Instellingsplan 2012-2016, kernthema: visie

17 januari 2012
Kristel Baele en Ron Bormans

Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan het nieuwe instellingsplan van de HAN (voor de jaren 2012-2016). In een zestal interviews voor HANovatie laten CvB-voorzitter Ron Bormans en CvB-lid Kristel Baele hun licht schijnen over enkele cruciale thema’s uit dit plan, te weten: visie; onderwijs; onderzoek; mens en organisatie; regio en werkveld; en ten slotte operational excellence. In onderstaand interview zijn Ron Bormans en Kristel Baele aan het woord over het kernthema visie. Medewerkers van de HAN worden van harte uitgenodigd om te reageren en zo ook hun bijdrage te leveren aan de discussie over de koers van de HAN!

Wat is de essentie van de nieuwe visie van de HAN?

R: ‘In alle eenvoud: kwaliteit. Deels is dit te herleiden tot de commotie die vorig jaar is ontstaan over het hbo, maar dat is niet de hoofdreden. Als ik het wat dramatisch mag zeggen: studenten verlangen dat van ons, net zoals de bedrijven en maatschappelijke organisaties waar we mensen voor opleiden, en ook de toekomst van ons land vraagt dat. Studenten willen dat we als school nog beter presteren, de samenleving heeft behoefte aan afgestudeerden op een hoger niveau.’
K.: ‘Meer dan ooit realiseren we ons dat we opleiden voor het beroepenveld, met alle innovatiebehoefte van dien, en ook dat we hoger onderwijs aanbieden. Dat houdt in dat we onze studenten degelijke vakkennis mee moeten geven, maar ook een houding en vaardigheden waarmee ze kunnen reflecteren op hun beroepspraktijk en deze kunnen vernieuwen en verbeteren. Niet alleen uit economische motieven, zoals de hete adem van landen als China en Brazilië, maar zeker ook omwille van onze maatschappelijke opdracht, veel dichter bij huis. Bijvoorbeeld: hoe kunnen we bijdragen tot vernieuwing in de wijken om zo de cohesie te bevorderen?’
R.: ‘We willen een betere school zijn en we willen een hogere school zijn, dat is de kern van de nieuwe visie van de HAN.’
 

Hoe verhoudt zich het belang van kwaliteit tot het belang van kwantiteit, lees: groei?

R.: ‘Groei is geen doel op zich. Groei behoort het resultaat te zijn van de kwaliteit die je levert. We kiezen compromisloos voor kwaliteit, in meerdere opzichten: de basiskwaliteit moet over de volle breedte hoog zijn. Nu zijn er nog enkele opleidingen waar bijvoorbeeld de studententevredenheid onder de maat is. Dat is niet meer acceptabel; we gaan daarin zo ver, dat als we dit niet opgelost krijgen, we die opleidingen noodgedwongen zullen sluiten. Dat geldt zeker ook voor de accrediteringen. Visitatiecommissies worden strenger, dat merken we nu al en we moeten eigenlijk op alle aspecten goed willen scoren.’
K.: ‘Consequent kiezen voor kwaliteit betekent lastige keuzes durven maken over wat we in de toekomst niet meer doen. We kunnen niet overal in uitblinken, we dienen tot een scherpere focus te komen op onze eigenlijke taken, het primaire proces voorop. Naast dat we een uitstekende brede hogeschool willen zijn en blijven, investeren we veel in welbepaalde onderzoeksconcentraten van topklasse. Het bijbehorend beeld uit het instellingsplan is dat van een hoogvlakte met enkele markante pieken.’
R.: ‘De tijd van big is beautiful is passé, waarbij dat meer zegt over de schaal waarop we ons onderwijs organiseren, dan over de HAN als totaal. Natuurlijk, kwaliteit en kwantiteit zijn allebei van belang, maar in de waardehiërarchie gaat kwaliteit zonder meer vooraf aan kwantiteit. Kort gezegd: graag willen we ook toekomstig veel en liefst meer studenten verwelkomen binnen onze poorten, maar alleen onder één compromisloze conditie: kwaliteit.’
 

Wordt de snel veranderende omgeving waarin we opereren, nog meer dan voorheen, dé leidraad in hoe wij ons als hogeschool doorontwikkelen? Zo ja, wat betekent dit sterker accent op de buitenwereld dan in praktisch opzicht voor de HAN?

R.: ‘We zijn ons hernieuwd bewust van onze herkomst. We bezinnen ons op onze wortels als hoger beroepsonderwijs. Dit herbronnen op de kern van wie wij zijn, vormt het kompas voor onze toekomstige koers. Die hernieuwde oriëntatie, waarbij we in feite onze kernidentiteit “afstoffen”, dat is de leidraad om doelgericht te prioriteren en te presteren.’
K.: ‘Bovendien vragen ook onze stakeholders, van studenten en instellingen tot bedrijven en politiek, nadrukkelijker van ons dat we onze maatschappelijke opdracht naar beste kunnen gestand doen. We leven meer dan vroeger onder een vergrootglas. De HAN is in die zin als een glazen huis: iedereen kijkt mee in onze open keuken, terwijl we een complex en uitdagend palet aan gerechten bereiden. Als er iets in die keuken niet goed gaat, dan kan dit mede door toedoen van sociale media vliegensvlug tot groot maatschappelijk ongenoegen leiden.’
R.: ‘Zo is het. De tijd dat iedereen er automatisch vanuit ging dat wij ons werk vast wel goed doen, is definitief voorbij. Alle maatschappelijke instituties, ook de hogescholen – zie de discussie van vorig jaar – liggen inderdaad voortdurend onder het vergrootglas. En steeds is de vraag uit de samenleving: maak je je maatschappelijke opdracht waar? Het is verleidelijk om je dan te beklagen over het hijgerig en hyperig ageren van zowel sociale als traditionele media, maar dan mis je de kern. De samenleving heeft een legitieme claim om onze handel en wandel te toetsen aan de maatschappelijke opdracht die ons is toevertrouwd.
In plaats van reactief dienen we ons daarom proactief op te stellen. Niet voor niets eindigt het instellingsplan dat nu in de maak is, met prestatieafspraken met staatssecretaris Zijlstra. Hierin committeren we ons aan specifieke, meetbare en transparante doelen die we willen bereiken ten behoeve van de samenleving. Dat is onze belofte aan diezelfde samenleving en daar mag deze ons op afrekenen.’
K.: ‘Je bent alleen authentiek en geloofwaardig als je waarmaakt wat je belooft. Het gaat ook om vertrouwen. Ouders “sturen” hun kinderen naar de HAN in het vertrouwen dat ze bij ons goed worden opgeleid en dat ze met hun diploma goede papieren hebben op de arbeidsmarkt. Ook daarom nodig ik iedereen bij de HAN uit om kwaliteit hoog in het vaandel te hebben en dat met overtuiging uit te dragen. En natuurlijk mogen we soms best fouten maken, zolang we dit maar eerlijk onder ogen zien en bereid zijn om ervan te leren en het beter te doen. Gelukkig kunnen we met opgeheven hoofd vaststellen dat we al een heel eind op de goede weg zijn.’
 

Welke kenmerken en kwaliteiten behoren toekomstige afgestudeerden van de HAN te hebben als ‘innovatieve beroepsbeoefenaren’ (zoals dat wordt verwoord in het nieuwe instellingsplan)?

R.: ‘Het beroepenveld is aan verandering onderhevig. Daar dragen we als hogeschool trouwens zelf actief aan bij, passend bij onze taak om de beroepspraktijk continu door te ontwikkelen. We leiden daarom professionals op die effectief te werk gaan binnen het bestaande beroep, maar die ook dat beroep op een hoger plan kunnen brengen. Dit impliceert dat HAN-studenten hiertoe de juiste kennis en vaardigheden, maar ook een gezonde dosis zelfvertrouwen moeten meekrijgen. De professional van de toekomst durft verder te kijken en kan alternatieven aandragen.’
K.: ’Met als basis dat het een vakvrouw of -man is, die gewoon goed is in wat zij of hij doet. Wil je een stem krijgen in vernieuwing en verbetering, dan zul je immers eerst moeten laten zien dat je je vak verstaat en je werk goed doet. Alleen dan krijg je respect, heb en verdien je vertrouwen en is de kans groot dat er naar je wordt geluisterd.’
R.: ‘Is dit alles nieuw voor de HAN? Ja en nee. We deden dit al, maar we voegen iets essentieels toe aan de bagage van onze studenten: onderzoeksvaardigheden en een onderzoekende attitude.’
 

Wat gaat er, gegeven de nieuwe visie, veranderen in de taak en rol van de docent van de toekomst?

K.: ‘Het contact tussen docent en student zal worden geïntensiveerd. De docent wordt geacht om, nog meer dan nu, beschikbaar te zijn voor zijn studenten. Ten tweede zal de docent van de (nabije) toekomst over onderzoeksvaardigheden dienen te beschikken. Ook docenten zullen immers innovatieve beroepsbeoefenaren moeten zijn, met bijbehorende attitude, om zo studenten tot voorbeeld te kunnen dienen; dit heeft betrekking op hun vakinhoudelijke kennis, maar eveneens op hun didactische vaardigheden.’
R.: ‘Als we willen dat onze studenten om zich heen kijken en zich blijven ontwikkelen, dan moeten docenten er voor hen zijn als rolmodel en inspiratiebron. Willen we studenten met onderzoekskwaliteiten, dan hebben we ook docenten met die kwaliteiten nodig. Dit veronderstelt dat we docenten in huis hebben of halen, die op masterniveau geschoold zijn of bereid zijn om hun master te behalen.’
 

Het nieuwe instellingsplan, waaraan momenteel de laatste hand wordt gelegd, loopt tot 2016. Hoe staat de HAN er, wat jullie betreft, over 4 jaar bij?

R.: ‘Dit is onze belofte aan de samenleving: over 4 jaar is de HAN een betere school. De basiskwaliteit van alle opleidingen is dan dik in orde; dat is vanzelfsprekend en daaraan valt niet te morrelen. Het komt dan niet meer voor dat er HAN-opleidingen met een negatieve aanbeveling in de studiekeuzegids staan vermeld. De studententevredenheid is naar behoren en elke opleiding is gekoppeld aan een onderzoeksleerlijn. Gelet op onze identiteit en maatschappelijke opdracht doen we sommige zaken misschien niet meer waar we nu wel nog mensen en middelen voor vrijmaken. En in termen van lectoraten, kennisdomeinen en onderzoeksprogrammering heeft de hogeschool dan een achttal pieken of onderzoeksconcentraten, waar de buitenwereld zeer over te spreken is.’
K.: ‘We weten haarfijn wat er leeft in de omgeving, waar behoefte aan is, en spelen daar soepel en vaardig op in. In 2016 zijn we over de hele linie gegroeid in kwaliteit; onze omgeving erkent en waardeert dit en maakt er tot ieders voordeel gebruik van. Bovendien vinden de medewerkers de HAN een prettige plek om te werken en zijn we financieel minstens zo gezond als nu.’
 

Wat willen jullie verder nog onder de aandacht brengen?

K.: ‘De tegenwoordige beroepspraktijk vraagt niet alleen om onderzoeksvaardigheden en een onderzoekende en ondernemende houding, maar net zo goed om een open en geïnteresseerde houding ten opzichte van de geglobaliseerde wereld waarin we leven.’
R.: ‘Laten we tot slot, ondanks alle complexiteit en dynamiek binnen en buiten de HAN, één ding niet uit het oog verliezen. Het gaat in de kern altijd om 3 zaken: de student, de docent en een aanbod dat is ontworpen in nauwe samenhang met de buitenwereld. Alles wat we doen, dient toegevoegde waarde te hebben voor dat kernproces.’
K.: ‘Deze zogeheten nucleusgedachte is het kompas; daar varen we op en daar baseren we de visie en keuzes op waarvan het nieuwe instellingsplan getuigt.’

We willen graag een levendige discussie op gang brengen over de koers die de HAN in de komende jaren gaat varen. Reacties op de 6 interviews zijn daarom zeer welkom! Reageren kan via de HANovatie site onderaan dit artikel. Medewerkers kunnen ons ook rechtstreeks mailen, reageren via hun leidinggevende, of het thema in gesprek brengen binnen de eigen opleiding of het instituut. Vanaf maandag 16 januari gaan Ron Bormans en Kristel Baele ook op yammer met medewerkers in gesprek. Wil je meedoen maak dan een account aan op yammer.com met je HAN-e-mailadres.

Aansluitend op de interviewcyclus zullen Ron Bormans en Kristel Baele in HANovatie ingaan op de diverse bijdrages van lezers.