de hoge-school. Daar komt bij dat onze omgeving een grote en groeiende behoefte aan praktijkonderzoek heeft. Alleen door consequent te innoveren kunnen zij overtuigend concurreren op het regionale, landelijke en mondiale speelveld. En innovatie betekent onderzoek. Zo simpel én zo belangrijk is dat.’

Zoals al eerder gezegd: we willen graag een levendige discussie op gang brengen over de koers die de HAN in de komende jaren gaat varen. Reacties op de 6 interviews met het CvB zijn daarom zeer welkom! Reageren kan via de HANovatiesite onderaan dit artikel. Medewerkers kunnen ook recht-streeks mailen naar ons(via Justine.vandenBerg@han.nl), reageren via hun leidinggevende of het thema in gesprek brengen binnen de eigen opleiding of het instituut.
Vanaf maandag 16 januari gaan Ron Bormans en Kristel Baele ook op yammer met medewerkers in gesprek. Wil je mee doen maak dan een account aan op yammer.com met je HAN-e-mailadres
Aansluitend op de interviewcyclus zullen Ron Bormans en Kristel Baele in HANovatie ingaan op de diverse bijdragen van lezers.


Aantal reacties: 0