HAN Masterfonds katalysator voor inspirerende ervaringen

17 januari 2012
Aukje Reinerman en Patricia Akkermans

Een leven lang leren, dat is inmiddels vanzelfsprekend. Ook voor medewerkers van de HAN. Om de professionalisering - op weg naar de HAN University of Applied Sciences -  een impuls te geven startte de HAN o.a. financiële ondersteuning vanuit het HAN Masterfonds. Doel van deze stimulans: 70% van HAN-docenten zijn anno 2016 in het bezit van een mastertitel. Dit najaar zijn verscheidene HANners met hun masteropleiding gestart. Hoe zijn ze tot deze stap gekomen? Hoe vergaat het hen, weer terug in de schoolbanken? Hoe komt de nieuwe kennis terug in het onderwijs? Aukje Reinerman en Patricia Akkermans vertellen over hun motivatie. Maar ook: hoe groot is het animo op dit moment onder docenten  voor een mastertraject?

Nulmeting - Stand van zaken

Het percentage docenten in bezit van een mastertitel op dit moment is per faculteit verschillend. Bij de start van dit studiejaar heeft P&O deze percentages via een nulmeting in kaart gebracht, zie afbeelding.

Via het HAN masterfonds kunnen docenten de stap zetten een masteropleiding te starten. De interesse en aanvragen voor mastertrajecten worden op dit moment nog niet volledig centraal geregistreerd. Voorlopig is wel duidelijk dat bij GGM 18 docenten zijn gestart met een masteropleiding, bij Educatie zijn dat er 9, bij Techniek 11, en bij Economie & Management 3 medewerkers. Het is goed mogelijk dat deze aantallen feitelijk hoger liggen, omdat aanvragen administratief nog niet zijn afgehandeld of nog niet zijn gemeld bij de service unit P&O. Het geschatte totaalaantal ligt rond 50 mastertrajecten van HAN-docenten.

Faciliteren

Nu de start van het studiejaar achter ons ligt is de tijd rijp om de eerste ervaringen te peilen.

Aukje Reinerman, coördinator en lid MT van Fysiotherapie, volgt de masteropleiding Management en Innovatie. Patricia Akkermans, docente bij de opleiding SPH, is gestart met de master Social Work.

Aukje: “Het doel van de opleiding is dat je als manager in staat bent om binnen maatschappelijke organisaties op tactisch en strategisch gebied complexe organisatiekundige en veranderkundige vraagstukken op te lossen. De leerlijnen die aan bod komen zijn: strategisch ondernemen, persoonlijk leiderschap, verandermanagement, inrichten en sturen. Ondersteunende leerlijnen zijn onderzoeksmethodologie en innovatie.

Ik wilde zelf al graag een masteropleiding gaan volgen, en heb dit tijdens mijn R&O-gesprek besproken. Dat was twee jaar geleden. Mijn verzoek kwam toen te vroeg, maar er werd wel al aangegeven dat ik een jaar later met de master zou kunnen starten.

De ondersteuning vanuit de HAN is voor mij belangrijk. Als ik niet zou worden ondersteund, had ik moeten kijken hoe ik dat financieel en qua tijd had moeten regelen. Nu word ik zowel in kosten als in tijd gefaciliteerd en dat maakt het een stuk makkelijker.”

Patricia Akkermans: “ Mijn master is bedoeld voor senior professionals in het welzijnswerk, zoals maatschappelijk werkers, opbouwwerkers e.d. Hij is bedoeld voor mensen die al langer in het werkveld zitten en die een bepaalde expertise hebben opgebouwd. Ze willen doorgroeien, zich verbeteren in hun praktijk, maar niet als manager. Zij willen juist een brug slaan tussen beleid en praktijk. Zelf heb ik, voor mijn komst naar de HAN, elf jaar in de jeugdhulpverlening gewerkt.

Ik ben in de klas niet de enige student uit de onderwijssector. Met mij zijn nog vier andere hbo-docenten gestart, maar het merendeel is afkomstig uit de werkveld. Totaal zijn we met 28. Ik vind het ontzettend inspirerend.”

Patricia heeft een aantal redenen om deze master te doen: “Ik ben nu tien jaar uit het actieve werkveld, behalve als supervisor en via werkbezoeken, maar mijn kennis is toch verouderd. Door de contacten met mensen uit het werkveld wordt die weer helemaal up to date. Doordat ik een onderzoeksopdracht in de praktijk doe, in samenwerking met het HAN-lectoraat Werkzame factoren in de zorg voor de jeugd, ben ik ook weer actief in het werkveld. En mijn carrièreperspectief wordt beter.”

“Ik was zelf al van plan een master te doen. In mijn R&O-gesprek heb ik die wens aangegeven. Dat viel bijna samen met de start van het HAN-beleid om docenten te stimuleren een master te gaan doen. Ik was een van de eersten die van deze regeling profiteerde. Ook de aangevraagde lerarenbeurs werd toegekend, dus dat hele proces verliep soepel. En de keuze voor de master Social Work was natuurlijk erg logisch.

Als de HAN mij niet had ondersteund ik was het erg moelijk geworden. Ik kende de master al als supervisor en wist dat de studiebelasting niet gering is, ca. 20 uur per week. Had ik het in eigen tijd moeten doen, dan had ik mijn normale werk moeten inkrimpen, met minder inkomsten natuurlijk. Dat was geen optie. In mijn traject komt het er op neer dat de HAN een deel van mijn studietijd financiert. De rest wordt geregeld via de lerarenbeurs.

Aansluiting

Patricia: “Alle kennis uit de master is interessant voor mijn team (deeltijd en duaal), ook eventueel voor sph-breed. Ik ga onderzoek doen over oplossingsgericht werken; dat kan straks in het SPH-uitstroomprofiel Jeugdzorg een plek gaan krijgen. Op die manier maak ik een brug tussen de opgedane kennis en het onderzoek in de master en mijn eigen onderwijspraktijk in de opleiding SPH.

Tot dusver bevalt de studie Aukje erg goed. “De kennis en vaardigheden waarin we getraind worden zijn direct toepasbaar in mijn functie als coördinator van de hoofdfase. Ik heb altijd geweten dat ik nog een opleiding wilde volgen. Ik wist alleen niet wat; wilde ik me meer gaan verdiepen (fysiotherapeutisch) of juist de verbreding in? Deze master sluit helemaal aan bij de loopbaan waar ik uiteindelijk voor heb gekozen. De inhoud is erg inspirerend. Samen met gemotiveerde medestudenten (er zijn nog 4 andere HAN-collega's) met de vraagstukken worstelen is gewoon erg leuk.

Combi studie werk

Aukje: “De combinatie werk en privé gaat goed, al moet de planning strak gevolgd worden. Elke leerlijn vraagt zijn eigen voorbereiding in literatuur en opdrachten. Lastiger vind ik het goed afstemmen met mijn werk. Ik heb snel de neiging om eerst mijn werk goed op orde te hebben voordat ik met mijn masteropdrachten start. Hierdoor komt van planningen niet altijd zo veel terecht als ik zou willen. En dan komt het neer op extra werk in de avonden of het weekend.”

Patricia: “De combinatie werk en privé vergt wel goocheltrucs. Ik moet strakke planningen loslaten. Voor mijn werkzaamheden voor de HAN is dat geen probleem. Als ik lesgroepen heb, dan ligt mijn rooster vast, maar voor de andere taken kan ik zelf bepalen wanneer ik wat doe.

Tot nu toe bevalt het me enorm; ik vind het hartstikke leuk, een boeiende opleiding van hoog niveau. We hebben uitstekende docenten, en veel gastcolleges, bijna elke week. De gastdocenten zijn gerenommeerde namen uit het werkveld. Als zij interactief aan de slag gaan inspireert mij dat enorm. Het is intensief, maar geeft me ook veel energie.

Meer informatie

Meer informatie over het mastertraject en aanvragen lerarenbeurs: Insite P&O, professionaliseringmogelijkheden binnen de HAN vind je hier.

Tanja Ledoux


Aantal reacties: 0