Examencommissies HAN slaan kwaliteitsslag

08 april 2011
Tanja Ledoux

"We willen kunnen zeggen: Wij hebben het op orde." Dat is de wens van het HAN-CvB als het gaat om het functioneren van de examencommissies van de HAN.

Functioneren examencommissies

En de laatste maanden is er hard gewerkt om deze wens voor 100% te realiseren. De nieuwe bindende afspraken van de HBO-raad over de positie en rol van examencommissies zijn hiervoor de motor. Zij zorgen dat er een kwaliteitsimpuls aan de beoordeling van hbo-studenten wordt gegeven. Maar de HAN  doet meer dan de nieuwe wet in de WHW voorschrijft. 

Aanleiding

De positie en rol van de examencommissies in het HBO moeten worden versterkt.  Dat werd duidelijk toen de Inspectie van het onderwijs en de Onderwijsraad kritische rapporten uitbrachten over het functioneren van examencommissies, de kwaliteit rond de afgifte van getuigschriften en de examinering. De kwaliteitsgarantie van examinering en tentaminering bleek onvoldoende en was niet transparant genoeg.
Maar er zijn meer redenen om het functioneren van de examencommissies te willen versterken. Ten eerste ontwikkelt het hoger onderwijs zich in de richting van meer variatie in opleidingstypes en is er meer en meer sprake van maatwerk. Ten tweede komt de EVC-procedure steeds vaker in beeld. Deze factoren dragen ertoe bij dat de examencommissies, door de toenemende complexiteit van de vraagstukken, een sterke positie nodig hebben.

Ook de HAN neemt de nieuwe afspraken en de aanpassingen in de WHW zeer serieus. Belinda Scholten, juriste van de HAN, en Niek de Bruijn, projectleider ´Versterking positie en rol examencommissies HAN´, zijn al lange tijd bezig in kaart te brengen hoe de positie van de examencommissies van de HAN kan worden versterkt en hoe de nieuwe rol met de komst van de afspraken van de HBO-raad eruit zal moeten zien. Belinda: "Het is de examencommissie die beoordeelt of het niveau van de afgestudeerde conform het gestelde eindniveau is. De aanleiding voor deze aanpassingen in de WHW is natuurlijk duidelijk. De landelijke rapporten concludeerden unaniem dat de kwaliteit van het functioneren van de examencommissies in het HBO niet voldoende geborgd was. Er was geen helderheid en er werd weinig of geen gebruik gemaakt van externe deskundigen. Ook is er een sterke ontwikkeling in het onderwijsaanbod, denk aan maatwerk en EVC-procedures. Dit laatste maakt het ook noodzakelijk dat procedures helder omschreven moeten zijn, en de rol van de examencommissies eenduidig is."

Belangrijke veranderingen

De wijzigingen in de WHW (artikel 7.12 tot en met 7.12c) leiden tot drie belangrijke aanpassingen:
• onafhankelijkheid en deskundigheid zijn onomstreden
Het CvB of instituutsdirecties kunnen geen richtlijnen of aanwijzingen geven over de beoordeling van examenkandidaten. De examencommissie zelf bestaat enkel uit deskundigen. Daarbij zijn de hogescholen ervoor verantwoordelijk dat de commissieleden over de noodzakelijke kennis en kunde beschikken. Hiervoor moeten zij zorg dragen en rapporteren in het jaarverslag. Vanuit oogpunt van transparantie, onafhankelijkheid en professionalisering is externe deskundigheid van groot belang, zowel in de commissies als in de functie van examinator. De externe legitimatie van de toetsing wordt daardoor vergroot. Personen met een managementfunctie kunnen geen zitting hebben in een examencommissie.

• taken worden breder
Behalve verantwoordelijkheid voor het vaststellen van regels rondom toetsing (aanwijzen examinatoren, coördinatie en organisatie van tentamens en examens etc.) kan de examencommissie ook richtlijnen en beoordelingsnormen voor tentamens en examens vastleggen (aan de hand van de Onderwijs- en Examenregeling). Het ligt voor de hand dat de commissies ook inhoudelijke taken gaan oppakken door bij te dragen aan de formulering van het examenbeleid en actief mee te denken over de vormgeving ervan. De borging van de kwaliteit van de examens wordt daardoor de belangrijkste nieuwe taak van examencommissies.

• verhouding tussen de instelling en de examencommissie
Hier is sprake van een aantal aanscherpingen door de inwerkingtreding van de nieuwe wet; hoofdzaken daarin zijn de functionele onafhankelijkheid ten opzichte van het CvB, borgen van de kwaliteit van examens en de jaarlijkse verslaglegging.  

Verantwoording

Nu de onafhankelijkheid van de examencommissies gegarandeerd moet zijn, is bepaald dat de commissies geen verantwoording meer hoeven af te leggen aan het hoogste bestuur, het CvB. Dat betekent niet dat zij aan niemand verantwoording schuldig zijn. Belinda: "Natuurlijk moeten de examencommissies onafhankelijk functioneren. Het CvB moet er voor zorg dragen dat zij als zodanig kunnen functioneren. Er mag geen druk zijn van het management: het CvB, faculteitsdirectie of instituutsdirectie mag geen richtlijnen geven over de beoordeling van studenten. Ze mogen zich ook niet in de taken van de examencommissies mengen. Maar zij blijven wel eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. Dat is een spanningsveld. De kaders waarbinnen de examencommissies hun werk moeten doen zijn wel bepaald door het CvB en liggen vast in het Onderwijs- en Examenreglement. Het management, bijvoorbeeld de faculteitsdirectie, kan ook sturen door het bepalen van het profiel van examencommissieleden, die zij benoemt.

HAN-maatregelen

Belinda Scholten en Niek de Bruijn geven actief toelichting op de nieuwe regelgeving, zoals onlangs op de HAN-brede managementconferentie.  Ook zijn zij de auteurs van het nieuwe Handboek Examencommissies HAN 2011-2012. Via het zogenoemde mappenproject hebben zij geïnventariseerd waar er werkwijzen en procedures van HAN-examencommissies niet volledig op orde bleken. Om dit voor de toekomst te ondervangen zijn in dit handboek voorbeelden opgenomen, die de commissies in staat stellen optimaal te functioneren. Belinda: "De examencommissie stelt zelf een reglement vast, maar als zij houvast willen, dan bieden voorbeelden in het handboek uitkomst. Mandaat- en vrijstellingsbesluiten staan er ook in, en nog veel meer modellen.
Voorts gaan we aan de slag met deskundigheidsbevordering van examencommissies. Binnenkort starten we met vier workshops. In twee workshops komen de nieuwe taken en regelgeving aan de orde. Er zal een workshop komen over toetsing, het beleid ervan en de vormgeving ervan. En een workshop over accreditatie staat ook op het programma. Dit laatste zal een belangrijk item worden. "

Voorheen bood de HAN geen HAN-brede scholingstrajecten voor examencommissies. De ingeslagen weg is nieuw. De aangescherpte positie van de examencommissie is daar de aanleiding voor. Het borgen van de kwaliteit van de examens, voorheen het domein van de instituutsdirectie, treedt nu als taak op de voorgrond. De leden van de examencommissies zijn voortaan rechtstreeks verantwoordelijk voor deze borging en zullen examinatoren hierop kunnen aanspreken.  Ook heeft de examencommissie nu een duidelijker rol in advisering over het schorsen van een student bij fraude of wanneer het gaat om niet passend gedrag van een student.

Voor Helen van Dijk, voorzitter examencommissie Pabo Groenewoud Nijmegen, voelen de veranderingen als het krijgen van een grotere verantwoordelijkheid dan daarvoor. Dat komt niet alleen door de wijziging van de WHW, maar ook omdat het maatschappelijke, politieke en HAN-vergrootglas nu wordt gelegd op de examenregeling in de uitvoering daarvan. Helen: "Van onafhankelijk kunnen opereren was al sprake, maar de aanscherping van de taken betekent dat de specifieke deskundigheid van de leden van de examencommissie nader bekeken moet worden. Ik denk bijvoorbeeld aan deskundigheidsbevordering t.a.v. de kwaliteit van de toetsing. Het maken van valide en betrouwbare tentamens is heel lastig en als je daar commentaar op moet geven, moet je zelf deskundig zijn. Zo willen wij graag een extern lid in de commissie opnemen dat onafhankelijk kan kijken naar de kwaliteit van toetsen. Het zal nodig zijn om richtlijnen en beoordelingscriteria vast te stellen en te kijken of de deskundigheid van examinatoren voldoet".

Samenstelling examencommissies

De  HAN heeft besloten om leden van management in examencommissies te weren, ook al is dat in de nieuwe wet niet uitgesloten. Dus geen faculteitsdirectie, instituutsdirectie, programmaraad, coördinatoren en curriculumvoorzitters. Er kan immers belangenverstrengeling ontstaan, bijvoorbeeld uit financiële overwegingen. Levert deze HAN-richtlijn problemen op, omdat de opleiding te klein is om geschikte medewerkers te benoemen, dan kan er ontheffing worden gevraagd. Maar een manager mag onder geen enkele voorwaarde voorzitter zijn van een examencommissie.

Externe deskundigheid in examencommissies draagt bij aan de externe legitimatie van de toetsing. Ook hierover heeft het HAN een eigen besluit genomen.
Niek de Bruijn: "De wet heeft bepaald dat minstens 1 van de 3 leden van een examencommissie een docent moet zijn die betrokken is bij de desbetreffende opleiding. Daarnaast wil de HAN dat in elke commissie minstens 1 externe deskundige zitting heeft. Is dit niet mogelijk, dan moet de examencommissie in ieder geval externe examinatoren aanwijzen."
Belinda Scholten: "Externen kan je op verschillende manieren inschakelen: als lid van de examencommissie, als examinator, maar ook als adviseur. De wet heeft dat open gehouden. Ik vind het jammer dat de verplichting tot benoeming niet in de wet is opgenomen. Binnen de HAN is het de keuze van de faculteitsdirectie om te bepalen of er een externe als lid van de commissie wordt benoemd. Zo niet, dan krijgt de commissie het advies externe examinatoren te benoemden.

Vraagpunt, netwerk en urenplaatje

Ook nieuw binnen de HAN is het vraagpunt voor examencommissies en examinatoren. Lopen commissies tegen problemen aan, bijvoorbeeld bezwaarschriften van studenten waar ze geen raad mee weten, dan kunnen zij aankloppen bij het nieuwe vraagpunt. Juridische zaken en/of Niek de Bruijn, zullen dan met raad en daad bijspringen. Ook is er een netwerk van examencommissies opgericht;  alle commissies zullen op geregelde tijden een nieuwsbrief ontvangen, waarin vaak voorkomende vragen aan de orde komen.
Een ander punt is het urenplaatje van commissieleden en examinatoren. Een veelgehoorde klacht is het gebrek aan tijd om als examencommissie nieuwe stijl te kunnen werken. Voor het borgen van de kwaliteit van examinering, de nieuwe hoofdtaak, moet iedereen kennis van zaken hebben, en moet men kunnen aansturen en bijsturen. Binnenkort zal er duidelijkheid komen over de urennormering.

Zichtbaar goed functioneren, herkenbare deskundigheid en onafhankelijkheid zijn voortaan de fundamenten onder elke examencommissie. Met deze aanpak verwachten de hogescholen dat het vertrouwen  in de waarde van hun diploma´s en getuigschriften weer onwrikbaar wordt. Aan de inzet van de HAN zal het niet liggen.

Bron

HANovatie


Aantal reacties: 0