Exitonderzoek studenten HAN
21 februari 2011
Het exitonderzoek
Het onderzoek is, in opdracht van het Managementteam HAN (MT HAN), uitgevoerd onder eerstejaars studenten. Na het uitschrijven van een 1e-jaars student werd de schriftelijke vragenlijst naar hen toegestuurd. Bij de analyse van onderzoeksresultaten zijn nog niet de bevindingen van studieloopbaanbegeleiders (SLB´ers) betrokken. Het gaat er in dit onderzoek om een algemeen beeld te schetsen van uitvalredenen. Gelukkig zijn specifiekere en individuele redenen vaak bij de faculteiten, instituten en opleidingen veel beter bekend. SLB'ers houden exitgesprekken. Maar die worden meestal niet op hoofdlijnen geanalyseerd. Omzwaaiers (studenten die een andere studie binnen de HAN starten) zijn niet meegenomen in dit onderzoek.
Waarom stoppen studenten met hun studie?
De belangrijkste redenen die studenten opgeven zijn onder te verdelen in 3 categorieën:
- Persoonlijke redenen
Het gaat vanzelfsprekend om jongeren die hun weg op veel manieren nog moeten zoeken en daarbij dus ook weleens de conclusie moeten trekken dat een andere afslag nodig is. De persoonlijke situatie van de student, soms zeer complex, wordt het meest aangegeven als reden van stoppen. - Beeld van de opleiding
Keuzes maken op deze leeftijd is niet eenvoudig. Aan een gebalanceerde afweging voor een studiekeuze zijn sommige jongeren simpelweg niet toegekomen. De veelheid aan keuzemogelijkheden en de beschikbare voorlichtings- en oriëntatiematerialen sluiten niet altijd aan bij de behoefte van de studiekiezer. Het beeld dat de aankomend student van een studie of beroep heeft, kan daardoor verschillen van de werkelijkheid. Dit geldt ook voor het beeld van de moeilijkheidsgraad of van studeren in het hoger onderwijs. - Studiebegeleiding
Studenten geven aan het gevoel te hebben dat hen in het geval van problemen te weinig hulp geboden wordt. Steef Woldinga: ´De HAN heeft de maatschappelijke opdracht om goede en gemotiveerde professionals aan de arbeidsmarkt af te leveren. Die verantwoordelijkheid begint vóór de poort en loopt door tijdens het toetreden tot de arbeidsmarkt en het verder leren als professional. Dus moet je tegelijkertijd selecteren en begeleiden. De hulp aan studenten die wij bieden moet dus ook niet gericht zijn op het vóór alles binnenhouden van studenten. Tegelijkertijd moet de student wel begeleid worden in het maken van een passende studie- en beroepskeuze, ook als die keuze buiten het spectrum van de HAN lijkt te gaan liggen.'
Steef Woldinga: 'Dit zijn geen conclusies die verrassen, maar bevestigen. Gelukkig maar. Ons beeld van de problematiek blijkt dus te kloppen. Nu is het tijd voor actie.'
Aansluitmanagement
Het aansluitmanagement van de HAN richt zich op de volgende 3 fasen van aansluiting:
- Voor de poort
We hebben als HAN gedegen voorlichting, bieden extra studiekeuzetools (www.kiesactief.nl en www.coolwidget.nl ) en kennismakingsmogelijkheden (Open Dagen, profielkeuzedagen, meeloopdagen, proefstuderen). Heel belangrijk is onze structurele investering in ons netwerk van decanen en afdelingsleiders van toeleverende scholen. Met elkaar werken we aan goede aansluiting, doorstroom en een warme ontvangst van nieuwe studenten. Informatie-uitwisseling over studiesucces van oud-leerlingen, onze studenten, kost veel tijd maar de scholen vinden het waardevol. - Aan de poort
Steef Woldinga: ´Harde selectie is wettelijk bepaald en extra selectiemiddelen zijn soms nodig, maar in zachte selectie met een zelfsturende rol van de student ligt naar mijn mening de sleutel voor het terugdringen van hoge studie-uitval in de toekomst. Praten met aankomend studenten over hun studiekeuze of studiestart, of welkomstgesprekken: het is een weg die we verder moeten volgen. Ook praten we graag met scholen over hoe ze het bevorderen van zelfinzicht van jongeren, in mijn ogen een vorm van zelfstandigheid, al eerder kunnen starten. Selectie aan de poort gaat, in het kader van Leven Lang Leren, wat mij betreft vooral ook over flexibiliteit: onderwijs op maat met aandacht voor EVC en ruimte bieden aan toptalent.' - Na de poort
Steef Woldinga: ´We vragen toeleverende scholen een vorm van nazorg te leveren aan hun leerlingen. Zelf mogen we als HAN naar mijn mening ons alumnibeleid ook nog wel verder aanscherpen, zeker als het gaat om oud-studenten met een begeleidingvraagstuk. Inzetten op begeleiding van studenten is echter het belangrijkst. Bij persoonlijke problemen kunnen we niet altijd helpen. Hoeft ook niet. Maar we hebben de plicht te begeleiden, te verwijzen, te volgen. SLB hebben we aardig geregeld binnen de HAN, maar SLB´ers zijn in de breedheid van de HAN vaak onvoldoende geëquipeerd. Decentraal hebben SLB´ers de belangrijke rol van studiebegeleider. Ze zijn het eerste aanspreekpunt voor de student. Centraal zouden we echt specialisme op het gebied van begeleiding van studieloopbaankeuze moeten opbouwen.'
Hoe verder?
Steef Woldinga: ´We doen als HAN veel, we doen veel goed, maar we praten te weinig met de nummer één betrokkenen. Bijvoorbeeld de resultaten van dit onderzoek moeten gelegd worden naast de locale kennis en dus op opleidingsniveau betekenis krijgen. De rode draad in mijn werk binnen de HAN is altijd het zoeken naar verbindingen geweest. Met het team facultaire aansluitcoördinatoren ga ik dan ook flink inzetten op communicatie, laten zien wat we doen en verankering realiseren in de opleidingen. Waar aansluitingsbeleid primair wordt uitgevoerd. Ook vind ik het van belang te werken aan aansluiting door bijvoorbeeld het beroepsgericht werken op het havo te stimuleren, zachte selectie beter in te zetten en vroegtijdig aandacht te besteden aan moeilijkheidsgraad.'
Steef Woldinga werkt sinds eind 2010 als aansluitmanager bij het Service Centrum Onderwijs (SCO) en vervangt Frank Verhoeven gedurende diens ziekteverlof.

Aantal reacties: 0